Anand mist wat Carlsen wél heeft: zelfvertrouwen

Magnus Carlsen is het wereldkampioenschap schaken overtuigend begonnen. Met dominant spel zette de Noor uitdager Vishy Anand in de tweede partij op achterstand.

Vishy Anand en Magnus Carlsen gisteren tijdens de tweede partij om de wereldtitel die door de Noor werd gewonnen. Foto AP

Net als tijdens hun eerste WK-match, precies een jaar geleden in India, zijn Magnus Carlsen en Vishy Anand opnieuw ondergebracht in een riant, fraai aangelegd resort met een grote keus aan restaurants en zwembaden.

Toch kon het contrast niet groter zijn. Terwijl vorig jaar buiten de poorten de verkeerskakofonie van miljoenenstad Chennai wachtte, en de schakers in het hotel beschermd moesten worden tegen hordes Indiase journalisten, treffen ze nu buiten de omheining van het luxueuze complex een surrealistisch landschap aan van futuristische lege sporthallen en grotendeels onbewoonde flatgebouwen die uit de grond gestampt werden voor de Olympische Winterspelen.

Voor de pers, dit keer voornamelijk uit Noorwegen, hoeven ze nauwelijks afgeschermd te worden. Als een schrijnende motie van wantrouwen werd de tweekamp over twaalf partijen geopend zonder dat er ook maar één Indiase journalist bij was.

Blijkbaar is het vertrouwen in eigen land dat Anand geleerd heeft van zijn fouten en een strategie heeft bedacht waarmee hij nu wel een kans maakt, niet erg groot. Misschien terecht. De eerste conclusies na twee partijen waren dat het juist Carlsen was die lering had getrokken uit hun eerste match. Zo zenuwachtig als hij toen in de beginfase was, hadden zijn fans hem nog zelden of nooit gezien. Uniek was zoals hij in de opening van de tweede partij de controle over zijn d-pion verloor en hem, struikelend over zijn eigen vingers, met moeite op het gewenste veld kreeg.

In zichzelf gekeerd

Daar is nu geen sprake van. Kalm is hij, in zichzelf gekeerd. Carlsen heeft zich voorgenomen om zich alleen op zijn schaken te concentreren, alles wat er verder om hem heen gebeurt wil hij ongemerkt aan zich voorbij laten gaan. Tijdens de openingsceremonie maakte hij er geen geheim van dat het optreden van een stomend jazzkwartet hem niet boeide. Na het tweede nummer gaapte hij opzichtig en verzuchtte, verwijzend naar het bekendste Noorse jazz festival, tegen zijn manager: „Als we jazz hadden willen horen, waren we wel naar Molde gegaan.”

Meer ingenomen was hij met het optreden van een goochelaar die bepaalde dat hij de eerste partij met zwart zou spelen. Daar had hij op gehoopt. Zijn redenering was gebaseerd op het feit dat de spelers om en om met wit en zwart spelen, maar dat dit schema halverwege de match omgedraaid wordt. Met zwart beginnen betekent niet alleen twee keer achter elkaar wit in partij 6 en 7, maar ook maar liefst zes keer wit in de tweede tot en met de elfde partij. Aangezien hij in kleine kring had aangegeven dat hij de match in uiterlijk elf partijen moet kunnen beslissen, betekende zwart in de eerste partij eigenlijk een extra wit-partij.

Natuurlijk moest hij dan wel die eerste partij met zwart niet verliezen. Dat gebeurde ook niet. Anand speelde een nieuw openingsidee dat hem een optisch fraaie stand opleverde. Volledig opgaand in de partij, soms bijna met zijn hoofd op het bord liggend, beveiligde Carlsen zijn stelling en begon zo gauw hij de kans kreeg naar tegenkansen te zoeken. Die kreeg hij wonderbaarlijk snel en even zag het er somber uit voor de Indiër. Gelukkig voor Anand miste Carlsen een kansrijke voortzetting en kon hij met een briljante damezet de remise toch veiligstellen.

Op de persconferentie bleek opnieuw dat de wereldkampioen beter in zijn vel zat. Terwijl Anand de ergernis over zijn weifelende spel nauwelijks kon onderdrukken, deed Carlsen luchtig over zijn gemiste kans. Hij wilde positief blijven en stelde dat een remise met zwart toch niet slecht kon zijn.

De eerste oogst haalde hij binnen in de tweede partij, waarin hij weer eens liet zien hoe diep zijn begrip van op het oog simpele stellingen is. Tegen de Berlijnse verdediging van Anand koos hij een rustige opstelling. Zoals hij zelf stelde was er op zich niet veel aan de hand totdat een onnauwkeurigheid al snel grote gevolgen had. De problemen stapelden zich op voor de uitdager en een blunder op de 35ste zet maakte meteen een einde aan de partij.

Het spel van Carlsen werd goedkeurend bekeken door eregast Boris Spassky. De oud-wereldkampioen is na een hersenbloeding aan één kant verlamd en hij is sterk verouderd, maar in zijn commentaren blijft hij speels en onnavolgbaar. Vertederd zei hij: „Voor mij is Magnus erg grappig. Hij lijkt op een gnoom, die uit de aarde omhoog gekomen is. Een goede geest uit de onderwereld. Mysterieus, maar hij vecht altijd.”