‘Politiek is ons lot, berusten kan niet’

De oorlog tegen IS houdt SP-Tweede Kamerlid Sadet Karabulut, kind van Koerdische Turken, zeer bezig. Toch verzet haar partij zich tegen de luchtaanvallen van Obama. „We kunnen IS geen groter plezier doen dan die bombardementen.”

SP-Kamerlid Sadet Karabulut, door sommigen getipt als toekomstig partijleider. „De SP is misschien te braaf geworden.” Foto David van Dam

Eén: Nederlander. Twee: vrouw. Drie: socialist. Daarna een poos niets. En dan: Koerdisch, Turks, alevitisch. Gevraagd naar de rangschikking van haar vele identiteiten noemt Sadet Karabulut dit rijtje vliegensvlug en zonder enige spoor van twijfel op. Boven alles voelt ze zich een Nederlandse vrouw met linkse ideeën. De rest? Volgt op grote afstand.

Het is dan ook wennen voor Karabulut dat ze de laatste tijd vooral met dát deel van haar identiteit bezig is. De opmars van Islamitische Staat in Syrië en Irak en de belegering van Kobani hebben de Koerdische gemeenschap in Nederland in rep en roer gebracht. En dus voelde Karabulut, kind van Turkse Koerden, de noodzaak zich uit te spreken. Ze schreef een manifest tegen IS. Ze ging op tv in discussie met Koerden, daags nadat die het Tweede Kamergebouw hadden bezet. Ineens was ze ‘die Koerdische parlementariër’.

Binnen de SP wordt Karabulut gezien als een groot politiek talent. Ze werd dit voorjaar gevraagd om wethouder te worden in Amsterdam (ze zei ‘nee’ want „ik ben nog niet klaar met mijn werk in Den Haag”). Sommigen zien in haar zelfs een toekomstig partijleider. Als Kamerlid valt ze op door de harde, compromisloze stijl waarmee ze ten strijde trekt tegen het „ultra-rechtse” kabinet-Rutte II. Met name staatssecretaris Klijnsma (‘IJzeren Jetta’) van Sociale Zaken moet het ontgelden. Dit kabinet, zegt Karabulut, is in beleid een voortzetting van de gedoogcoalitie met Geert Wilders. „Ze doen alleen wat minder lelijk tegen buitenlanders.”

Sadet Karabulut (39) werd geboren in Dordrecht, als jongste in een gezin van vijf kinderen. Vader was een klassieke gastarbeider. Begin jaren zeventig werkte hij eerst in een kippenfabriek en later bij Philips. Haar broer en drie zussen, geboren in Turkije, kwamen pas later naar Nederland. Bij haar broer kwam daar enige dwang aan te pas. „Mijn ouders vreesden dat hij politiek actief zou worden en in het gevang zou belanden.” Het waren de jaren van represailles in de Koerdische gebieden na de militaire coup van 1980.

Haar familie komt uit Tunceli (in het Koerdisch: Dersim), een stad in zuidoost-Turkije met een lange geschiedenis van opstandigheid en onderdrukking. Karabulut is trots op die Koerdische traditie van koppigheid. „Ze laten zich hun identiteit, taal en gevoelens niet afnemen.” Religie speelde geen rol bij de familie Karabulut. Toen ze in haar tienerjaren besloot dat ze niet in God geloofde, was dat thuis geen probleem.

Alle vijf kinderen Karabulut zijn politiek geëngageerd – op de de linkerflank. Haar drie zussen zijn lid van de SP, haar broer Nuri richtte in Nederland een koepel van Turkse arbeidersverenigingen op – en is daar nog steeds voorzitter van. „Als Koerd is politiek je lot, zeggen ze. In mijn jeugd ervoer ik dat niet zo, maar achteraf denk ik: natuurlijk! Het Koerdische volk is de belichaming van onderdrukking. Je bij de situatie neerleggen is geen optie.”

Een decennium geleden, ze woonde inmiddels in Amsterdam, werd Karabulut lid van de SP. Het waren de jaren van 9/11 en de war on terror. Bij een protestwake tegen de oorlogen in Irak en Afghanistan had ze SP’ers leren kennen. Pas later, zegt ze, ontdekte ze dat de partij ernstig sympathiseert met de Koerden. De buitenlandpolitiek van de SP „speelde zwaar mee” in haar beslissing om lid te worden.

De SP is als enige partij in de Tweede Kamer tegenstander van de luchtaanvallen op IS. Hoe leggen jullie dat uit aan de Koerdische achterban?

„Al deze ellende is juist het gevolg van militair ingrijpen in het Midden Oosten, namelijk de Amerikaanse invasie van Irak in 2003. Natuurlijk, IS is monsterlijk en moet bestreden worden. Maar het is verkeerd te denken dat dit kan met een langdurige interventie. Sterker, we doen IS een groot plezier met deze bombardementen: zo komen zij in de martelaarsrol. Je krijgt alleen vrede door democratische groepen te steunen en te zorgen voor een eerlijker verdeling van de welvaart.

„Was het maar zo simpel dat de coalition of the willing bezig is met het beschermen van minderheden. De Verenigde Staten willen gewoon doorgaan met het verdelen van de grondstoffen uit de regio – wat ze al decennia doen. Aan die agressieve Amerikaanse agenda doet de SP niet mee.”

Achter de aanvallen op IS gaat Amerikaans imperialisme schuil?

„Zo zou je het kunnen noemen, al is het het natuurlijk niet alleen Amerikaans. Deels zit er de naïeve gedachte achter dat je met bommen democratie en mensenrechten kunt brengen. Maar er zit ook een bezettingspolitiek achter. Het gaat om economische belangen. De gebieden waar nu gevochten wordt, zijn olierijk.”

Bezettingspolitiek? De VS hebben hun lesje toch geleerd na Irak en Afghanistan?

„Ze hebben nu een andere strategie: geen grondtroepen, meer drones. Maar de ambitie om achter de schermen Irak te besturen, hebben ze niet opgegeven. Ze willen mooie oliedeals maken. Er is geen alternatief plan om de volkeren in het Midden Oosten zelf hun land te laten besturen.”

Proberen de VS niet, zo goed en zo kwaad als het kan, erger te voorkomen?

„Als er massamoord dreigt, steunt de SP militair ingrijpen. Ook luchtaanvallen. Daarom hebben we de bombardementen om de yezidi’s te helpen, deze zomer, ook gesteund.”

Hoe kan de SP beoordelen of er wel of niet massamoord plaatsvindt?

„Dat is heel erg lastig, zo niet onmogelijk. Maar met de yezidi’s was het overduidelijk. En nu in Kobani heeft iedereen toch kunnen zien dat duizenden mensen worden aangevallen met als enige doel: totale vernietiging? We zien de beelden, de VN spraken van dreigende genocide of massaslachting. De strijd die de Syrische Koerden voeren om hun stad te behouden, die moet je op alle mogelijke manieren steunen. Dus ook met luchtaanvallen.”

Zodra het gaat over de ‘Koerdische kwestie’ in Turkije is Karabulut op haar hoede. Dan spreekt ze plots met mitsen en maren. Het is een „ontzettend gevoelig onderwerp”, zegt ze. Ze wil voorkomen dat „lolbroeken die uit zijn op polarisatie” haar woorden „aangrijpen om angst te zaaien”.

Op wie ze doelt: nationalistische Turkse Nederlanders die haar betichten van ‘PKK-sympathieën’. Elke campagne heeft ze er last van, zegt ze. „Dan zeggen mensen op de markt ineens: ‘Hé, jij bent van de PKK, we willen niets met je te maken hebben’. Dan zeg ik: je moet niet alles geloven. Ik ben geen terrorist. Ik ben voor vrede tussen Koerden, Turken en alevieten.”

Waarom betichten ze u daarvan?

„Nationalistische Turken hebben angst gecreëerd in de hoofden van de mensen: de Koerden willen zich afscheiden, ze zijn een gevaar. Er is voor hen maar één identiteit en dat is de Turkse. Terwijl Turken en Koerden prima in staat zijn samen te leven. Mijn man is ook een ‘gewone’ Turk.

„Het is een taboe onder Turken om te spreken over de Koerdische kwestie, ook in Nederland. Toch denk ik dat het gros van hen vindt dat de Koerden rechten moeten krijgen. Ik ben er heilig van overtuigd dat er een oplossing mogelijk is. Maar als je je daarvoor inzet, als je dingen hardop benoemt, dan zeggen de nationalisten: Karabulut is van de PKK.”

Moet de PKK van de internationale terreurlijst af?

„Die discussie moet gevoerd worden en onze inzet is dat de PKK van de lijst gaat. De kaarten liggen nu heel anders dan in de jaren tachtig en negentig. Een zusterpartij van de PKK vecht in Syrië tegen IS. De PKK helpt mee met de strijd in Irak tegen IS. Er is een wapenstilstand in Turkije, de PKK voert vredesbesprekingen. Dan is het raar als je zegt: de PKK is gelijk aan IS, want ze staan op dezelfde lijst. Zulke lijsten zijn altijd politieke besluiten.”

Ze probeert, zegt Karabulut, het vak van volksvertegenwoordiger „zo puur als mogelijk uit te oefenen”. Dat vertaalt zich in een confronterende stijl waarvan niet iedereen in Den Haag gecharmeerd is. „Sommigen vinden mij te hard. Maar je hebt gewoon meningsverschillen in de politiek. Als je duidelijk en eerlijk tegen elkaar bent, krijg je betere politiek.”

Wie vinden uw confronterende stijl eng?

„Neem zo’n Klijnsma. Die kijkt wel eens beduusd of sip als ik haar aanval. Zo van: ik bedoel het toch allemaal goed, waarom ga je er dan zo overheen? Dan denk ik: mens, dat snap je toch wel? Met goede intenties alleen kom je er niet.”

Soms speelt u op de man. In een debat over het nabestaandenpensioen noemde u Klijnsma „gevoelloos”.

„Dat vond ik echt! Het was niet Klijnsma’s eerste plan dat ik koud en kil vond: bezuinigingen op de sociale werkplaatsen, harde aanpak van uitkeringsgerechtigden. Nu wilde ze een kleine groep mensen treffen, die ook nog eens heel kwetsbaar is.”

U heeft ooit gezegd: het Communistisch Manifest heeft nog steeds waarde. Wat bedoelde u daarmee?

„Je kunt je nog steeds door zo’n boek laten inspireren. Er staat een passage in over arbeiders die geen vaderland kennen omdat het grootkapitaal met ze schuift. Dat is nog steeds hartstikke actueel. Kijk naar arbeidsmigratie, dat geeft altijd frictie.”

Het Communistisch Manifest was ook een oproep tot revolutie.

„‘Revolutie’ vertaal ik als: optimistisch zijn en niet zielig in een hoekje zitten. Ik vind dat mensen moeten knokken voor hun zaak.”

Waarom profiteert de SP niet meer van de malaise bij de PvdA? In de peilingen winnen jullie nauwelijks, terwijl de PvdA op 25 zetels verlies staat.

„We doen het niet heel slecht in de peilingen, en we zitten nu in het bestuur van de grote steden. Maar gezien de situatie van de PvdA en het harde beleid van het kabinet zouden we beter moeten scoren. Ik denk dat de mensen door de crisis een beetje murw zijn gebeukt. Ze houden vast aan partijen die inspelen op angst. Maar we moeten als SP ook zichtbaarder zijn. Misschien zijn we iets te braaf geworden. We moeten op alle fronten, van kader tot fractie, een tandje bijzetten. We doen wel ons best nu, maar blijkbaar brengen we de boodschap niet goed genoeg over.”

Hoe verklaart u die braafheid?

„Misschien proberen we te veel het redelijke alternatief te zijn. De SP is erg gericht geweest op regeringsverantwoordelijkheid. Daardoor hadden we misschien minder oog voor wat er buiten het Binnenhof gebeurde.”

Ligt het aan Emile Roemer?

„Het is niet alleen Emile Roemer. Ik voel me net zo goed verantwoordelijk. Natuurlijk, Roemer is ons uithangbord. Je voorman moet gewoon presteren. Maar hij doet hartstikke z’n best. Hij heeft niet zo’n lekkere periode gehad, na de verkiezingen van 2012 en de laatste Algemene Beschouwingen. Daar is genoeg over geschreven en gezegd. Voor hem geldt hetzelfde als voor de rest van de partij. De machine moet beter gaan draaien.”