Heel Portugal in één huis

Steeds weer draait het bij António Lobo Antunes om de morele ineenstorting van Portugal, bewerkt door het fascisme van dictator Salazar en versneld door de catastrofale koloniale oorlogen in Afrika. Met medische precisie ontleedt hij de psyche van een getraumatiseerd land, vooral die van de hogere bourgeoisie. In Als een brandend huis is het focus verschoven naar de gewone middenklasse en kleinburgerij. In acht appartementen, die Lobo Antunes in zijn verhaal elk drie keer langs gaat, leven een alcoholist met losse handjes, een vrouwelijke rechter die zich laat beminnen door een bode van het gerecht, enzovoorts. Mensen als oud geworden wrakhout van de catastrofe waarin het land ten onder is gegaan. Aan het slot blijkt op zolder een vergeten mannetje te huizen dat zich inbeeldt de oud-dictator te zijn. Of hij leeft daar alleen maar in de inbeelding van de anderen. Alsof het huis heel Portugal zou symboliseren, met Salazar nog altijd in de collectieve bovenkamer.

De stijl is beeldend, met evenveel interne monologen als er (hoofd)bewoners in het huis zijn, springend van de hak op de tak – en toch zo geschreven dat je nergens het spoor bijster raakt. Als een brandend huis leest daardoor bijna als het script van een radioproductie. Wie het leest, kan het in zijn eigen hoofd al horen resoneren.