De Mexicanen hebben genoeg van moorden en wetteloosheid

Politie-agenten en bendeleden hebben samengewerkt bij de dood van 43 verdwenen studenten. De woede is enorm.

Uit protest tegen de studentenmoorden steken demonstranten in Mexico-Stad de houten voordeur van het werkpaleis van president Nieto in brand. Foto Reuters

‘Ya me cansé’. „Ik heb er genoeg van”, liet de Mexicaanse minister van Justitie Jesus Murillo Karam zich ontvallen toen zijn persconferentie over het lot van de 43 vermiste studenten een klein uur geduurd had. Verdere vragen over de zaak, die het land schokte en tot massale protesten leidde, weerde hij af.

De uitspraak was binnen een paar uur de nieuwe leuze waarmee Mexicanen dit weekend protesteerden tegen drugsgeweld en wetteloosheid in grote delen van het land. Die hebben ook de 43 het leven gekost, maakte Murillo Karam vrijdagavond bekend.

Op de persconferentie werden video-opnames getoond van mannen, volgens justitie bendeleden, die vertelden hoe zij de studenten – op 26 september na een demonstratie spoorloos verdwenen – hadden vermoord. Ze hadden de studenten, aan hen overgedragen door de politie, in twee trucks gepropt.

Vijftien studenten kwamen door verstikking om. Bij een vuilnisbelt in het nabije stadje Cocula zijn de anderen doodgeschoten. Daarna hadden de moordenaars van de lichamen, hout, plastic en wat ze verder maar vonden, een brandstapel gemaakt, die veertien uur brandde. De bendeleden liepen vervolgens door de as om resten te verpulveren en zo identificatie van lichamen nog verder te bemoeilijken. As en beenderen werden deels in zakken gestopt en bij de naburige rivier San Juan gedumpt. Op een andere video waren bij de rivier menselijke resten te zien.

„De vergaande ontbinding die het vuur heeft veroorzaakt, maakt het heel moeilijk tot een identificatie aan de hand van DNA te komen”, zei Murillo Karam op de persconferentie. Wat er gevonden is, wordt naar een gespecialiseerd laboratorium in Oostenrijk gezonden.

De autoriteiten hebben in de zaak tot nu toe 74 mensen gearresteerd. Daarbij zijn ook de ex-burgemeester van Iguala, diens vrouw, 36 politiemensen en leden van de plaatselijke bende Guerreros Unidos. De politiechef van Iguala is nog steeds voortvluchtig. Al vrij snel na de verdwijning van de 43 werd duidelijk dat de burgemeester en zijn vrouw openlijk banden onderhielden met de bende en de politie ruim betaalde voor medewerking bij het onschadelijk maken van vermeende tegenstanders.

In de zoektocht naar de studenten zijn rondom Iguala twaalf massagraven ontdekt. Twee van de lichamen hierin zijn intussen geïdentificeerd. Ze waren van een vader en een zoon die nog naar huis hadden gebeld om te zeggen dat de politie hen vasthield.

De openlijkheid en achteloosheid waarmee het narcobestuur in Iguala zich van de jongens ontdeed, is zelfs voor Mexico uitzonderlijk. Het land verloor sinds 2006 meer dan 100.000 inwoners aan drugsgeweld en telt 26.000 vermisten.

Maar het zijn de 43 studenten die maken dat Mexico zijn angst overwint en toont dat het er genoeg van heeft. In Chilpancingo, hoofdstad van de staat Guerrero waarin Iguala ligt, werden zaterdag auto’s in brand gestoken bij overheidsgebouwen en werden wegen geblokkeerd.

In Mexico-Stad gingen duizenden mensen de straat op en probeerden demonstranten de deur van het presidentieel paleis in brand te steken. De oproerpolitie werd ingezet.

De ouders van de slachtoffers weigeren nog iets van de overheid aan te nemen. Zij denken dat die de zaak koste wat kost wil sluiten om zo de protesten in te dammen. „Zo lang er geen resultaten zijn [van DNA-identificatie] leven onze zoons nog”, zei Felipe de la Cruz, de vader van één van de studenten, tegen persbureau AP.