Tandartsen zijn niet duur, zeggen ze zelf

Foto ANP

Nog een dik halfjaar wachten, en dan gaan de tarieven van tandartsen omlaag. De Nederlandse Zorgautoriteit, een toezichthouder, heeft dat gisteren besloten. Zes vragen:

1. Waarom stellen tandartsen zelf hun prijzen niet vast?

Tandartsen zijn een beetje buitenbeentjes in de zorg. Aan de ene kant zijn de tarieven van de tandarts niet vrij, die stelt de toezichthouder vast. Aan de andere kant zijn tandartsen van oudsher kleine ondernemers, met veelal een eigen praktijk. Ze gelden als de vrije jongens van de zorg. Zij hebben zich weten te onttrekken aan de tucht van de grote verzekeraars. Ze zijn goed georganiseerd en hebben lef. Zij hebben niet te maken met de enorme kortingen waarmee andere kleine zelfstandigen in de zorg kampen, zoals fysiotherapeuten, logopedisten en psychologen.

Aantal tandartspraktijken stijgt

2. De tarieven gaan nu omlaag, maar waren die recentelijk niet geëxplodeerd?

Dat klopt, althans, dat stelde de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) vast. Nadat de prijzen in 2012 in een experiment vrij werden gelaten, constateerde de toezichthouder al snel gebrekkige marktwerking en een tarief dat gemiddeld met 10 procent was gestegen.

Van de bezoekers die ontevreden waren over hun tandarts bleek eenderde geen alternatief in de buurt te hebben. Grote prijsverschillen tussen tandartsen duidden op een markt die niet functioneerde. Maar de tandartsen stelden dat het onderzoek niet deugde. De prijzen zouden slechts 3 tot 4 procent zijn gestegen. Onder druk van de Tweede Kamer werd het experiment vroegtijdig gestopt. Lobbyclubs van tandartsen strijden sindsdien voor rehabilitatie van hun beroepsgroep. Zij kwamen met tegenonderzoeken die fouten van de NZa zouden aantonen.

3. Klinkt bekend, tandartsen die onderzoeken afkraken

Inderdaad, aan het huidige besluit over de tarieven is eveneens een taaie strijd voorafgegaan. Advieskantoor KPMG deed een studie en stelde dat tandartsen met een inkomen van 105.000 euro toe kunnen. Veel te weinig, vonden de tandartsen. Kijk maar naar dat van de huisarts, die heeft een ‘norminkomen’ van 125.000 euro. Hoe hoger dat inkomen, hoe meer dit doorwerkt in de tarieven die de toezichthouder vaststelt. Het norminkomen is uiteindelijk opgetrokken naar 128.000 euro.

4. Waarom gelden er geen maximumtarieven bij tandartsen?

Vrije tarieven met een door de overheid vastgelegde maximumprijs lijken inderdaad het beste van twee werelden. Waar gezonde concurrentie mogelijk is, zullen de prijzen dan dalen. En waar de bezetting van tandartsen dun is, zullen de tarieven niet de pan uit rijzen. Dat zou een slimmere manier van marktwerking zijn, maar na het mislukte experiment moet de politiek daar even niets van hebben. En zo’n vrije markt met een prijsplafond is voor tandartsen evenmin aantrekkelijk. Nu mogen zij ondernemen tegen gegarandeerde afzetprijzen.

5. Die tarieven gaan omlaag. Betalen we nu dus te veel?

Ja, dat kan je wel stellen, afgaande op de onderzoeken van de toezichthouder. Er wordt bewust een half jaar de tijd genomen zodat de tandartsen zich op de nieuwe tarieven kunnen instellen. De tarieven zijn dan ook een onderhandelingsresultaat: een klankbordgroep van diverse belangenclubs was bij de besluitvorming betrokken. Het is sowieso de vraag of er niet te veel betaald wordt voor de tandarts. Verzekeraar Achmea concludeerde eerder dit jaar dat een op de zeven tandartsen te veel declareert,

Maar de sector betwist dit. Verzekeraars en tandartsen geven elkaar over en weer de schuld van de verouderde declaratiesystemen. Tandartsen werken nog met medische codes uit de jaren tachtig. Het gevolg is dat het vullen van een gaatje, misschien wel de meest uitgevoerde behandeling, niet helder te declareren is. Het systeem kent het begrip vulling niet eens. Twintig jaar geleden gebeurde dat overwegend met zilverkleurig amalgaam, nu is de witte composietvulling in zwang.

6. De NZa raakte in opspraak. Speelde dat een rol bij de nieuwe tarieven

Tandartsen en toezichthouder stonden lange tijd lijnrecht tegenover elkaar. Maar de NZa én het ministerie van VWS kregen in september scherpe kritiek van de commissie-Borstlap. Die deed onderzoek naar aanleiding van Arthur Gotlieb, de klokkenluider die begin dit jaar zelfmoord pleegde en een bezwaarschrift schreef tegen zijn beoordeling bij de NZa, en andere misstanden aan de kaak stelde. Dat rapport gaf volgens een van de onderhandelaars “een momentum van aangepaste krachtsverhoudingen” tussen het ministerie, de toezichthouder en de tandartsen. Anders gezegd, de NZa zingt een toontje lager, de tandartsen krijgen meer hun zin.