Voor grote mensen strips kinderboeken boeken

Hoe meer de boekenmarkt onder druk staat, hoe mooier de boeken worden. Kinderboekenuitgevers hebben het door: om het voortbestaan van goede papieren boeken te verzekeren, moeten die er zeker niet onverzorgd, zuinig of prullerig uitzien. Met alleen een mooi innerlijk kom je er niet meer.

De trend werd vorig jaar al gezet met Het raadsel van alles wat leeft (2013), het vijfdubbel bekroonde evolutiekinderboek van Jan Paul Schutten en Floor Rieder, dat er werkelijk fantastisch uitzag. De manier van uitgeven haalde de (uitstekende) tekst nog eens op, met ontzettend veel illustraties in vele kleuren, een buitengewone opmaak, een chique linnen rug en goud op snee.

Dat kost natuurlijk wel wat, en daarom vertrouwen uitgevers vaak op geheide, bewezen successen. Terwijl er bij de grotemensenboeken een onophoudelijke speurtocht gaande is naar het ‘onontdektste’ meesterwerk, worden in de kinderboekenhoek gewoon bekende klassiekers opgepoetst. Dat is toe te juichen: evergreens als de sprookjes van Andersen, de dierenverhalen van Tellegen, Lewis Carrolls Alice in Wonderland werden dit najaar doeltreffend in het nieuw gestoken, weer houdbaar voor nieuwe generaties.

Maar ook nieuwe prentenboeken worden steeds vaker zo uitgegeven dat de prachtige tekeningen écht tot hun recht komen. Zo emanciperen de kinderboekillustraties, signaleerde hoogleraar Saskia de Bodt al in haar studie De verbeelders. „Al die weelderige, kleurige, ruim bemeten prentenboeken worden onder het mom van kinderboeken verkocht en bekroond, maar veel ervan hebben een royaal groter bereik dan de doelgroep”, schreef ze. Inderdaad: deze kinderboeken mogen ook gerust op úw verlanglijstje.

Thomas de Veen