Voor en door ons dorp

Het witte huis met de appelboom in het Brabantse dorp Neerkant ziet eruit alsof de bewoners alleen maar even weg zijn. Maar het hele gezin Wals – vader, moeder en vier kinderen – kwam om bij de ramp met vlucht MH17. Hoe heeft het dorp dat verwerkt? „Niet alles is even belangrijk meer.” Tekst Arjen Schreuder Foto’s Ans Brys

Het was de eerste week van de zomervakantie en het was donderdag en het liep tegen de avond en iedereen stond op straat. „Het leek wel een camping”, zegt Mariëlle Boots, directeur van basisschool Sint Willibrordus. Het was 17 juli. De inwoners van het Oost-Brabantse Neerkant hadden zojuist vernomen dat een vliegtuig boven Oekraïne was neergestort en hadden van elkaar gehoord dat het gezin Wals in dat vliegtuig zat. Jeroen (47) en Nicole (43) Wals-Martens met hun vier kinderen Brett (17), Jinte (15), Amèl (12) en Solenn (9).

Het was een onwerkelijke boodschap voor de achttienhonderd inwoners van het dorp. Het gezin Wals was die dag vertrokken voor een vakantie naar Maleisië. Daar zouden ze een rondreis maken. De ouders van Nicole waren op het huis komen passen. Zoals ze wel vaker deden. Omdat vader Jeroen door zijn werk als manager bij Philips veel in het buitenland was en moeder Nicole niet alleen een baan had als orthopedagoog maar de afgelopen jaren een aanvullende studie had gevolgd.

Het gezin was hier achttien jaar geleden komen wonen, in het gezellige witte huis, een voormalige herberg, schuin tegenover de school in de Dorpsstraat. Het was, zeggen dorpsbewoners, een gezin om bij te willen horen. Hoogopgeleide ouders uit het verre Amsterdam, een succesvol gezin waar je tegenop keek, waar je je kinderen graag mee liet omgaan. De vier kinderen waren allemaal in Neerkant geboren en waren allemaal lid van een of twee van de vele verenigingen die het dorp rijk is.

„Ze waren volkomen ingeburgerd”, hoor je in het dorp zeggen, alsof ook het omgekeerde na bijna twintig jaar heel goed mogelijk zou zijn geweest. Want eigenlijk hoor je pas écht bij Neerkant als je er vele generaties woont. Dan pas kun je meepraten over de geschiedenis van dit katholieke Peeldorp met de pakweg twintig families die hier al enkele eeuwen wonen, veelal boeren die grote armoede hebben meegemaakt, soms vetes hebben uitgevochten, samen de oorlog hebben meegemaakt, de Tweede Wereldoorlog aan het einde waarvan hier hard is gevochten. En die in 1969 met enig wantrouwen hippies uit Amsterdam zagen komen. „Langharig tuig” van de folkgroep CCC Inc. dat een boerderij kocht en een commune stichtte. Eén van de leden van destijds, Ernst Jansz, zanger en oprichter van de popgroep Doe Maar, woont er nog steeds. „Neerkant was toen een gesloten gemeenschap maar we zijn toch gemakkelijk opgenomen”, zegt hij.

Whatsapp-groep

Vanaf de eerste berichten op televisie en social media was eigenlijk al duidelijk dat er geen hoop meer was, vertelt de vijftienjarige Carolien Strijbosch, een goede vriendin van dochter Jinte. „Met onze vriendinnen hebben we een groep-whatsapp. We hadden nog een app van Jinte uit het vliegtuig gekregen, drie minuten voordat ze zou opstijgen. ‘Ik hoop dat ik het overleef, goodbye’, schreef ze.” De bevestiging, de volgende ochtend, dat de leden van het gezin inderdaad tot de passagiers van vlucht MH17 behoorden, was ook voor schooldirecteur Mariëlle Boots geen verrassing. „Vader Jeroen zat voor zijn werk heel vaak in het vliegtuig. Zo iemand mist niet zomaar een vlucht.”

Nog vóór de bevestiging had ze al besloten de deuren van de school die vrijdagavond te openen om de inwoners van het dorp de gelegenheid te geven samen te rouwen. „Achteraf waren er mensen van de gemeente die vonden dat we erg snel waren geweest. Maar ja, het lag voor de hand. De school heeft een centrale plaats in het dorp. Mensen komen hier automatisch naartoe. Iedereen heeft wel een kind op school, of een kind op school gehad. Het is goed dat we van alles hebben georganiseerd. De kinderen hebben tijdens de vakantie kunnen rouwen en hoefden daardoor geen dramatische start bij het begin van het nieuwe schooljaar te maken.”

Zelf heeft ze er ook veel van geleerd. „In het begin dacht ik: sjips, wat moet ik doen. Er zijn wel protocollen voor sterfgevallen maar dit was anders. Er stonden hier mensen van The New York Times en CNN op de stoep. Die heb ik te woord gestaan. Het was allemaal overweldigend.”

De Walsjes waren geliefd en er is de afgelopen maanden veel gehuild in het dorp. „Ik heb lummels van achttien jaar een kwartier lang met elkaar zien janken voor het huis van hun vriend Brett. Dat maakt indruk. Ik stond er perplex van”, vertelt Henk Joosten, gepensioneerd eigenaar van een radio- en televisiewinkel in het dorp, docent techniek op de basisschool en beheerder van het plaatselijke museum. Enkele dorpelingen besloten samen met hem een afscheidsbijeenkomst te houden. „We wilden niet op elkaar blijven wachten maar samen iets doen”, vertelt dorpsbewoner Ad Cosijn, gepensioneerd rector van onder meer het Peelland College in het naburige Deurne, waar drie van de vier kinderen Wals op school zaten of hadden gezeten. Het moest een gedenkwaardig afscheid worden „voor en door ons dorp” waarvoor onder anderen alle dorpsgenoten persoonlijk werden uitgenodigd.

Gedenkwaardig werd het. De vrienden van Brett, gekleed in shirts van voetbalclub Neerkandia, vertelden dat ze enkele dagen voor de ramp hadden gepraat over waar ze in augustus heen zouden gaan, als ze hun rijbewijs hadden. „We zouden overal heen kunnen.” Vriendinnen van Amèl vertelden dat ze veel van haar hadden geleerd. „Bijvoorbeeld om gewoon te zeggen wat ik vind en om mezelf te zijn, ook als een ander dat niet altijd leuk vindt.” En: „Om minder braaf te zijn.” Er volgde een uitvoering van Anna Kendricks ‘Cup Song’, het lievelingsliedje van jongste dochter Solenn, door klasgenoten die bekertjes omdraaien terwijl de tranen over hun wangen rollen.

Appelboom

En de beroemdste inwoner van Neerkant, zanger Ernst Jansz, zong een lied dat hij ooit schreef voor een overleden vriend, en dat nu ook passend was. Ernst Jansz: „Ad Cosijn vroeg mij iets te zingen. Ik vertelde over het lied ‘De tijd van appelbomen’ en Ad vertelde op zijn beurt dat in de tuin van de familie Wals ook een appelboom stond die voor hen heel belangrijk was. Toen kregen we allebei wel even kippenvel.” Jansz kende de familie niet heel goed. „De oudste zoon is hier wel eens geweest om klusjes in de tuin te doen.” Wel vond hij het lastig om het lied te zingen. „Het was extra moeilijk. Het is heel emotioneel en toch moet je door blijven zingen.”

De bijeenkomst, door meer dan achttienhonderd mensen bezocht in gemeenschapshuis De Moost, heeft louterend gewerkt. Hier konden de dorpelingen eindelijk samen rouwen. Zanger Ernst Jansz: „Het was indrukwekkend. Toen ik beroemd werd, heb ik me enigszins teruggetrokken uit het dorp. Ik ga nooit naar de kroeg of zo. Maar wat ik steeds opnieuw merk, is de ongelooflijke betrokkenheid bij elkaar. Als hier iemand sterft, vertellen de buren het aan elkaar door. En bij de uitvaart komt gewoon het hele dorp naar de kerk. Als Amsterdammer ben ik daar altijd jaloers op geweest. In Amsterdam ken je hoogstens alleen je buurman.”

De organisatoren van de herdenking kregen een bedankbrief van bewoner Cor Kuijpers, die twaalf jaar geleden in het buitengebied van Neerkant kwam wonen. „In het huis van Friessen. Wij zelf vinden het overigens al jaren het huis van Kuijpers”, schrijft hij. „Indrukwekkend” en „waardig” noemt hij de bijeenkomst. „De wijze waarop Neerkant afscheid heeft genomen van de familie Wals is voor mij absoluut de bevestiging dat ik niet meer uit Neerkant weg wil.”

Mede-organisator Henk Joosten denkt dat de ramp, bij alle ellende, toch nog ergens goed voor is geweest. „Ik heb een enorme verbondenheid tussen groepen gezien. Toen de eerste kisten in Nederland aan kwamen, hebben we in Neerkant ook gerouwd. Er lag een bloemenzee voor het huis van de familie en op het terras zat de voormalige pastoor van het dorp tussen de jankende jongens. Dat vergeet ik nooit meer.”

Carolien Strijbosch: „Weet je wat gek is? Voor de ramp kenden wij de vrienden van Brett eigenlijk niet. We spraken hen nauwelijks. En nu zitten we gewoon naast elkaar bij café Internos.”

Ad Cosijn: „Het was lange tijd het gesprek van de dag.”

Henk Joosten: „Deze ramp heeft de saamhorigheid verdiept.”

Ad Cosijn: „Het dorp is altijd wel saamhorig geweest. We hebben hier vier jaar geleden een grote storm gehad. Er zijn toen veel bomen omgewaaid en binnen een half uur stonden hier heel veel mannen met motorzagen klaar om de boel op te ruimen. Er was ook een kas waarvan het glas was gebroken. Er hebben wel tachtig mensen glas staan vegen.”

Henk Joosten: „De ramp heeft mensen bij elkaar gebracht. Ik ben hier vijftig jaar geleden komen wonen en heb pas gaandeweg ontdekt waarom enkele mensen nooit met elkaar spraken. Dat had volgens mij nog met de oorlog te maken. Die mensen zag ik na de ramp weer met elkaar praten. Dat zegt toch wel iets.”

Schooldirecteur Mariëlle Boots vindt dat de ramp ‘verbroederend’ heeft gewerkt. „Neerkant is trots op zichzelf. Waar een klein dorp groot in kan zijn. Het dorp is boven zichzelf uitgestegen. We hebben deze klus samen geklaard en daardoor is er rust in het dorp gekomen.”

Ad Cosijn: „Een ramp als deze heeft een grote impact. Sinds de storm kijkt iedereen bezorgd als de lucht ineens groen wordt. En sinds de ramp luister ik altijd als een vliegtuig aan komt. Je vindt niet alles meer vanzelfsprekend.”

Carolien Strijbosch: „We hebben samen het verdriet beleefd. Dat verdriet maakt alles anders. We maken minder snel grapjes. En niet alles is even belangrijk meer. Laatst was het beeldscherm van de telefoon van mijn vriendin kapot gegaan. Voor de ramp was dat ontzettend belangrijk geweest. Nu zeggen we: ‘Er zijn veel ergere dingen’.”

En het huis van het gezin Wals? Die aardige witte woning die eruit ziet alsof de bewoners alleen maar even weg zijn? Over de toekomst daarvan zijn de nabestaanden nog in conclaaf. Wel is zeker dat er een gedenkplaats komt voor de familie, naast het oorlogsmonument op het plein voor de kerk. Het wordt een ronde zitbank met zes leuningen die herinneren aan alle leden van het gezin. In het midden daarvan zal een boom worden geplant die, aldus Ad Cosijn, „de blijvende bescherming van het dorp symboliseert”.