Herdenken in onzekerheid

Een kleine vier maanden na de vliegramp met de MH17 boven Oost-Oekraïne is vandaag de dag van de nationale herdenking van de slachtoffers. Alle 298 inzittenden onder wie 196 Nederlanders vonden de dood toen het toestel op 17 juli werd neergehaald. De herdenking volgt op de dag van nationale rouw die er eerder dit jaar was, op 23 juli.

Toen en nu waren en zijn er nog verscheidene onbeantwoorde vragen, die de duizenden nabestaanden en vele anderen zich zullen blijven stellen. Niet op de laatste plaats naar de toedracht van het drama: wie waren de daders? Het ongeduld over het uitblijven van de antwoorden groeit.

Dit is de dag waarop het kabinet en andere politici door hun aanwezigheid blijk geven van hun medeleven. Gevoelens die ze delen met zoveel anderen. Zaterdag nog landde in Eindhoven een toestel uit Oekraïne, met vijf kisten aan boord. Daarin de stoffelijke overschotten van een onbekend aantal, nog niet geïdentificeerde mensen. Symbolisch voor de zoektocht naar de feiten, ook al is van het grootste deel van de slachtoffers de identiteit al wel vastgesteld.

De regering kreeg aanvankelijk lof voor haar optreden kort na de ramp. Op dat beeld zijn intussen enkele krassen aangebracht. Al blijft het ongemakkelijk om de ramp, de oorzaken en de gevolgen, binnenlands te ‘politiseren’: de vraag of het kabinet niet direct anders en sneller had moeten handelen. Het Tweede Kamerlid Van der Staaij (SGP) sprak daarover laatst wijze woorden: „Als we gemakkelijk de indruk gaan wekken (..) dat wanneer je maar zus of zo doet, het in de toekomst allemaal snel geregeld kan worden, doen we de nabestaanden verdriet en wekken we valse verwachtingen.”

Premier Rutte heeft in recente bezoeken aan Maleisië en Australië (landen die hij samen met Nederland de coalition of the grieving noemde) de internationale samenwerking onderstreept bij het onderzoek dat Nederland leidt. Verwarring over het optreden van het kabinet ontstond laatst toen in het tv-programma Nieuwsuur onder anderen de Oekraïense minister van Buitenlandse Zaken liet blijken dat hij het geen probleem zou hebben gevonden als Nederland contact had opgenomen met de separatisten. Zo hadden de onderzoekers sneller en gemakkelijker toegang tot de rampplek kunnen krijgen. Vervolgens sprak Oekraïne dat in een officiële verklaring tegen. Het illustreert nog eens de complexe situatie.

De regering heeft besloten haar optreden in de crisisperiode direct na de ramp onafhankelijk te laten evalueren door het WODC, het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum. Laat dat de basis vormen voor de Tweede Kamer om tot een afgewogen en fair politiek oordeel te komen over de handelwijze van het kabinet.