Minister was niet langer excellentie

Nieuwsrubrieken wierpen begin jaren zestig hun schroom af. Een minister kreeg zelfs kritiek op tv. De omroeppolitiek is blijven bestaan.

Actualiteitenrubriek Achter het Nieuws (VARA) van 1 juni 1966:Herman Wigbold (rechts) interviewtBernard de Vries, de eerste Provo in de Amsterdamse gemeenteraad. Foto ANP

‘De actualiteitenrubriek was begin jaren zestig een mengsel van Polygoonjournaal en variété”, zegt televisiehistoricus Mirjam Prenger: „Na het item ‘Heeft u ook al een hond?’ volgde een reportage uit Algerije, en dan een lied van Jules de Corte. Het was de tv-variant van een geïllustreerd weekblad.”

Mirjam Prenger, die de master journalistiek aan de Universiteit van Amsterdam leidt, promoveerde vrijdag op het proefschrift Televisiejournalistiek in de jaren vijftig en zestig: Achter het Nieuws en de geboorte van de actualiteitenrubriek.

In korte tijd veranderde rond 1962 de actualiteitenprogramma’s in serieuze en invloedrijke rubrieken, die volgens Prenger de cultuurrevolutie van de jaren zestig verspreidden en versnelden, door misstanden te onthullen, de gewone man aan het woord te laten, en door taboes te doorbreken – abortus, homoseksualiteit, de pil. Aardig is dat de achterliggende omroeppolitiek die ze schetst parallellen vertoont met het heden.

Niet zozeer journalistieke en technologische vernieuwingen leidden volgens Prenger tot de geboorte van de actualiteitenrubriek en het volwassen worden van de Nederlandse televisie, als wel „concurrentiedrift en het streven naar machtsbehoud”. Doorgaans wordt aangenomen dat de nieuwe generatie journalisten het nieuwe elan bracht. Prenger nuanceert dit: „Dat waren deels dezelfde redacteuren die eerder die items als ‘Heeft u al een hond?’ maakten. Het ging niet van hun uit. De nieuwe eindredacteuren, Herman Wigbold bij Achter het Nieuws en Richard Schoonhoven bij Brandpunt waren wel belangrijk.”

Oorlogsmisdaden in Indië

Het waren de omroepdirecteuren die opdracht gaven tot vernieuwing; onder druk. Vanaf begin jaren zestig gaat het volk namelijk klagen. „Via tv-recensenten en ingezonden brieven: waarom moet het zo oubollig? Kan het niet kritischer en meer confronterend? Wij willen discussie.” Zoals vaker werd een buitenlands voorbeeld gekozen. De BBC had Panorama, die de blauwdruk is voor hoe actualiteitenrubrieken er nu nog uitzien.

En die concurrentiedrift en machtsbehoud? Prenger: „De VVD kwam in de regering en die stonden kritisch tegenover het omroepbestel. De VVD wilde toen al commerciële tv toelaten. Om hun positie te behouden moesten de publieke omroepen vernieuwen.” Klinkt als 2014. Er zijn meer parallellen. Ook toen worstelden omroepen met de sandwichformule: amusement inzetten om kijkers te winnen voor het serieuze werk: „Daar is de VARA van oudsher heel sterk in: vermaken en verheffen.” Verder actueel: de rubrieken wilden onafhankelijke journalistiek brengen, maar moesten zich ook profileren volgens de identiteit van hun omroep.

Prenger koos voor Achter het Nieuws omdat ze botsingen interessant vindt. En die waren er. De rubriek begon taboes aan te pakken. Prenger: „De eerste lesbiennes verschenen op tv, op de rug gefilmd. Het werd niet gepropageerd, het was meer van: kijk, dit bestaat. De VARA was de progressieve omroep, dus daar kon dat.” Kranten waren de tv hierin trouwens voorgegaan, zo benadrukt Prenger, maar tv had een veel grotere uitstraling. Begin jaren zestig was het net een massamedium geworden. Iedereen keek.

Nieuw was ook het laten varen van de eerbied voor gezag. „Hadden ze een item over woningnood, dan doorsneden ze een gesprek met de minister – die zei dat alles goed ging – met tegenstanders, mensen die in krotten woonden. Dat was ongekend, de minister was erg boos. De kwestie werd tot in de ministerraad besproken.” Een echte storm veroorzaakte Achter Het Nieuws in 1969 met het aankaarten van de Nederlandse oorlogsmisdaden in de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog (1947-1949). „Daar hebben ze zoveel gezeik mee gekregen.”

Vast aan de PvdA

Als contrapunt in het boek dient Brandpunt van de KRO. „Die brandden hun handen niet aan ethische kwesties. Maar ze waren veel beter in politiek en in buitenlandse reportages. Ze deden stand-ups in Indonesië, Vietnam, Congo, terwijl achter ze de kogels rondvlogen. Niet controversieel; die reportages oogstten alom bijval. Eindelijk loste televisie zijn belofte in als venster op de wereld.” Politiek Den Haag versloeg Brandpunt veel onafhankelijker dan Achter het Nieuws: „Die zaten te veel aan de PvdA vast. De politiek verslaggever was ook hoofd voorlichting bij de PvdA. En eindredacteur Herman Wigbold stond op de PvdA-verkiezingslijst.”

De actualiteitenrubrieken stonden niet op zichzelf; de hele Nederlandse tv maakte volgens haar „een gouden tijd” door. Prenger wijst op de serie De Bezetting met Loe de Jong. „Die zorgde voor acceptatie van televisie bij de elite.” En de invloedrijke satirische rubriek Zo is het toevallig ook nog eens een keer. „Die rubriek haalde zoveel overhoop. Het heeft de VARA in één jaar tijd 40.000 leden gekost. Daar gaat mijn volgende boek over.”