Brak er maar eens een hart!

In Sanatorium verkent Vrouwkje Tuinman de verhouding tot het eigen lichaam. Ziekte en dood, en de angst daarvoor, zijn onderwerp van korte bespiegelingen. Opmerkelijk is de laconieke toon. Die breekt vaak open in slotregels: ‘Degene die als eerste / op de hulpknop drukt is af’. Die speelsheid werkt bevrijdend, maar is ook een paracetamolletje tegen diepere beleving. Er is geen drama, en wanneer dat in aantocht lijkt wordt het gerelativeerd. Tuinman creëert steeds nieuwe tovercirkels, maar stapt niet in de kring: ‘Ik hoor niet op te schrijven dat / mijn hart breekt, want dat is geen poëzie. / Mijn hart hoort trouwens niet te breken.’ Brak er maar eens hart! Zonder heuse dramatiek is Sanatorium niet meer dan een luchtige staalkaart. Een gedegen, vlot geformuleerde catalogus, dat wel.