Wij hebben onze eigen club, gewoon, hier thuis

Netty en Leo Olffers (staand), met enkele van hun gasten van ‘De Laakse Lente’: „De ene keer zitten we hier met een man of tien, de andere keer zijn er wel dertig.” Foto Gijsbert van Es

Hij: „Vier ochtenden in de week zit onze huiskamer vol, van tien tot twaalf. Tien, vijftien, twintig ouderen hebben we dan op de koffie.”

Zij: „Alleen op woensdagen komt er vrijwel niemand. Dan ben ik zelf weg, heb ik m’n eigen koffieclubje met vriendinnen hier in de buurt. En daarna ga ik m’n kleinzoon uit school halen. Woensdag is de oppasdag; dat doen we al negentien jaar, vaste prik.”

Hij: „Heb je het gelezen in de krant, een tijdje terug? Den Haag is de stad met de meeste eenzame ouderen van heel Nederland. Daar kunnen wij over meepraten. We doen dit werk nu tweeënhalf jaar. We zijn al heel wat schrijnende gevallen tegengekomen.”

Zij: „Vereenzamen, ja – en dementeren, dat komt er dan vaak nog bovenop. Mensen die de weg kwijt zijn, en niemand die nog naar ze omkijkt.”

Hij: „Laatst liep ik hier op zondag door de wijk, half elf ’s ochtends, zie ik een mevrouw in de deuropening staan, jas aan, ik zeg: ‘Goeiemorgen, gaat u op stap?’, ze zegt: ‘Nee, ik sta al een uur te wachten op de taxi die me naar de dagbesteding brengt.’ Ik zeg: ‘Maar die komt helemaal niet vandaag, het is zondag.’ Zo’n vrouw kan de dagen van de week niet meer uit elkaar houden.”

Zij: „De regering wil dat de oudjes zo lang mogelijk in hun eigen huis blijven wonen. Maar dan moet je wel iemand hebben die naar je omkijkt. Dat heeft niet iedereen, o nee!”

Hij: „Bijna twintig jaar heb ik hier in het Laakkwartier in het vrijwilligerswerk gezeten. Dat werk is een jaar of drie geleden letterlijk uit m’n handen getrokken. De Haagse Welzijnsorganisatie begon onze projecten opeens naar zich toe te halen en daarvoor meer subsidie aan te vragen bij de gemeente.”

Zij: „Toen werd Leo opeens gevraagd voor het bestuur van de Katholieke Bond van Ouderen in Rijswijk. Het leek hem wel wat, hij heeft altijd in allerlei besturen gezeten. Maar ik zei: komt niks van in, je gaat toch niet in Rijswijk aan de slag, we laten de mensen in onze eigen wijk toch niet in de kou staan?! Ik zei: we gaan onze eigen club beginnen, gewoon, hier thuis in de huiskamer.”

Hij: „In april 2012 zijn we open gegaan. Jetta Klijnsma, toen nog Kamerlid voor de PvdA, heeft ons huiskamerproject toen officieel geopend. Netty heeft de naam van de club verzonnen: ‘De Laakse Lente’. Leden betalen vijf euro per maand. We hebben nu 81 leden.”

Zij: „84 – ik heb er deze week weer drie ingeschreven.”

Hij: „Ik heb twintig extra klapstoelen besteld. Die komen eind deze week. Vaak komen we stoelen tekort.”

Zij: „De ene keer zitten we hier met een man of tien, de andere keer zijn er wel dertig.”

Hij: „En ze komen niet alleen uit de buurt, ze komen ook uit Rijswijk, uit Mariahoeve – sommigen zijn wel dik een half uur onderweg om hier te komen.”

Zij: „De rokers zitten buiten. Als het regent, rollen we het zonnescherm uit.”

Hij: „Ik had ook zo’n grote parasol, maar die is laatst kapot gewaaid. Een paar dagen later stopt een man een envelopje in m’n hand: ‘Hier Leo, heb je geld om een nieuwe te kopen.’

Zij: „Er is zoveel hartelijkheid onder de mensen. En het is altijd gezellig, geen wanklank hoor je.”

Hij: „Nou ja, soms neem ik wel eens even iemand apart, als er wat spanning is in de groep. Dan zeg ik: ‘Je moet die-of-die niet zo op de huid zitten met je vragen en je opmerkingen, je moet die mevrouw een beetje met rust laten.”

Hij: „Onder de koffie hoor je van alles, ook over problemen waar mensen mee zitten. Dan kunnen wij helpen. Formulieren invullen, een instantie opbellen, een afspraak maken bij een dokter – je kunt je niet voorstellen hoe ingewikkeld de samenleving voor veel ouderen is geworden. Ze voelen zich erbuiten staan, alleen gelaten.”

Zij: „Een tijdje geleden op een vrijdag stond hier een totaal verwarde vrouw op de stoep. Ze had ons gevonden door een stukje dat over ons in een lokaal krantje had gestaan. Ze vertelde dat ze al eindeloos lang wordt getreiterd door een buurman. Dat had haar tot wanhoop gedreven, ze zei dat ze zelfmoord wilde plegen.”

Hij: „We hebben haar binnen gehaald, haar verhaal aangehoord, haar tot rust laten komen. Aan het einde van de avond heb ik haar thuis gebracht.”

Zij: „Toen hij thuis kwam, heb ik de crisistelefoon van het maatschappelijk werk gebeld. Om te vragen of er de volgende dag iemand bij die vrouw kon langsgaan.”

Hij: „Weet je wat het antwoord was?: ‘Het is weekend nu, wij kunnen niks meer doen. Kunt u maandagochtend om negen uur terugbellen?’ Toen hebben wij haar zelf maar het hele weekend een beetje in de gaten gehouden.”

Zij: „In de zes weken van de zomervakantie hebben we al tweemaal een programma van vier dagen in de week gedraaid, in een voetbalkantine hier in de buurt.”

Hij: „Ja, we kwamen erachter dat de zomer voor veel ouderen heel eenzaam is, als hun kinderen en kleinkinderen op vakantie zijn. Een hoop mensen zien of spreken wekenlang niemand.”

Zij: „De hele ochtend, tot en met de lunch, kunnen de mensen dan gezelligheid hebben aan elkaar. We organiseren activiteiten: bloemschikken, speeltjes, glas beschilderen.”

Hij: „Een hele goeie vriend en z’n zoon komen een paar keer muziek maken en zingen. We zijn op excursie geweest naar het speelklokmuseum in Utrecht.”

Zij: „Weet je, Leo heeft al drie keer met Willem-Alexander gepraat!”

Hij: „Ja, moet je je voorstellen, zo’n gewone jongen als ik. Ik heb hem een keer rondgeleid hier in het Laakkwartier. Toen heb ik ’m een dvd’tje gegeven over de opening van een speelplaats die we in de buurt hadden ingericht. De volgende keer dat ik hem zag, zei hij dat hij het een mooie stunt had gevonden dat bij de opening al die ballonnen uit twee enorme champagneflessen waren gekomen. Hij had die dvd dus bekeken en hij wist het nog – zoiets verwacht je toch niet?”

Zij: „Ze komen hier allemaal even kijken: raadsleden, Kamerleden, ambtenaren – allemaal willen ze zien hoe wij ’t aanpakken.”

Hij: „Voor dit werk krijg je zóveel terug: vriendschap, hartelijkheid, waardering.”

Zij: „Dit is het mooiste project waaraan we ooit hebben gewerkt. Dit blijf ik doen totdat ik erbij neerval.”