Een donkere, akelige gestalte achter je

Een robot kan het gevoel van de aanwezigheid van geesten oproepen. Dat komt door conflicterende signalen in het brein.

Een robot die met vertraging de prikbewegingen van de proefpersoon nabootst, wekt het gevoel van een ‘aanwezigheid’ op. Foto EPFL

Het beklemmende gevoel dat er iemand vlakbij staat, schuin achter je. Een donkere gestalte die met je meeloopt en alle bewegingen maakt die jij ook maakt, maar die er in het echt niet is. Die nare gewaarwording hebben sommige mensen met een hersenbeschadiging of een psychiatrische aandoening, zoals schizofrenie.

Vier entiteiten om je heen

De Zwitserse hersenonderzoeker Olaf Blanke ontdekte welke hersengebieden een rol spelen bij dit ervaren van ‘geesten’, en wist hetzelfde gevoel met een robot in het lab op te wekken bij gezonde proefpersonen. De illusie wordt veroorzaakt door een fout bij het interpreteren van sensaties en bewegingen van het eigen lichaam, schrijven hij en zijn collega’s in Current Biology .

Blanke ondervroeg twaalf patiënten met hersenletsel, meestal door epilepsie, die de aanwezigheid van een entiteit voelden. Ze vertelden over de gestaltes die ze ervoeren. Het waren duidelijk andere personen dan zijzelf. De meesten vonden het niet fijn, of zelfs eng, om die aanwezigheid zo levensecht te voelen. Eén van hen ervoer zelfs vier mensen om zich heen.

Van alle patiënten verzamelde Blanke MRI-scans en andere opnames van hun brein en legde die over elkaar heen. Hun letsels waren in drie hersengebieden te vinden: een gebied dat vlak boven het oor zit (de temporo-parietale schors), een gedeelte dat wat hoger en meer naar achteren zit (de frontoparietale schors), en de zogeheten insula-schors. Vooral dat tweede gebied lijkt belangrijk bij het ‘gestalten waarnemen’. Dat was alleen beschadigd bij de mensen die ‘geesten’ voelden, niet bij twaalf andere patiënten met vergelijkbare aandoeningen die geen niet-bestaande personen voelden.

De gebieden zijn nodig bij het verbinden van waarnemingen en de bewegingen waarmee mensen daarop reageren: de sensomotorische integratie. Er gaat daar iets mis, ontdekten de Zwitsers. Daardoor kennen mensen signalen en bewegingen van hun eigen lichaam toe aan een ‘ander’.

Prikken van een robot

Dat lieten ze zien door deze conflicterende signalen op te wekken bij gezonde mensen. Ze bouwden een robot in twee delen, een zogeheten master en een slave. Een geblinddoekte proefpersoon bediende de master door zijn wijsvingers in twee beweeglijke houders voor zijn borst te steken en prikbewegingen te maken. Op zijn vingertop kreeg hij daarbij extra tegendruk. Het tweede deel van de robot, de slave, maakte diezelfde prikbewegingen op de rug van de proefpersoon. Als dit prikken synchroon ging was er niet veel aan de hand. De deelnemers kregen het rare gevoel dat ze zichzelf aanraakten op hun rug. Maar als de slave de aanrakingen op de rug met een vertraging uitvoerde, bekroop veel van de 50 deelnemers na drie minuten het gevoel dat er iemand achter hen stond.