Column

Eenmaal in de lucht gingen de hoofddoekjes af

We vlogen met Iran Air van de Iraanse hoofdstad Teheran terug naar Amsterdam. De vlucht begon met een gebed uit de Koran dat op schermen werd vertoond. Eenmaal in de lucht gingen de hoofddoekjes af en kwamen de mooiste vrouwen tevoorschijn. De stewardessen bleven gesluierd en brachten zo nu en dan vies eten. Het kuipje doorzichtige pudding ontplofte in mijn gezicht toen ik de zilverfolie eraf peuterde. Ik vond het bij de ervaring horen.

Minder leuk werd het boven Amsterdam.

Het laatste dat we door de intercom hoorden was dat we de riemen moesten omdoen, daarna bleven we boven de hoofdstad cirkelen. Na twee uur sprak de piloot ons in het Engels toe.

„We are out of petrol.”

Alleen dat.

Een van de passerende stewardessen adviseerde om gewoon in de stoel te blijven zitten.

Na een tijdje bleek dat we waren omgekeerd, we waren nu op weg naar Boedapest waar we zouden tanken en daarna zouden we wel zien. Terwijl de Iraanse passagiers hun lot in stilte droegen gingen de paar Nederlanders door het lint. Zelf vond ik de officiële mededeling ‘we zien wel’ ook mager. Het boordpersoneel dat inmiddels al het eten en drinken had uitgedeeld speelde zijn laatste troeven uit. De grootste mopperpotten werden gepromoveerd naar de businessclass. Aan mij werd gevraagd of ik zin had om te roken. Omdat we waarschijnlijk uren in Boedapest zouden verblijven was een van de toiletten omgetoverd tot rookruimte. Ik sloot aan in een rij van twintig mensen voor het toilet.

Een aparte ervaring.

Elke keer als de deur openging ontsnapte er een rookwolk die werd bestreden met een spuitbus. De ervaring werd nog beter toen een van de wachtende Iraniërs mij een vraag stelde.

„Were you a footballer? Did you play for the national team?”

Een droom.

Ik was nog nooit met iets sportiefs geassocieerd, maar nu stond ik oog en oog met een man van middelbare leeftijd die in mij een international zag. Kwam het doordat ik om maar te kunnen slapen een Voetbal International over mijn hoofd had gevouwen? Het deed er niet toe. Ze waren met een groepje nu, hardop radend wie ik dan toch wel niet was.

Uiteindelijk besloot ik dat ik Aron Winter was, ik had in 84 interlands zes keer gescoord en was daarna gaan roken. Niemand kende Aron Winter. Ik dacht aan Thomas Erdbrink, correspondent in Iran voor deze krant. Hij vertelde me een verhaal over een bezoekje aan het platteland van Iran, waar iemand hem op de man af vroeg: „Are you Michael Jackson?”