Van Rijn belooft PvdA-leden zijn ‘onvermoeibare inzet’ voor betere zorg

Leuk was anders. De berichtgeving over zijn bejaarde moeder heeft zijn privéleven vorige week „op een pijnlijke manier in de schijnwerpers gezet”. Dat schrijft staatssecretaris Martin van Rijn (Volkgezondheid, PvdA) dit weekend in een nieuwsbrief aan PvdA-leden.

De bewindsman kwam vorige week onder vuur te liggen toen zijn vader in het Algemeen Dagblad klaagde over de falende zorg voor diens dementerende echtgenote. In het verpleeghuis waar zij woont is zo weinig personeel dat hij haar soms met de urine op haar enkels aantreft, vertelde Van Rijn sr.

Van Rijn jr., als bewindsman verantwoordelijk voor de zorg in verpleeghuizen, voelde zich vervolgens genoodzaakt de kritiek op televisie te pareren. In de Tweede Kamer hintte de SP op een motie van wantrouwen vanwege het „ontbrekende gevoel van urgentie” in Van Rijns tv-optreden.

„Sommige mensen vroegen zich af waarom ik niet bozer reageerde op de berichtgeving”, schrijft Van Rijn in zijn persoonlijk getoonzette brief aan de leden. Zijn antwoord: „Mijn privéleven en dat van mijn ouders wil ik beschermen.”

In zijn brief erkent de staatssecretaris dat „de langdurige zorg zoals die nu is niet goed genoeg is”. Volgens hem schiet de zorg tekort omdat veel verpleegtehuizen in verouderde gebouwen zitten en onderdak moeten bieden aan steeds dementere bejaarden. „Steeds minder in staat om simpele dingen, zoals eten, zelf te kunnen.”

Van Rijn geeft ook toe dat zijn hervorming van de langdurige zorg „abstract en daardoor ook wel bedreigend” is. Toch valt er niet één-twee-drie een oplossing te verwachten, schrijft hij. „Nieuwe gebouwen staan er niet morgen. Personeel hoger opleiden kost jaren. Het kost allemaal meer tijd en inspanning dan ons lief is.” Het enige wat Van Rijn de PvdA-leden kan beloven, is onvermoeibare inzet „om de zorg voor alle vaders en moeders van Nederland te verbeteren”.