Van Rijn moet zeggen waar hij moreel staat

Politici worden steeds meer beoordeeld op wie zij zijn, niet wat op zij zeggen of doen. PvdA-staatssecretaris Martin van Rijn heeft dat deze week pijnlijk ervaren. Zijn tv-debat met de 81-jarige aanleunbuurman van zijn vader verloor hij op punten omdat hij de technocraat bleef die het beleid nog één keer uitlegt. Als mens gaf hij niet thuis.

Natuurlijk, Van Rijn had de moed zich bij Pauw te laten ondervragen, maar in de strijd om het gelijk bleef hij steken in de groef van het decentralisatiebeleid. De mensen hebben het al zo vaak gehoord. En wat zij horen klopt niet met wat zij lezen over sluitingen van bejaardenhuizen, over massaontslagen in de thuiszorg. Hoezo langer thuis blijven wonen? In Stadskanaal is een kort geding aangekondigd van nog net thuiswonende bejaarden die hun poetshulp verliezen. En daarmee hun zelfstandigheid.

Welkom in de nieuwe wereld van politiek als oefening in voorbeeldig burgerschap. Claartje Brons, werkzaam op het ministerie van Binnenlandse Zaken, is er net op gepromoveerd. Zij onderzocht de politieke onvrede in deze jonge eeuw. Ontevredenen blijken niet massaal hun vertrouwen in de democratie te hebben verloren, maar wel in politici die niet duidelijk maken waar zij moreel voor staan, die niet kunnen aantonen wat zij met die waarden bereiken, terwijl zij wel goed voor zichzelf zorgen.

Nu is Van Rijn op sommige van die punten kansrijk genoeg. Hij gaf een meer dan dubbel zo goed betaalde baan bij het pensioenfonds van de zorg op om de lastigste klus in het kabinet op te knappen. Hij moet gigantische zorgbezuinigingen bij de gemeentes neerleggen en verkopen als verbeteringen.

De staatssecretaris zei bij Pauw meer dan eens dat hij de politiek was ingegaan om iets te doen aan onhoudbare toestanden als die waar zijn demente moeder in verkeert. Moreel eerste klas, maar daarna miste hij de afslag. Door te herhalen wat hij al zo vaak heeft gezegd, bleef hij de bestuurder van vroeger. „De zorg is te duur geworden. Mensen willen c.q. moeten langer thuis blijven wonen. Misschien moeten we anders gaan denken over de echt zware zorg.”

Van Rijn bleef de loyale uitvoerder van het regeerakkoord maar hij liet geen medeleven blijken met al die mensen wier partner of ouder uren in een natte luier zit. Hij kon niet aannemelijk maken waarom de drastische bezuinigingsverbouwing voor ouderen, jongeren met problemen en chronische patiënten tot betere zorg zal leiden.

Als je de gemeende klachten van je vader en zijn strijdmakker in de cliëntenraad van het Haagse verzorgingshuis niet voelbaar serieus neemt, zak je door het ijs als politicus in de 21e eeuw. Dat is niet zomaar pech voor één politicus, het betekent dat op een moment van de waarheid de grootste uitvoerder van Rutte II de kans mist om het volk ervan te overtuigen dat alle ellende en onzekerheid die op zorggebied nog gaat komen, nodig is voor het goede doel.

Ter verdediging van Martin van Rijn: het volk wil alles, zonder te hoeven kiezen. Jarenlang kon dat. Dát kan je de politieke generaties van de laatste tientallen jaren kwalijk nemen. Men is gewend geraakt aan steeds uitdijende aanspraken op zorg en inkomen. Anders dan de Noren hebben we het aardgasgeld grotendeels daar aan besteed.

Nu het gratis geld op is en meer mensen oud worden, loopt de zaak vast. In plaats van de groef dat de markt alles oplost, is de mode van Den Haag nu: alles wat naar het lokaal bestuur kan is welgedaan.

Het voordeel van decentralisatie is dat er lokale democratie is om te controleren of de schaarsere middelen redelijk worden verdeeld. Nadeel is dat ziekenhuizen, artsen en andere zorgverleners contracten moeten sluiten met alle ruim 400 gemeenten. Gemeenten die dat niet aankunnen doen het samen – gevolg: het democratische toezicht verwatert. Intussen worden steeds meer verschillen duidelijk tussen de zorg die gemeenten in vergelijkbare gevallen denken te gaan bieden.

Donderdag streed de Kamer verder met staatssecretaris Van Rijn over de volgens de oppositie bedreigde wijkverpleging. Achter de terechte strijd om de feiten schuilt een fundamenteler debat: heeft het kabinet gelijk dat ‘we’ niet meer geld over hebben voor fatsoenlijke verzorging van oude en zieke medemensen? En dus stevig moeten snoeien.

Kiest de meerderheid inderdaad voor een geïndividualiseerde, marktgeoriënteerde samenleving, een naast-elkaar-leving?

Dat is waarom de overheid ons de participatiesamenleving inpraat. Met heel veel regels om vooral je eigen boontjes te doppen. Een door markt en staat opgelegd klantenbestaan waar het vrije burgerschap steeds meer uit is weggeredeneerd. In zo’n land eist de burger als aangepaste klant de beste dienst voor de minste prijs. Dat wordt dan een vrij matige dienst met een minimum aan privacy.

De grote aandacht voor Piketty en belastingparadijzen is een uiting van een vrij ongearticuleerd onbehagen over een wereld die velen niet willen. Zou er een meerderheid zijn die, als de consequenties goed zijn uitgelegd, kiest voor volgehouden medemenselijkheid, die collectieve arrangementen in de zorg steunt, zonder ze te overvragen?

Politiek is per definitie moreel. Het is gek dat de partijen die niet cynisch over de mens willen denken aan de groef van de huidige politiek zo zelden ontsnappen en het alternatief zo zelden uitdragen. Martin Van Rijn en zijn partij zouden daar van nature voorvechters van moeten zijn.