Over alles en niets

Elsbeth Etty grasduint door de stapel nieuw binnengekomen boeken en geeft haar eerste indruk.

Alternatieve of counterfactual geschiedschrijving is pas interessant als de aangedragen scenario’s voldoende plausibel en beredeneerd zijn. Dat is zeker het geval met de tien episodes uit de niet-gebeurde geschiedenis van België in Het land dat nooit was [1] onder redactie van drie Vlaamse academische historici.

Wat als de geschiedenis nu net even een slag anders was gelopen? Had België dan wel bestaan? Was de koningskwestie die het land van 1945 tot 1950 verscheurde dan uitgedraaid op een republiek? Kon Vlaanderen niet anders dan rechts en katholiek zijn? Wanneer en waarom ging de taalkwestie de andere breuklijnen in België (tussen klerikaal en seculier, tussen kapitaal en arbeid) overheersen?

If-history draait altijd om de rol van het toeval in de geschiedenis, maar onderscheidt zich van historische sciencefiction: de factor toeval staat in wisselwerking met gegeven structurele verhoudingen. Dit boek toont aan dat serieuze ‘tegenfeitelijke geschiedschrijving’ wetenschappelijk verantwoord kan zijn, geen fantasie maar een serieus gedachte-experiment. Zo krijgen we bijvoorbeeld meer inzicht in de oorzaken van de Belgische gespletenheid.

‘Over verdampend België en de natiestaat als geconstrueerde eenheid’ is een van de tientallen stukjes ‘over van alles en nog wat’ die Bert Wagendorp heeft gebundeld in Het jongensparadijs [2]. De succesauteur van de wielren- en vriendschapsroman Ventoux draait hier zijn rondjes op de korte baan. ‘Over van alles en nog wat’ had natuurlijk ‘Over alles en niets’ moeten heten, want de onderwerpen doen er helemaal niet toe (‘Over de voordelen van het fietsen en de opname van de fiets in het zorgpakket’, ‘Over de vakantie en het nareizen van illusies’, ‘Over de angst om opgesloten te zitten’). Het gaat zuiver om de toon en de stijl en die zijn aangenaam, onpretentieus en relativerend. ‘Wij hebben de werkelijkheid liefst simpel en in hapklare brokken.’

De uit een productie van vijf jaar geselecteerde stukjes – losjes gegroepeerd in thema’s – verwijzen met de titels als ‘Over zus en zo’ naar Multatuli’s ‘Het pak van Sjaalman’ en diens Ideeën. Sommige stukjes doen weliswaar niet aan Multatuli, maar op hun best toch wel aan Karel van het Reve denken.

Volgens de Duitse scenarioschrijfster Silke Riemann en de Nederlandse filmregisseur Ben Verbong was Jo Bonger, de schoonzus van Vincent van Gogh, niet jaloers en kleinburgerlijk. In de epiloog van hun ‘vie romancée’ Johanna. De vrouw die Vincent van Gogh beroemd maakte [3] stellen ze te willen afrekenen met het beeld dat ‘tot nu toe’ is geschetst van de echtgenote van Vincents broer Theo. Maar wie de geschiedenis kent, weet allang dat Johanna van Gogh-Bonger allerminst een jaloerse kleinburger was. Als feministe van het eerste uur en bezorger van zowel de schilderijen als de brieven van haar zwager, verdient zij een serieuze biografie, in plaats van de soap die Riemann er van heeft gebrouwen. Het boek, uit het Duits vertaald door Janneke Panders, wemelt van de fouten en omissies. Hopelijk valt er nog een mooie biopick uit te destilleren. Het zou tenslotte niet voor het eerst zijn dat co-auteur Ben Verbong van een matige roman (Het meisje met het rode haar van Theun de Vries) een goede speelfilm maakt.

Leuk uitgeversideetje: hedendaagse schrijvers/columnisten bloemlezingen laten samenstellen uit het werk van Gerrit Komrij, vader van de literaire polemiek. Het Komrijk van Bas Heijne [4] heeft Drift als subtitel en bevat behalve columns ook Komrijs Huizingalezing ‘Over de noodzaak van tuinieren’ uit 1990. ‘Gerrits steekspel met de wereld […] had altijd een romantische inslag’, concludeert Heijne in zijn inleiding. Ook in Wild, zoals Het Komrijk van Hanna Bervoets [5] heet, komt de zachte kant van de geharnaste polemist aan bod. Bervoets en Komrij waren Facebookvrienden en net als Heijne roemt de Volkskrantcolumniste in haar inleiding zijn kwetsbaarheid ‘die ontroert, juist omdat we ook de harde, ironische Komrij kennen.’

Belangrijker dan dit persoonlijke gebabbel is dat de beste stukjes van de oude meester, zoals ‘De brutale hoeksteen’, ‘Hilariteit’ en ‘Eigendunk’ weer eens onder het stof vandaan zijn gehaald.