Geblunderd? Train het van je af

Net als vorig weekend gingen er ook dit weekend keepers in de fout. Hoe herstellen zij zich na een blunder? En hoe krijgen ze hun vertrouwen weer terug?

NAC-doelman Jelle ten Rouwelaar maakte tegen AZ geen fouten, maar kon niet voorkomen dat Nemanja Gudelj een wonderschoon doelpunt maakte. Foto ANP

Jelle ten Rouwelaar pijnigde zichzelf. Zo’n tien keer keek de doelman van NAC Breda de beelden terug van zijn fatale fout tegen FC Groningen, vorige week zondag. Een simpele bal glipte door zijn handen, waardoor zijn ploeg uiteindelijk verloor. Zondagnacht na de lange terugreis uit Groningen zette hij de tv aan en ging hij de confrontatie aan met de beelden. „Het doodanalyseren van mijn fout”, noemt hij het. Hij moest wel. „Ik kon niet slapen.”

Het kostte hem vier dagen om het moment te vergeten, zegt Ten Rouwelaar (33). Hij werd constant aan de fout herinnerd. Iedereen kent hem in Breda en in zijn woonplaats Oosterhout. „Als ik op straat liep, werd ik erop aangesproken.”

Het was niet de week van de keepers. Het begon vorig weekend met de blunders van Ten Rouwelaar, AZ-doelman Esteban Alvarado en Jeroen Verhoeven van FC Utrecht. In de Europese toernooien werd die lijn doorgetrokken: bij Ajax ging Jasper Cillessen woensdag in de fout bij de openingsgoal van FC Barcelona en donderdag greep Jeroen Zoet van PSV slecht in bij de 1-0 van Panathinaikos.

Diezelfde Zoet ging gisteren weer de fout in. Hij liet een bal los waardoor Heracles Almelo kon scoren. Heracles verloor uiteindelijk met 2-1 doordat hun keeper Dennis Telgenkamp een bal niet goed wegwerkte.

Bijna elke week blundert er wel een doelman. Ze duiken over de bal heen, gaan grabbelend naar de hoek of laten de bal uit hun handen glippen. De beelden gaan viral, de pers springt erop, de doelman is de schlemiel en zijn vertrouwen loopt een deuk op. Hoe herstellen keepers zich in de dagen na een fout? Hoe krijgen ze hun vertrouwen terug?

Vooral niet bagatelliseren

Het eerste wat Ten Rouwelaar deed was de blunder toegeven. In Groningen verontschuldigde hij zich in de rust tegenover zijn ploeggenoten. Eenmaal thuis analyseerde hij wat er precies fout ging en wat hij ervan kan leren. Daarna moet je het proberen te vergeten, zegt Ten Rouwelaar, die dit seizoen twee keer eerder in de fout ging. De maandag na het duel trainde hij „keihard”. „Ik heb wat extra’s gedaan om het kwijt te raken. Het snot kwam uit mijn neus.”

Zijn aanpak werkte. Zaterdag maakte Ten Rouwelaar geen fouten, al verloor zijn ploeg thuis wel van AZ (0-1).

Zie een fout als een cadeau, zegt Hardy Menkehorst, oprichter van het Mentale Training & Coaching Centrum in Groningen. Je kunt leren van een blunder, zegt de sportpsycholoog, die meerdere spelers uit de eredivisie begeleidt. Neem de fout van Ten Rouwelaar, anderhalve minuut na de aftrap. „Misschien moet hij zijn warming-up feller doen waardoor hij beter aan de wedstrijd begint.”

Wat je níét moet doen is de fout bagatelliseren, zegt Menkehorst. „Dus niet zeggen: ‘kop op, we gaan verder’. Dan ontken je het.” Hij adviseert keepers het moment goed te analyseren. „Bij een structurele fout moet je direct aan de bak en trainen tot je erbij neervalt.” En sluit je af voor het leedvermaak op sociale media. „Trek je daar niks van aan, dat is een oncontroleerbare factor.”

„Het is niet mijn eerste fout, en het zal ook niet mijn laatste zijn.” Aan het woord is Jeroen Verhoeven, de 34-jarige doelman van FC Utrecht. Vorig weekend schoof hij de bal in de voeten van Vitesse-middenvelder Davy Pröpper, die simpel scoorde. De voetbalwereld moest stiekem lachen om het geklungel. „In de beginjaren van mijn loopbaan zat ik daar mee. Nu haal ik even adem en maak ik een doorstart. Je moet jezelf eroverheen zetten.” Na de blunder herstelde Verhoeven zich knap, Utrecht won uiteindelijk.

De fout onder ogen zien

Verhoeven keek die avond gewoon Studio Sport om 19.00 uur. „Ja, dat kan ik aan. Je moet het een plek geven, het beste is om het dan onder ogen te zien.” Hij sprak erover met zijn vrouw en kreeg veel steun van zijn familie. „Mijn telefoon bleef maar gaan.” Die avond sliep hij iets slechter dan normaal.

De volgende ochtend kreeg Verhoeven een „slooptraining” van keeperstrainer Stefan Postma. „Om alles even kwijt te raken”, zegt Postma. Ze bespraken wat er fout ging en hoe Verhoeven die spelsituatie beter had kunnen oplossen. Postma: „Het is geen structurele fout.” Daarna gingen ze over tot de orde van de dag.

Met succes. Vrijdag keepte Verhoeven goed in Rotterdam, op bezoek bij Excelsior (2-2). Het drama van vorige week was Verhoeven alweer vergeten. Als vanouds durfde hij weer korte, risicovolle ballen naar zijn verdedigers te spelen. Deze keer liep het goed af.