Meer dan visuele bravoure populair arthouse films

Een ijzersterke Oscareditie, een goed Cannes filmfestival zonder uitschieters, een redelijke Nederlandse filmoogst: dat was filmjaar 2014 in een notendop. Oscarfilms zien we in de lente; de filmdistributeurs hopen zo optimaal te profiteren van de Amerikaanse publiciteit. Van de goede Oscaroogst lijken het puur visuele vuurwerk van ruimtespektakel Gravity en het ernstige 12 Years a Slave toch iets minder te beklijven dan de hyperkinetische zwarte satire The Wolf of Wall Street van Martin Scorsese, of het halfverdoofde, wazige Her, over de liefde tussen mens en computer, maar eigenlijk over contactarmoede. Spetterende acteerduels als American Hustle en Dallas Buyers Club toonden aan dat het om meer draait dan visuele bravoure.

In de filmzomer (het seizoen van de spektakelfilms) gaven alleen Tom Cruise’s actiefilm Edge of Tomorrow en de bloedserieuze apenfilm Rise of the Planet of the Apes enige verkoeling. Opvallend tussen het superheldengedoe bleek Boyhood, het filmische hoogtepunt van 2014 waarin regisseur Richard Linklater twaalf jaar lang Mason, een gewone jongen in Texas, volgde, van lagere school tot universiteit. Een briljante, fascinerende en melancholieke exercitie, waar we kinderen zien opgroeien en ouders verwelken, inzichten groeien en illusies vervliegen.

Nederland bracht ons een geflopte kostuumfilm, een aantal competente, maar weinig originele waar gebeurde en misdaadfilms – Lucia de B., Bloedlink, Infiltrant. Maar vooral veel kinderfilms en romantische komedies – dé succesgenres – plus nogal wat films met zieke en stervende hoofdrolspelers – kanker was een hoofdthema in 2014. Al konden de Amerikanen daar ook wat van: zie The Fault in Our Stars, die bioscopen vol adolescente meisjes tot tranen roerde.

Coen van Zwol