Het klimaat is niet te redden, de mens wel

Steek geld voor CO2-reductie in waterkeringen en ziektepreventie. Daar red je veel meer levens mee, meent Sebastien Valkenberg.

Je ziet het er niet aan af, maar aan een Toyota Prius hangt hetzelfde prijskaartje als aan een luxe Jaguar. Als je tenminste alle verborgen kosten zichtbaar maakt. Dat heeft econoom Robin Fransman onlangs gedaan. Over de periode 2008-2013 blijkt de overheid het schone rijden met 6,4 miljard euro te hebben gesubsidieerd. Dat komt neer op 160.000 euro subsidie per elektrische auto. Zonde van het geld, is een te milde reactie. Hier speelt meer dan een boekhoudkundige kwestie. Het subsidiefestijn weerspiegelt wat er fout is aan het klimaatbeleid. De Prius-politiek is, om een groot woord te gebruiken, immoreel.

Vermoedelijk is dat het laatste verwijt dat al die pleitbezorgers van CO2- reductie willen horen. Zij vinden juist dat zíj tot het kamp van de goeden behoren. Zo zei klimaatgoeroe Al Gore het keer op keer, onder meer in de toespraak die hij hield toen hij de Nobelprijs voor de Vrede kreeg. We staan niet voor een politieke, maar voor een morele opdracht.

Doorgaan op de huidige voet is fout, want zou leiden tot de opwarming van de aarde. Goed gedrag is: zonnepanelen op het dak, windmolens in het landschap en de zee én een elektrische auto op de oprijlaan. Ziehier de belangrijkste onderdelen van de groene liturgie.

Wie het ideaal niet of deels in de praktijk brengt, heeft tenminste het gevoel dat hij tekortschiet. Deze zelfkwelling is de drijvende kracht achter het klimaatbeleid, aldus de Franse filosoof Pascal Bruckner in zijn pamflet Le Fanatisme de l’Apocalypse (2011). Ooit was er een tijd dat we problemen met branie en stoutmoedigheid tegemoet traden, maar daarvoor is een lof der karigheid in de plaats gekomen.

Vanuit deze optiek is de buitensporige Prius-subsidie gerechtvaardigd. CO2-reductie mag wat kosten. Héél wat, zo blijkt. Want die 6,4 miljard is slechts strooigoed, vergeleken met de bedragen die gemoeid zijn met alle nationale en internationale klimaatafspraken.

Het probleem is de obsessie met de temperatuur op aarde. Daar kleven allerlei bezwaren aan. Om te beginnen zou je door al de vijf-voor-twaalf-retoriek van de laatste jaren over het hoofd zien dat de temperatuur al achttien jaar niet stijgt. Dit bevestigde hoogleraar klimaateconomie Richard Tol (VU) in een recent interview met Elsevier. „In september kan ik tegen eerstejaarsstudenten zeggen dat de aarde sinds hun geboorte niets warmer is geworden.”

Is de invloed van de mens kleiner dan tot nu werd aangenomen? Of is die van de zon groter? Er zijn verschillende theorieën over deze langdurige pauze in de opwarming van de aarde. Laat deze kwestie vooral aan de wetenschappers over. Beleidsmakers daarentegen moeten die fixatie op de mondiale temperatuur loslaten.

Doorgaans is het raadzaam problemen bij de wortel aan te pakken. Zo niet in dit geval. Het huidige klimaatbeleid is erop gericht de gemiddelde temperatuur op aarde niet meer dan twee graden te laten stijgen. Anders overkomen ons rampen als droogte, overstromingen, ziektes. Deze strategie heet, in jargon, mitigatie. Het kost geen moeite te zien dat de Prius-subsidie hier een afgeleide van is.

Veel zin heeft deze aanpak echter niet. De miljardenverslindende ascese doet weinig om het proces van opwarming te stuiten. Al jarenlang maakt de Deense politicoloog Bjørn Lomborg kosten-batenanalyses. Jaarlijks kost alleen al het Europese klimaatbeleid zo’n 250 miljard dollar, rekende hij eind vorig jaar voor in Time. Naar verwachting zorgt dat aan het eind van de eeuw voor een temperatuurdaling van 0,1°F. Dat is heel veel geld voor heel erg weinig.

Wie is hier nu immoreel bezig? Op allerlei manieren zorgt mitigatie voor een tunnelvisie. Zo ontstaat het beeld dat stijgende temperaturen louter slecht zijn. Veel dubieuzer aan de tunnelvisie is het benepen beleid waartoe deze leidt. Dat kan alleen nog variëren van veel CO2-reductie tot heel veel reductie. Hoe kom je uit deze spiraal van bieden en overbieden? Door de problemen nu eens niet bij de wortel aan te pakken. Dat hebben we nooit gedaan; mitigatie is een relatief jonge uitvinding. Eeuwenlang was adaptatie het uitgangspunt. In normaal Nederlands: je aanpassen aan de omstandigheden.

Deze aanpak is ook prijzig, maar een schijntje, vergeleken met het huidige klimaatbeleid, aldus de Deense politicoloog Lomborg. Jaarlijks sterven naar schatting 141.000 mensen door de opwarming van de aarde. Dus gaat er maar liefst 11 miljard dollar van het wereldwijde ontwikkelingsgeld naar CO2-reductie. Dat klinkt wellicht als een vanzelfsprekendheid. Totdat duidelijk wordt waartoe verkeerde prioriteiten leiden. Voor datzelfde bedrag hadden veel meer mensen gered kunnen worden. Bijna drie miljoen om precies te zijn. Maar dan moet je dat geld wel uitgeven aan de preventie van ziektes als malaria en tbc en aan inenting van kinderen.

Ander voorbeeld: extreem weer en de gevolgen daarvan, zoals overstromingen. Je kunt je geld maar één keer uitgeven. Dat dwingt tot kritisch winkelen. Geef het uit aan een combinatie van waterkeringen en waarschuwingsystemen, zodat mensen zich tijdig uit de voeten kunnen maken. Helaas staat het heersende beleid in het teken van Prius-achtige oplossingen. Die geven hooguit een goed gevoel – en zelfs dat is misplaatst.