Halina in China: vol rochel en lof

Actrice Halina Reijn debuteerde dit weekend in China met het broze stuk La voix humaine. Voor NRC doet ze zelf verslag.

Op donderdagochtend heerst er een gespannen sfeer in het repetitielokaal van Toneelgroep Amsterdam aan het Leidseplein. Voor het eerst spelen we alle scènes van Maria Stuart zonder onderbreking. „Ben je daar nou nóg zenuwachtig voor?”, vraagt mijn zus als ze me belt voor ik op moet, om me een goede reis te wensen en me drie dagen op voorhand te feliciteren met mijn verjaardag. Die middag stap ik, opgelucht dat het voorbij is en nog dampend van de adrenaline van Schiller, in een taxi naar Schiphol om in China teksten van Cocteau uit te beelden.

We zijn al bijna overal op de wereld geweest met onze voorstellingen, van Tokio tot New York, maar China bezochten wij nooit eerder. Men heeft me vol vooroordelen gewaarschuwd voor het land: mensen zouden onbeleefd en vreemd zijn, de cultuur is ondoordringbaar en gesloten. In de lucht heb ik tijd om bij te komen van de repetitie en mijn monoloog La voix humaine door te nemen. Bezorgd vraag ik me af of de bevolking van deze economische grootmacht wel zit te wachten op een wanhopige vrouw die de afwijzing van haar grote liefde niet aankan en zich ophangt aan de draad van de telefoon. Ze hebben daar wel andere dingen aan hun hoofd, kan ik me zo indenken.

Veertien uur later komen we aan in de sprookjesachtige stad Wuzheng. Meer dan 1.300 jaar oude houten huisjes worden omgeven door riviertjes, prachtige groene tuinen en lieflijke bruggetjes. Een compleet onverwachte omgeving voor een hip and happening theaterfestival met een voor dit land toch controversiële inhoud. Weer ben ik gespannen, niet alleen vanwege dit gloednieuwe, vreemde publiek maar ook omdat regisseur Ivo van Hove straks in de zaal zit. Hij heeft ‘zijn’ La voix al een tijd niet meer gezien.

Overal waar ik mijn monoloog speelde, waren de mensen doodstil. Het is een fragiele voorstelling, zonder technische effecten: ik in mijn eentje in een vissenkom met een telefoon en een Mickey Mousetrui aan. Hier begint het publiek na vijf minuten onrustig te worden. Telefoons flitsen, de tribune kraakt en rammelt, er vallen dingen op de grond en er wordt naar hartelust gerocheld en gesnoven. Als we halverwege zijn ben ik niet alleen wanhopig als personage maar weet mezelf ook geen raad meer met de situatie. Het is duidelijk totaal mislukt. China is blijkbaar nog niet klaar voor deze vorm van toneel.

In mijn kleedkamer ben ik verdrietig en Ivo kan me niet opvrolijken. Als we het theater uitlopen ontstaat er tegen alle verwachtingen in een totale gekte. Mensen verdringen zich om met ons op de foto te gaan. Ze drukken me hun toegangskaartjes in de hand, willen handtekeningen en schieten tientallen selfies. Meisjes huilen en maken in gebrekkig Engels duidelijk dat ze niet wisten dat dit soort theater bestond. Harten worden uitgestort en regisseurs, festivaldirecteuren en acteurs en tv-presentatoren uit heel China belagen ons. Ter plekke worden verzoeken ingediend om in alle grote Chinese steden te komen spelen. We kunnen nauwelijks wijs uit alle visitekaartjes, telefoonnummers en aanbiedingen die we krijgen. Nog nooit heb ik zo’n warme, emotionele en heftige reactie gezien op Ivo’s werk.

„But there was so much noise during the performance”, merk ik op tegen een toneelregisseur uit Hongkong „Noise? Noooo, for China, this was extremely quiet! They either make much more noise, or they all fall asleep after 5 minutes.” Ik knik dankbaar. De crème de la crème van de Chinese showbusiness neemt ons mee naar een wijnbar van een of andere soap-acteur en we blijven tot diep in de nacht proosten op de liefde en op vrijheid. Uitgebreid wordt gesproken over censuur en onderdrukking die dit land in zijn greep houdt. Volgens de toeschouwers is het juist van belang dat voorstellingen als deze te zien zijn in hun land omdat het kijken naar dit soort theater troost en inspireert. Ik voel me bijzonder op mijn gemak bij deze mensen en wil helemaal niet meer terug naar huis. We maken afspraken en plannen voor de toekomst.

Als ik de volgende dag door de wolken terugvlieg naar de kerker waarin ik als Maria Stuart moet wachten tot collega Chris Nietvelt mij onthoofdt, ben ik jarig en intens tevreden met ons Chinese avontuur. Ik drink een glas champagne met een paar stewardessen en de piloot en ben onverwacht gelukkig op mijn 39ste, solo, zwevend in de lucht met nieuwe oosterse herinneringen om te koesteren.