Geesten oproepen met een prikkende robot

Soms voel je dat er ‘iemand’ is, door tegenstrijdige signalen in je brein. Olof Blanke kan dat gevoel oproepen in zijn lab.

Het beklemmende gevoel dat er iemand vlakbij staat, schuin achter je. Een donkere gestalte die met je meeloopt en alle bewegingen maakt die jij ook maakt, maar die er in het echt niet is. Die nare gewaarwording hebben sommige mensen met een hersenbeschadiging of een psychiatrische aandoening, zoals schizofrenie. De Zwitserse hersenonderzoeker Olaf Blanke, van het herseninstituut van de École Polytechnique Fédérale de Lausanne, ontdekte welke hersengebieden een rol spelen bij dit ervaren van ‘geesten’. Hij wist hetzelfde gevoel met een robot in het lab op te wekken bij gezonde proefpersonen. De illusie wordt veroorzaakt door een fout bij het interpreteren van sensaties en bewegingen van het eigen lichaam, schrijven hij en zijn collega’s in Current Biology (6 november).

Blanke ondervroeg twaalf patiënten met hersenletsel, meestal door epilepsie, die de aanwezigheid van een entiteit voelden. Ze vertelden hem over de gestaltes die ze ervoeren. Het waren duidelijk andere personen dan zijzelf. De meeste patiënten vonden het niet fijn, of zelfs eng, om die aanwezigheid zo levensecht te voelen. Eén van hen ervoer zelfs vier mensen om zich heen.

Van alle patiënten verzamelde Blanke MRI scans en andere opnames van hun brein en legde die over elkaar heen. Hun letsels waren in drie hersengebieden te vinden: een gebied dat vlak boven het oor zit (de temporopariëtale schors), een gedeelte dat wat hoger en meer naar achteren zit (de frontopariëtale schors), en de zogeheten insula-schors. Vooral het tweede gebied lijkt belangrijk bij het ‘gestalten waarnemen’. Dat was alleen beschadigd bij de mensen die ‘geesten’ voelden, niet bij twaalf andere patiënten met vergelijkbare aandoeningen die geen niet-bestaande personen voelden.

De betrokken gebieden zijn nodig bij het verbinden van wat mensen waarnemen en de bewegingen waarmee ze daarop reageren, ofwel de sensomotorische integratie. Er gaat iets mis bij het interpreteren van die sensomotorische signalen, ontdekten de Zwitsers. Daardoor kennen mensen signalen en bewegingen van hun eigen lichaam toe aan een ‘ander’.

Dat lieten ze zien door deze conflicterende signalen op te wekken bij gezonde mensen. Ze bouwden een robot in twee delen, een zogeheten master en een slave. Een geblinddoekte proefpersoon bediende de ‘meester’ door zijn wijsvingers in twee beweeglijke houders voor zijn borst te steken en prikbewegingen te maken. Op zijn vingertop kreeg hij daarbij extra tegendruk. Het tweede deel van de robot, de ‘slaaf’, maakte diezelfde prikbewegingen op de rug van de proefpersoon. Als dit prikken synchroon ging was er niet veel aan de hand. De deelnemers kregen het rare gevoel dat ze zichzelf aanraakten op hun rug. Maar als de slaaf de aanrakingen op de rug met een vertraging uitvoerde, bekroop veel van de 50 deelnemers na drie minuten het gevoel dat er iemand achter hen stond.

Ook bij een ‘uittreedervaring’ is er een misinterpretatie van zintuiglijke signalen, maar daarbij zijn andere hersengebieden betrokken. Bij een uittreedervaring voelen mensen zichzélf op een andere plek aanwezig, bijvoorbeeld boven hun lichaam zwevend.