Wil de echte Osama-killer nu opstaan?

Twee (ex-)Navy SEALs betwisten elkaar de eer wie Osama bin Laden aan zijn einde heeft geholpen. Hun loslippigheid maakt andere SEALs woest.

Ruim drie jaar na zijn dood heeft Osama bin Laden een rel veroorzaakt binnen de Navy SEALs, de Amerikaanse elite-eenheid die hem in mei 2011 in zijn huis in het Pakistaanse Abbottabad doodschoot. Ex-SEAL Robert O’Neill en zijn maat Matt Bissonnette betwisten elkaar de eer wie de Al-Qaeda-leider, voor veel Amerikanen de verpersoonlijking van het kwaad, aan zijn einde heeft geholpen.

In dagblad The Washington Post zei O’Neill (38) donderdag dat hij het is geweest die de Al-Qaedaleider die bewuste nacht met twee schoten in het voorhoofd heeft gedood. O’Neill, inmiddels afgezwaaid, vertelde hoe hij de slaapkamer van Bin Laden binnendrong. De Al-Qaeda-leider en zijn jongste vrouw Amal waren op weg naar de gang. „Die seconde schoot ik hem twee keer in zijn voorhoofd. Bap! Bap! Bij de tweede keer zeeg hij ineen. Hij viel voor zijn bed en ik schoot nog eens op hem. Bap! Op dezelfde plaats. Hij was dood.”

Maar is O’Neill nu echt de grote Bin Laden-killer? Zijn collega, Matt Bissonnette, kwam twee jaar geleden met een andere versie. In het boek No Easy Day, dat hij publiceerde onder het pseudoniem Mark Owen, beschrijft hij hoe hij als tweede de trap op ging naar de verdieping waar Bin Laden verbleef. De Al-Qaedaleider stak zijn hoofd om de deur. De man voor Bissonnette, alias Owen, schoot en raakte hem in het hoofd. Hij lag op de grond maar bewoog nog, waarop Bissonnette en zijn maat – wie dat was is in dit verhaal niet duidelijk – het karwei afmaakten door hem nog een paar keer in de borst te schieten.

Bissonnette wilde O’Neills versie gisteren niet ontkennen of bevestigen.

Het persbureau Associated Press citeerde gisteren, zonder hun identiteit te noemen, een voormalige SEAL en een nog dienend lid van de commando’s. Volgens beiden was in hun kringen allang bekend dat O’Neill degene was geweest die Bin Laden om zeep had geholpen. O’Neill zelf bevestigde tegenover The Washington Post overigens dat ook twee andere SEALs, onder wie Bissonnette, op de Al-Qaedaleider hadden geschoten.

O’Neill had zijn verhaal in 2013 ook al eens gedaan aan het blad Esquire, maar toen anoniem. Hij werd in het tijdschrift slechts aangeduid als ‘de schutter’. Bij een recente herdenking van de door Bin Laden georkestreerde aanslagen op New York en Washington van 11 september 2001 had O’Neill zijn verhaal in besloten kring gedaan aan nabestaanden van de slachtoffers, zonder dat de aanwezigen echter zijn naam te horen kregen. O’Neill schonk het hemd dat hij tijdens de missie had gedragen aan het National September 11 Memorial Museum. Het is daar nu te zien.

Andere SEALs zijn woedend dat hun collega’s in de openbaarheid treden met hun verhalen over de missie tegen Bin Laden, ‘Speer van Neptunus’ geheten. Justitie onderzoekt al of Bissonnette strafrechtelijk vervolgd kan worden wegens het openbaar maken van geheime informatie. Ook O’Neill, die de komende dagen nog enkele televisie-interviews wil geven bij Fox News, loopt dat risico.

Vice-admiraal Brian Losey herinnerde de SEALs er vorige week aan dat een belangrijk aspect van de SEALs ook juist hun ethos is. „Een bestanddeel van essentieel belang voor ons ethos is ‘ik loop niet te koop met de aard van mijn werk en evenmin zoek ik erkenning voor mijn daden”, zei hij. Andere ex-SEALs suggereerden dat O’Neill en Bissonnette slechts uit zijn op geldelijk gewin.

O’Neill vertelde The Washington Post dat hij weinig keus meer had omdat zijn naam toch op het punt stond uit te lekken. Afgelopen maandag dook zijn naam inderdaad al op op een website van voormalige commando’s.