Wiebes, die hybride auto is dus niet zo duurzaam

Laten we nog even wachten voor we de fiscale loftrompet steken over (half-)elektrische auto’s, stelt Maurits Meijers.

Staatssecretaris Eric Wiebes (Financiën) heeft het leaseplan van het ‘monsterverbond’ van vertegenwoordigers van de autobranche en verschillende milieuorganisaties overgenomen. Daarmee probeert hij een milieuvriendelijk plan voor de bijtelling op te stellen.

Het probleem is echter dat hij, en anderen met hem, zich blind staren op de CO2-uitstootwaarden. Ook houden ze geen rekening met de negatieve gevolgen die de productie van hybride auto’s met zich meebrengt.

In de laatste versie van Wiebes’ plannen worden de fiscale voordelen van elektrische – en hybride auto’s ten opzichte van normaal aangedreven auto’s groter. Met andere woorden, de staatssecretaris wil mensen belonen die voor een milieuvriendelijke auto kiezen.

Dat klinkt als mooi en vooruitstrevend beleid. Maar hoe goed zijn elektrische en hybride auto’s eigenlijk voor het milieu? En is de ‘ecologische wielafdruk’ van elektrische en hybride auto’s wel zo klein?

Elektrische en hybride auto’s worden alom geprezen voor hun duurzaamheid. En met reden: de CO2-uitstoot van hybride auto’s is veel kleiner, mits hij goed wordt gebruikt. Wanneer we de hybride auto echter als oplossing voor al onze milieuproblemen binnenhalen, zijn we blind voor de negatieve bijkomstigheden die de productie van elektrische en hybride auto’s met zich meebrengt. Duurzaamheid laat zich immers niet terugbrengen tot alleen CO2-uitstoot.

Een ander belangrijk aspect is het gebruik van grondstoffen – en hoe die grondstoffen worden gewonnen. Nemen we dat in ogenschouw, dan is de ‘ecologische wielafdruk’ van een flitsende nieuwe hybride auto wellicht groter dan die van een oude roestbak. Of zoals de Duitse ecoloog Friedrich Schmidt-Bleek in Der Spiegel zei: „Wie iets voor het milieu wil doen, moet in z’n oude Volkswagen Kever blijven rijden.”

Voor de productie van een elektrische of een hybride auto is immers enorm veel koper nodig. Volgens Schmidt-Bleek is het winnen van koper zeer schadelijk voor het milieu: per kilogram koper wordt er 500 kg natuurlijke grondstoffen verbruikt. Bovendien zorgt de extractie voor bijkomend afval.

Daarnaast moeten we ons afvragen waar onze stroom vandaan komt, voor we de fiscale loftrompet steken over (half-)elektrische auto’s. Meer dan 80 procent van de in Nederland geproduceerde elektriciteit komt namelijk uit fossiele brandstoffen, aldus het CBS.

Met andere woorden, in de ogenschijnlijk duurzame plannen van staatsecretaris Wiebes wordt een industrie gesubsidieerd die juist zeer schadelijk is voor milieu. Een pro forma groen beleid dat alleen naar CO2-uitstoot kijkt, is daarom niet voldoende. In zaken als het bijtellingsplan moeten beleidsmakers zorgvuldiger overwegen wat eigenlijk de netto ‘winst’ op het gebied van milieubescherming is. Want tellen we de ‘ecologische rugzak’ van de bouwstoffen van elektrische en hybride auto’s mee, dan is de optelsom helaas niet zo positief.

Willen we dus werkelijk iets op het gebied van duurzaamheid bereiken en willen we de voetafdruk van de mensheid verkleinen, dan moeten we een eerlijker debat over groen beleid voeren. Hierbij moeten we onze ogen openen voor de mogelijke keerzijden van een dergelijk ‘groen’ beleid én moeten we naar het hele ecologische plaatje durven te kijken.

Dan horen we ook te erkennen dat we moeilijke afwegingen moeten maken en dat elke ‘groene keuze’ vervuilende gevolgen kan hebben, of het nu gaat om zonnepanelen, windenergie, biobrandstoffen of hybride auto’s.

Dit moet geen aanmoediging zijn voor hen die elke vorm van duurzaam beleid verwerpen. In tegendeel, het gaat er in het politiek en maatschappelijk debat om deze ecologische dilemma’s openlijk te bespreken. Om daarvoor te zorgen moeten alle kaarten op tafel. De groene kwestie is helaas niet zwart of wit.