Deze mevrouw laat zich niet afpoeieren

De jonge moeder moet veel werken om haar schulden af te lossen. Maar ze moet ook naar school, een kind opvoeden en haar moeder helpen. Wat doe je dan, als hulpverlener?

De jonge moeder zit met haar armen om haar opgetrokken benen op het tapijt in haar woonkamer. Haar dochtertje van twee zet thee op een plastic fornuisje en serveert de gasten lege kopjes. Het is een rustig meisje.

Op de bank zit Rian Peeters. Ze is maatschappelijk werker bij het wijkteam Afrikaanderwijk in Rotterdam. Peeters (61) belt in fiks tempo instanties af: de bank, de woningbouwcorporatie, de organisatie die studiefinanciering regelt. Ze probeert betalingsregelingen te treffen. „Is het goed als ze vólgende maand de helft van het bedrag overmaakt?”

De moeder (23) had de instanties zelf al gebeld. Verschillende keren. Maar steeds werd ze afgescheept. Peeters laat zich niet afpoeieren.

Rian Peeters is maatschappelijk werker, maar vooral ‘regisseur’. Ze regisseert de hulp voor de moeder en haar kind. Voordeel voor de moeder: er zit maar één hulpverlener op de bank die vertrouwd is en aan wie ze niet steeds opnieuw haar verhaal hoeft te vertellen. Als er specialistische hulp nodig is, dan regelt Peeters dat.

Het wijkteam in de Afrikaanderwijk werkt sinds begin dit jaar op deze manier. Komend jaar heeft Rotterdam 42 van zulke teams. Ook in de meeste andere Nederlandse gemeenten zullen dergelijke teams komend jaar kinderen, gezinnen en volwassenen bijstaan die hulp nodig hebben. De gemeenten zijn per 1 januari 2015 verantwoordelijk voor de zorg, en niet langer het rijk. Het budget ervoor is tegelijk krapper geworden.

Regisseurs in het wijkteam zullen eerst proberen het sociale netwerk in te zetten: familie, vrienden en buren. En ze zullen zoveel mogelijk gebruik maken van hulp die in de buurt beschikbaar is van vrijwilligersorganisaties, buurthuizen en kerken. Daarnaast kijken ze wat ze zelf kunnen doen. Zwaardere specialistische zorg is dan minder nodig, is de verwachting. Of het allemaal zo mooi uitpakt, is afwachten.

Peeters belde begin van de zomer voor het eerst aan en moest zichzelf „naar binnen kletsen”. Mensen die diep in de problemen zitten, staan meestal niet direct open voor hulp. En deze jonge moeder was de wanhoop nabij.

Een klasgenote op haar mbo-school chanteerde haar. De klasgenote sloot met een paar handlangers vier telefoonabonnementen af op naam van de jonge moeder. Ze moest mee naar de telefoonwinkel en tekenen, anders zouden ze haar dochtertje wat aandoen. Ze stalen ook haar pinpas, ontfutselden haar pincode en plunderden de rekening. De rekeningen voor huur, gas en licht, schoolgeld en de crèche bleven vervolgens liggen. Nergens was meer geld voor. „Als de ellende zo groot is, dan weet je niet meer wat je moet doen”, zegt Rian.

Zij maakte met haar cliënte een overzicht van de schulden. Ze troffen betalingsregelingen. Peeters: „Samen hebben we gekeken of er nog toeslagen zijn waar ze recht op heeft. We hebben gekeken of ze eten kon krijgen van de voedselbank. En we deden aangifte, al vond ze dat ontzettend moeilijk.”

De moeder zocht een baantje voor de zomervakantie. De hele zomer werkte ze in een koekjesfabriek. Haar dochtertje kon naar de crèche. Het was zwaar, de temperatuur in de fabriek steeg tot 40 graden. Lastig, want ze heeft een oogafwijking waardoor haar ogen snel droog worden. Maar aan het eind van de vakantie kon ze een flink deel van de schulden aflossen.

Intussen bleek er meer aan de hand dan alleen de chantagekwestie. „Een gezin dat maar één probleem heeft, komt bijna niet voor”, zegt Peeters. De jonge moeder had het als dochter van Turkse migranten in haar jeugd niet makkelijk. Vriendjes vonden haar ouders onbespreekbaar, studeren niet nodig voor een meisje. Vooral de verhouding met haar vader was jarenlang moeizaam na eergeweld. Haar moeder is ziekelijk en spreekt vooral Turks. Ze heeft bij elk doktersbezoek haar oudste dochter nodig om te tolken en haar te begeleiden. Er is nog een verstandelijk beperkte broer van 21 en een puberend zusje van 14. Vader woont na zijn scheiding in de buurt, maar is geen steunpilaar. Buren helpen niet, maar roddelen omdat ze niet getrouwd is en alleenstaande moeder is. Geen sterk sociaal netwerk dat ik kon inzetten, zegt Rian Peeters. Haar cliënte staat vaak haar eigen moeder bij, terwijl ze zelf ook hulp nodig heeft.

Peeters werkte jarenlang in de vrouwenopvang en bij het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling. Voor haar werk in het wijkteam is dat een voordeel. Ze ziet snel of een kind zich veilig voelt en zich goed ontwikkelt. Met de opvoeding van het tweejarig meisje gaat het goed. Ze ziet ook snel wat ze van haar cliënten kan vragen.

Dit is een sterke en slimme vrouw, zegt Rian Peeters over haar cliënte. „Ze had iemand nodig om haar uit het moeras te trekken, maar ze kan in de toekomst zelf verder. Dat is vaak anders. Ook in dit geval blijft de situatie fragiel. Zelfs als de schulden zijn afgelost, houdt ze per maand maar zo’n 70 à 80 euro over voor eten en kleding voor zichzelf en haar dochter. Dat is heel krap.” De moeder zou na het mbo graag verder studeren aan een hogeschool. Maar financieel is dat lastig. „Doodzonde”, vindt Rian Peeters.

Soms komt er wat hulp uit onverwachte hoek. De dames van de koekjesfabriek dragen haar een warm hart toe. Ze namen haar mee naar Ikea waar ze een bedje mocht uitzoeken voor haar dochter – ze koos een sierlijk witmetalen peuterbedje. Het meisje slaapt er nu in met haar Dora-pop.