Buiten de werkplaats ligt de oplossing

Gehandicapten moeten per 1 januari aan de slag bij reguliere bedrijven. De sociale werkplaatsen manen gemeenten tot meer actie.

Volgens Job Cohen, voorzitter van de brancheorganisatie van sociale werkplaatsen, laat het bedrijf Liander zien hoe je gehandicapten slim en goedkoop bij gewone bedrijven kunt detacheren. Foto’s Roger Cremers

Stephan Oosterloo (41) is een snelle werker. Hij kan meer dan twintig oude elektriciteitkastjes per uur demonteren. Hij hoeft maar drie kastjes te doen: dan is zijn werkplek al lonend voor Liander in Amsterdam, de netbeheerder van elektriciteit en gas. Oosterloo is er gedetacheerd vanuit de sociale werkplaats Pantar. Hij doet het werk al twee jaar, vijf dagen in de week en het verveelt niet, zegt hij. Alleen de muziek moet niet steeds hetzelfde zijn. „Soms doen we Veronica en dan weer Radio 10.”

Job Cohen, voorzitter van de brancheorganisatie van sociale werkplaatsen Cedris, is bij Liander op werkbezoek. De netwerkbeheerder én de gemeente geven het goede voorbeeld, vindt hij. Ze laten zien hoe je gehandicapten via sociale werkplaatsen slim en goedkoop bij gewone bedrijven kunt detacheren. Uit de jaarcijfers van Cedris blijkt dat steeds meer ondernemers meedoen, al is de grootste stijging sinds een paar jaar voorbij. In 2005 was 19 procent van de medewerkers van de sociale werkvoorziening aan het werk buiten de deur, nu ruim 34 procent: 35.400 mensen.

De Participatiewet

Maar de sociale werkplaatsen maken zich zorgen. Vanaf 1 januari 2015 valt iedereen die zelfstandig geen minimumloon kan verdienen onder de nieuwe Participatiewet, die de gemeenten gaan uitvoeren. Sociale werkplaatsen krijgen er dan geen werknemers meer bij via een wachtlijst, zoals nu. Ze worden verantwoordelijk voor ‘beschutte werkplekken’, voor wie nooit buiten de sociale werkplaats aan de slag kan. En ze kunnen door gemeenten worden gebruikt om iedereen die moeilijk zelf aan het werk komt, ook bijstandsgerechtigden, te begeleiden.

Rutte II wil dat zoveel mogelijk gehandicapten bij ‘gewone bedrijven’ aan het werk gaan. De werkgevers hebben beloofd dat ze de komende jaren in totaal 100.000 gehandicapten in dienst nemen of inhuren. De overheid neemt daar bovenop een verplichting van 25.000. Mislukt dit, dan komt er een Quotumwet die werkgevers tot plaatsing verplicht, op straffe van een boete.

De gemeenten, die gehandicapten straks moeten detacheren bij bedrijven, aarzelen in afwachting van de Participatiewet. Met een kleine twee maanden te gaan heeft de helft van de ruim 400 gemeenten in Nederland nog geen afspraken gemaakt met de sociale werkplaatsen over het uitplaatsen van arbeidsgehandicapten. „Als ze detachering niet voldoende als instrument gebruiken”, zegt Cohen, „gaan bedrijven die 100.000 extra werkplekken nooit voor elkaar kunnen krijgen. En dat is jammer, want met detachering kun je begeleiding bieden en zorgen bij werkgevers wegnemen. Dan maken mensen kans op een plek bij een gewoon bedrijf.”

Cohen zegt dat hij „er niet aan moet denken” dat de Quotumwet er echt komt om werkgevers te verplichten. „Wat voor een bureaucratie en weerstand dát oplevert. En geen banen. Ik denk dat veel ondernemers dan zeggen: kom op zeg, daar heb ik geen zin in, ik betaal de boete wel.”

De gemeenten zijn aan het rekenen: ze krijgen minder geld om juist meer groepen werklozen aan een baan te helpen. „Maar dit is niet duur. Ik denk dat het juist uit kan. Als deze mensen niet werken, zitten ze thuis met een uitkering en gaan ze zich vervelen. Als je het onaardig zegt: dan komen ze vanaf de bijstand bij justitie terecht. Dat is een risico.”

Bij Liander wil Cohen heel precies weten waarom het bedrijf deze werknemers heeft, wat het kost en wat het oplevert. Manager Willem Molenaar legt uit dat het vooral om de „uitstraling” gaat: het bedrijf zet gehandicapten aan het werk en doet aan recycling: de metalen worden uit de kastjes verzameld. „We kunnen ook alles in een shredder gooien”, zegt Molenaar. „Dat is misschien goedkoper.”

De 92 sociale werkplaatsen in Nederland willen van die detachering en begeleiding hun nieuwe functie maken – anders blijft er weinig over. Cohen zegt dat het Cedris nu niet gaat om het overleven van de sociale werkvoorziening zelf. „Het gaat ons erom dat gehandicapten aan het werk blijven. Er zijn veel bedrijven die ze willen inhuren. Als je de keuze hebt tussen studenten of deze mensen, kun je bedenken: studenten verslapen zich wel eens, bij de sociale werkvoorziening krijg je er nog een begeleider bij die zorgt dat alles voor elkaar komt.”

Uitgebuit of weggepest

Op het ministerie van Sociale Zaken komen ook verhalen binnen van gehandicapten die in bedrijven werden uitgebuit of weggepest, ondanks begeleiding die ze kregen van jobcoaches. De sociale werkplaatsen sturen hun gedetacheerden meestal in groepen – met een eigen begeleider.

Herman den Boer (49), die tegenover Oosterloo zit, vindt het werk bij Liander wel saai. „Mijn beperking is ook weer niet zo groot”, zegt hij. „Ik ben een beetje schuw, altijd al geweest. Als ik met mensen praat, krijg ik een rood hoofd.”

Hij verlangt ernaar om weer iets te repareren. Horloges bijvoorbeeld. Eerder repareerde hij bij een bedrijf elektrische dekens en tablets, ook als gedetacheerde werknemer van Pantar. Maar dat bedrijf ging failliet. „Ik hoop dat ik word doorgeplaatst naar het Academisch Medisch Centrum”, zegt hij. Daar reviseren de gedetacheerden hartbewakingsapparatuur.

Den Boer is al sinds 1990 gedetacheerd bij bedrijven. Maar hij hoeft zijn omgeving nooit te vertellen dat hij in dienst is van de sociale werkvoorziening. „Dan zeg ik gewoon: ik repareer voor de Kijkshop en de Blokker. Nu werk ik bij Liander.”

Veel gehandicapten zijn trots op hun werk, zegt directeur Rutger van Krimpen van Pantar. „Bij PostNL hebben we vijftig mensen gedetacheerd als bezorger. Onze mensen doen heel IJburg. Dat is de best bezorgde wijk in Amsterdam. De werknemers voelen zich verantwoordelijk, ze zijn bijna nooit ziek. En op zaterdagavond in de kroeg zitten ze nog met hun PostNL-shirt aan. Echt waar.”