Een lege koelkast en drie dozen vol oude rekeningen

Teamleider Afrikaanderwijk

Het wijkteam helpt gezinnen met schulden en ellende. „Maar het is geen pil voor alles.”

Die stapel ongeopende post van probleemgezinnen bestaat echt. Het is alleen geen stapel, het zijn drie kartonnen dozen vol. Anthony Stucky hoort dat voortdurend van zijn mensen. Hij leidt het wijkteam in de Afrikaanderwijk op Rotterdam Zuid.

Vanaf komend jaar nemen gemeenten zorgtaken van het rijk over. Het liefst volgens het principe: één plan en één regisseur. Eén gezicht per gezin, dat werkt het beste. Zo makkelijk hebben ze het toch al niet, die gezinnen.

Rotterdam begon voortvarend: begin dit jaar werkten al twintig wijkteams in Rotterdam Zuid, als proef in het deel van de stad waar de meeste gezinnen wonen die hulp kunnen gebruiken. Inmiddels zijn de 42 teams voor heel Rotterdam gestart.

In de Afrikaanderwijk zijn de huizen klein en vol. Bewoners willen graag hun driekamerwoning ruilen voor een vijfkamerwoning, maar ze willen absoluut de wijk niet uit. Grotere huizen zijn er niet, dus blijven ze met vier kinderen in de drie kamers wonen. Stucky snapt dat wel. „De wijk heeft sfeer”, zegt hij. „De wijk heeft alles. Er is een markt, een park, een Lidl, een ijssalon en een moskee. Als je alleen Turks spreekt, kan je er prima uit de voeten.”

Het wijkteam komt meestal binnen voor de kinderen. Daar staan ouders vaak wel open voor. Zolang we maar niet lijken op die enge jeugdzorg die kinderen afpakt, zegt teamleider Stucky. Dat beeld heerst sterk, weet hij. „We beginnen zo praktisch mogelijk. Is er een plek voor uw kind om huiswerk te maken? Is midden in de huiskamer het beste? Ouders staan daar voor open. Ze willen allemaal dat hun kind het beter gaat doen dan zijzelf.”

Als ze eenmaal op de bank zitten, blijkt er altijd meer aan de hand. Zijn mensen hoeven er vaak niet eens naar te vragen: ze zien dat er geen bedden zijn, maar alleen matrassen tegen de muur. Ze zien de dozen met post. Ze zien een lege koelkast.

Aan de hulpverlener om de problemen dan samen met het gezin stukje bij beetje uiteen te rafelen, op een rijtje te zetten en aan te pakken. Niet overnemen, maar voordoen, samen doen, nadoen. Eenvoudig? Nee.

Hoe leer je iemand die nauwelijks Nederlands spreekt een DigiD aan te vragen en van alles online te regelen? Hoe saneer je schulden van een bijstandsmoeder met drie opgroeiende kinderen? „Niet iedereen kán het leren. Het hangt af van de intelligentie en de wil om het gedrag te veranderen.” Er zijn ook successen. Er komt net een 14-jarig meisje het kantoor in om te vragen of ze haar sollicitatiebrief mag komen printen. Ze heeft geen computer, maar wil absoluut een bijbaantje.

Het grote voordeel van het wijkteam, zegt Stucky, is dat de hulpverlener/regisseur de hulp aanstuurt. Alleen als die het niet zelf af kan, regelt hij of zij gespecialiseerde hulp.

Voor het slagen van deze aanpak moet het wijkteam uit voldoende goede en ervaren mensen bestaan, vindt Stucky, die niet steeds wisselen. Die mensen zijn in dienst van een ‘moederorganisatie’ – huisartsenpraktijk, maatschappelijk werk, welzijnsstichting. „Die organisaties moeten niet te veel aan hun mensen gaan trekken.”

Daarnaast moet specialistische hulp beschikbaar blijven. „Als een wijkteam te goed werkt, kan een gemeente daarop bezuinigen.”

Het wijkteam leunt zwaar op wat Stucky het wijknetwerk noemt. Dat zijn onder meer kerken, moskeeën, sociaal raadslieden, vrijwilligers, bibliotheken en jeugdwerkers. Juist in de Afrikaanderwijk is dat netwerk zeer breed – er zijn veel cursussen en activiteiten die buurtbewoners voor niks of een kleine bijdrage kunnen volgen.

Stucky: „Vroeger werden die organisaties betaald door de deelgemeenten. Die zijn nu opgeheven. Ik hoop zeer dat de gemeente het wijknetwerk blijft steunen. We hebben het hard nodig. Het wijkteam is geen pil voor alles.”