Column

Heimwee naar de Koude Oorlog

Zo tof was het natuurlijk niet achter het IJzeren Gordijn. Maar toch had de Koude Oorlog ook z’n voordelen, denkt columnist Floor Rusman.

Toen de Muur viel, was ik drie. De Koude Oorlog en ik zijn elkaar misgelopen, en toch word ik soms nostalgisch als ik eraan denk. Hiermee bedoel ik geen hipsterachtige nostalgie naar industriële DDR-lampen, Trabanten en authentiek ingeblikt voedsel, maar een verlangen naar een tijd met zo’n duidelijke ideologische tegenstelling.

In de hele wereldgeschiedenis bevochten mensen elkaar om land, religie en etniciteit; in vergelijking hiermee was de Koude Oorlog uniek. Dit conflict ging niet alleen om de belangen van twee machtsblokken, maar ook om de vraag welke ideologie de ware was, het socialisme of het kapitalisme. Wij kunnen het ons niet meer voorstellen, maar er was een tijd waarin het intellectuele debat niet ging over inkomensafhankelijke zorgpremie of over een belastingverlaging in de eerste schijf, maar over de fundamentele vraag wat een rechtvaardige samenleving is.

Niet alleen is dit een belangrijke vraag, hij spreekt ook tot de verbeelding omdat het relatief eenvoudig is er een mening over te hebben. Over integratie, milieu of de economische crisis is het moeilijk debatteren als je geen relevante kennis of ervaring hebt, maar dat geldt niet voor sociale rechtvaardigheid. Het gaat hierbij immers om basale ethische vragen als: in hoeverre is het individu verantwoordelijk voor zijn eigen lot? En: hoeveel onvrijwillige solidariteit mag een staat opleggen?

Door deze zoektocht naar de ideale samenleving was de Koude Oorlog geen simpel geval van goed tegen kwaad. De Sovjet-Unie verwerd tot een dictatuur met alles wat erbij hoort: censuur, kampen, gevangenissen. Maar dit was niet wat Marx voor ogen had gehad toen hij het Communistisch Manifest schreef. De Sovjet-Unie was een goedbedoeld idee met desastreuze gevolgen. Dat maakt het een interessant fenomeen, want meestal ontstaan dictaturen niet vanuit een ideaal van een betere samenleving voor iedereen. Hitler pretendeerde nooit een maatschappij te scheppen waarin iedereen zich fijn zou voelen.

Vanwege deze goede bedoelingen was het voor westerse linkse intellectuelen moeilijk de juiste positie in te nemen. Wie te kritisch was over socialistische landen als de Sovjet-Unie, Cuba en China was volgens de linkse activisten een reactionair. Maar wie zich te enthousiast uitliet over het socialistische experiment werd verweten wereldvreemd of zelfs gewelddadig te zijn. Sartre en Camus verbraken hun vriendschap omdat de eerste de Sovjet-Unie bleef steunen, terwijl de tweede streed tegen het totalitaire denken. Blijkbaar was het vraagstuk van de rechtvaardige samenleving zo belangrijk dat het ‘verkeerde’ standpunt persoonlijke gevolgen had.

Met mijn Koude Oorlog-nostalgie wil ik niet beweren dat het een toffe ervaring was om in de Sovjet-Unie te leven, integendeel. Deze nostalgie gaat over hoe grote ideeën destijds het publieke debat beheersten, de geschiedenis schiepen, mensen uit elkaar en bijeen dreven. Aan het onthaal dat Piketty woensdag kreeg, kun je zien dat meer mensen hiernaar verlangen.