Nu zijn dus ook de privélevens van naaste familieleden politiek

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen? Deze week: de ouders van Martin van Rijn en het persoonlijke in de politiek. Ofwel: waarom Den Haag na deze week nooit meer hetzelfde zal zijn.

Tekst Tom-Jan Meeus Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Het fijne van politiek is: je kunt het altijd versimpelen. Een halve dag nadat staatssecretaris Van Rijn dat ongemakkelijke interview over zijn dementerende moeder bij Pauw gaf, een optreden dat de politiek naar ik vrees voor altijd veranderde, keerde de Kamer woensdag terug naar zijn dagelijkse ritueel: regeling van werkzaamheden.

Kijk, daar stond Renske Leijten (SP) al bij de microfoon. Leijten is geen type voor subtiliteit of bescheidenheid. Zij ziet veel onrecht in de wereld, die zij in stijlvaste woede bestrijdt. Politiek als heavy metal: alle dagen de Highway to Hell als reële dreiging.

Zij schetste hoe de staatssecretaris bij Pauw volledig had gefaald. Geen enkel begrip had hij opgebracht voor de schrijnende situatie van zijn eigen moeder. In het verzorgingstehuis was zo weinig personeel dat Van Rijns vader haar, aldus het AD, soms met de urine op de enkels aantrof.

Van Rijn reageerde in de uitzending zoals hij dat als oud-topambtenaar decennia deed: in die wereld beantwoord je feiten en klachten met procedures en abstracties. Volkomen ongeschikt voor de emotiecultuur van moderne politiek en media. En volkomen logisch in de binnenwereld van het bestuur: ziedaar de echte spanning die deze week aan de oppervlakte kwam.

Leijten besloot het contrast tussen die onpersoonlijke staatssecretaris en haar eigen invoelende natuur te accentueren. Zij zei: „Het ontbrekende gevoel van urgentie heeft mij diep geraakt.”

En ze was zo van slag dat hiermee, zei ze, „het vertrouwen” in de staatssecretaris „in het geding” was.

Misschien zag u haar bruggetje aankomen – maar zelf werd ik even overvallen door deze praktische uitwerking van haar diepgeraaktheid.

En dan: de zoon afzetten wegens het ongenoegen van zijn vader – welk staatsrecht was dat? Kon je dan ook, ik noem maar wat, de minister van EZ afzetten als zijn broer, een boer, boos was wegens krimpende landbouwsubsidie?

Zelfs Fleur Agema van de PVV, ook geen lachebekje, óók niet vies van opportunistische kunstjes, zag niet in hoe de toestand van Van Rijns ouders kon leiden tot een invoelend pleidooi voor aftreden van de zoon. „Nu al grote woorden als ‘vertrouwenskwestie’ gebruiken”, zei Agema, „vind ik echt te ver gaan.”

Zo accentueerde dit onbedoeld de opportunistische leegte waarmee het ‘geval’ van Van Rijns ouders deze week aan het Binnenhof werd behandeld.

Het heette dat het persoonlijke nu definitief politiek was geworden. Daar zat (helaas) veel in. Maar voorlopig was het persoonlijke vooral een politieke smoes geworden: een alibi om op die staatssecretaris in te beuken.

Het ergste was dat daarmee vrijwel alle context onbesproken bleef: het feit dat kabinetten er de afgelopen dertig jaar (!) niet in slaagden de oplopende kosten van verzorgingshuizen te beteugelen. En dat zo twee jaar terug, bij het aantreden van Van Rijn, de situatie bestond die tot rigoureus ingrijpen noopte – al wordt de kern van dit beleid pas binnenkort ingevoerd.

En frappant genoeg is het argument voor ingrijpen al sinds 1985 (kabinet-Lubbers I) hetzelfde: nergens ter wereld gaat relatief zoveel geld naar de collectieve behuizing en verzorging van ouderen als in Nederland.

Wanneer je stukken uit die drie decennia doorspit vallen je een paar dingen op. De zorg is een ondoordringbare vesting gebleven. Somatisch, psychogeriatrisch: het gemak waarmee men dit soort termen in brochures en nota’s gebruikt, illustreert dat nooit de ambitie heeft bestaan een algemeen publiek te bereiken. Wat dat betreft is de kwetsbaarheid voor incidenten, zoals die deze week bleek, een ongemak van eigen makelij.

Bovendien: terwijl de overheid dus dertig jaar communiceerde dat men het aantal mensen in verzorgingshuizen terugdrong, gebeurde in de praktijk het omgekeerde. De beleidseffecten konden de vergrijzing onmogelijk bijbenen. Dus in 1985 woonden 140.000 mensen in een verzorgingshuis; in 2012, toen Van Rijn aantrad, was dit aantal volgens het ministerie 370.000.

Ergo: ook de bekende tekortkoming van politici – plannen benadrukken, resultaten negeren – werkte hier een onjuist beeld in de hand. Men deed alsof het probleem kromp – terwijl het groeide als kool.

Onder die omstandigheden werd Van Rijn in 2012 staatssecretaris – en zijn aanpak was rigoureus anders. De decentralisatie van de langdurige zorg, per 1 januari, leidt volgens een projectie van de Rekenkamer in één klap tot 100.000 minder inwoners van zorginstellingen. Veel kenners prijzen Van Rijn hiervoor: „Na al die jaren hebben we eindelijk iemand die werkelijk iets doet”, zei bij voorbeeld gezondheidseconoom Marcel Canoy deze week.

Intussen bemoeilijkte Van Rijn de laatste jaren al de toegang tot verzorgingshuizen: alleen de zwaarste gevallen van dementie – zoals zijn moeder – werden nog toegelaten. Maar de budgetkorting die hij instellingen oplegde wegens minder patiënten (hoe minder inwoners, hoe minder geld) had óók een effect dat direct op zijn moeder betrekking heeft: nu instellingen veel zwaardere patiënten onder zich hebben, maar hetzelfde geld per patiënt ontvangen, daalt de kwaliteit van de zorg onvermijdelijk.

Vooral mantelzorgers – zoals Van Rijns vader – lijden hieronder, meldde de staatssecretaris in mei zelf nog aan de Kamer. Van de 300.000 mantelzorgers met een dementerende partner, leerde onderzoek, is naar schatting „de helft overbelast en lopen twee op de vijf mantelzorgers een groot risico op overbelasting”.

Dit was globaal de stand van zaken toen het AD vorig weekeinde Van Rijns vader ontmoette in de zorginstelling van zijn dementerende echtgenote.

Wat een ironie: vaders frustraties als mantelzorger bleken frappant overeen te komen met het profiel van de gefrustreerde mantelzorger dat zijn zoon dit voorjaar aan de Kamer stuurde.

Nu denk ik ook dat Van Rijn en zijn woordvoerders hierna de fout ingingen: zij hoopten zijn vader uit de media te houden, en speelden dat niet erg sportief.

Zo slaagde het departement er afgelopen maandag nog in het AD uit het hoofd te praten dinsdags te vermelden dat het om Van Rijns vader ging. Het lekte toch uit. Maar dat die krant vervolgens geen interview met Van Rijn kreeg, en Pauw diezelfde dag wel, liet zien dat op zijn ministerie fatsoen was vervangen voor powerplay: de paniek moet groot geweest zijn.

Achteraf kon je moeilijk op een van de actoren afgeven: alle betrokkenen hadden hun eigen logica. Het AD deed verslag van een maatschappelijke misstand. Pauw wilde het thema die dag in zijn uitzending. En toen voorlichters van Van Rijn doorkregen dat ze dit niet meer tegen konden houden, besloot de staatssecretaris halverwege de avond de schade te beperken door er zelf te gaan zitten.

Zo ontstond politieke televisie met historische potentie: na deze avond kan het leven van familieleden van politici voortaan bij elke aanleiding gepolitiseerd worden – ook als die politici dit zelf niet willen.

Eerder hadden we natuurlijk de broer van Wilders en de moeder van Asscher (als commissaris bij een tabaksfirma). Maar nooit zagen we dat de politicus zich gedwongen zag zich live op televisie te verantwoorden voor privézaken op zijn beleidsterrein.

Nu zou je nog kunnen zeggen: dit was uitzonderlijk, een incident, dit zal zich niet zomaar herhalen. Maar het probleem zat, vrees ik, in de volgende dag. Het gemak waarmee een Kamerdebat over de zaak werd aangevraagd, en de ogenblikkelijke discussie over zijn positie die de SP erin zag, illustreerden hoe groot de verleiding is het persoonlijke in de politiek uit te spelen.

De verklaring is simpel: particulier drama raakt nu eenmaal gevoelens bij kiezers die een beleidsnota nooit zal raken. Particulier drama is de effectiefste politieke communicatie die bestaat. En dus kon je deze gang van zaken evengoed zien als een aankondiging: ook dit taboe is blijkbaar geslecht.

Kortom: als ooit blijkt dat een familielid van Renske Leijten bezwaren maakt tegen SP-principes of -standpunten, loopt ook Leijten nu het gevaar dat media hier nieuws inzien – en politici van andere partijen relevantie. Dit is het ongemakkelijke resultaat van afgelopen week.