Goebaidoelina verklankt haar twijfel over het bestaan trefzeker

Sofia Goebaidoelina (2de van links) met leden van Amsterdam Sinfonietta. Foto Caro de Jonge

November Music staat voor ‘muziek van nu’ in al haar veelvormigheid. Het fantasievol geprogrammeerde Bosche festival bood afgelopen week (wereld)premières, verrassende klankinstallaties en improvisatie uit alle windstreken.

De Tunesische oed-speler Anouar Brahem verzorgde met zijn kwartet het openingsconcert. Het is een beetje een genre geworden, de virtuoze oosterse solist die begeleid wordt door eveneens virtuoze jazzmusici. Dat leidt soms tot al te generieke samenwerkingen met vooral ontzettend veel noten. Brahem pakt het subtieler aan en verleidt zijn publiek met sterke muzikale ideeën. De afstemming tussen percussionist Khaled Yassine (darbouka en bendir) en bassist Björn Meyer was fenomenaal. Meyer haalde door ingenieus gebruik van flageoletten betoverende patronen uit zijn zessnarige basgitaar, waarover Brahem en basklarinettist Klaus Gesing hun improvisaties sponnen. Jammer genoeg hield men gevoelsmatig steeds de hand op de rem; het bleef allemaal erg beschaafd.

Kate Moore maakte met Bone China een mooie klankinstallatie met porseleinen serviesgoed dat tot tingelen gebracht wordt door schelpenstrengen aan langzaam ronddraaiende hengelarmpjes. Die voorliefde voor mobileachtige constructies bleek ook in haar orkestwerk Days & Nature (2012), dat klonk in het diverse en enerverende concert van philharmonie zuidnederland onder Bas Wiegers: in Moores tollende, kolkende klanklandschap dook opeens een grote metalen ratelmachine op.

In hetzelfde concert werd een compactere nieuwe versie van Rozalie Hirs’ prachtige Roseherte (2008) gedoopt. Ook door een gehalveerd orkest bleken het uitgekiende kleurenpalet en de dwingende geluidsstuwingen een fascinerende ervaring. Boeiend was ook No nights dark enough (2014) van Valgeir Sigurdsson voor orkest en live-elektronica, met de componist achter de knoppen. Sigurdsson, bekend als producer van o.a. Björk, creëerde het ene na het andere spectaculaire effect, kundig georkestreerd, met een overtuigende dramaturgie. Hooguit was het allemaal wat véél.

Op de slotavond bracht Amsterdam Sinfonietta met verve de Nederlandse première van Sofia Goebaidoelina’s nieuwste werk, Warum? (2014) voor (bas)fluit, (bas)klarinet en strijkorkest. De frêle, maar onverminderd krachtig componerende Goebaidoelina, aanwezig bij de uitvoering, stelt in Warum? de vraag naar de zin van het bestaan in een wrede wereld. Vanaf de zoekende openingsmaten, die een terugkerend canonmotief op één stotterende toon introduceren, voerde Goebaidoelina de luisteraar met vragende intonaties en collectieve glissandi door de verklanking van haar vertwijfeling. De vorm die ze daarvoor vond is buitengewoon trefzeker. Telkens kwam het orkest tot rust in korte, schitterende quasi-cadenza’s, waarin fluit en klarinet elkaar vaak dicht en dissonant op de huid zaten.