Laat iets na voor goed doel, maar voorkom conflicten

Legaten voor goede doelen nemen de komende decennia toe in frequentie en omvang. De generatie van vlak na de oorlog is veel vermogender geworden dan ooit was gedacht. Het huis verveelvoudigde in waarde, het inkomen was goed en de generatie van de babyboomers was relatief spaarzaam. Zo werd er een stuwmeer van vermogen opgebouwd. Voor mensen met kinderen is de nalatenschap meestal geen issue. Voor mensen zonder kinderen kan het onderwerp een zorg zijn. Als er dan, na veel nadenken, een goede bestemming wordt vastgelegd bij de notaris, is de opluchting vaak groot.

Goede doelen anticiperen al jaren op de toename van legaten en ze hebben zich op dit gebied dan ook geprofessionaliseerd. Vooral grotere organisaties hebben mensen met kennis van nalatenschappen aangetrokken. Het zal dan waarschijnlijk ook vaker voorkomen dat een goed doel zich moet verdedigen, omdat nabestaanden een testament aanvechten waarin een liefdadig legaat is opgenomen.

In zo’n geval is het goed te weten dat alleen een notarieel gemaakt testament een dergelijke wilsbepaling vast kan leggen. Wanneer notarissen bij de vaststelling hiervan een ‘niet pluis’-gevoel hebben, bijvoorbeeld wanneer de testateur opeens alles anders wil, moeten zij extra zorgvuldigheid betrachten. Daarvoor geldt het protocol Wilsbekwaamheid. Vorig jaar was ‘de kwetsbare oudere’ zelfs het thema van de jaarvergadering van het notariaat. Het onderwerp staat dus hoog op de agenda.

Om te voorkomen dat een goed doel in opspraak komt, is het raadzaam te kijken naar welke rol de sector zelf kan spelen in de preventie van misstanden. Ik denk aan het niet toestaan dat het opstellen van het testament wordt bekostigd door het goede doel. En, een commissie vanuit het notariaat en de sector zou het onderwerp in het licht van de actualiteit binnenstebuiten kunnen keren.

Legaten zijn van toenemend belang, ook voor het Concertgebouw. Zo geven muziekliefhebbers muziek door aan volgende generaties. Zo’n besluit kan daadwerkelijk gelukkig stemmen en verdient alle zorgvuldigheid.

, directeur van het Concertgebouw Fonds

Werkstress

Anderhalve baan vergt veel

Bram Bakker stelt dat werkstress een „onzinnige kreet” is (NRC, 6 nov.). Stress kent volgens vele oorzaken en komt niet slechts door werk.

Werk is echter wel de voornaamste oorzaak van stress en moet dan ook zodanig worden aangepakt. Veel stellen met kinderen hebben samen een ‘anderhalve’ baan, de een werkt voltijd en de ander deeltijd . De voltijdbaan vergt echter vaak meer tijd dan de 40 uur die hiervoor staat, bijvoorbeeld door de vaak lange reistijd.

Ondertussen is de halve baan met name door flexwerken en het moeten opdraven op niet-werkdagen ook structureel zwaarder dan het aantal uren die er nominaal voor staan. Hier komt het huishouden dan nog eens bovenop.

Aan deze structuren kan een individu zich niet onttrekken. Daarom moeten ze juist niet breed, maar op hoger niveau worden aangepakt. Organisaties hebben hier een verantwoordelijkheid, slimmer ontwerp van hun kant vermindert deze structuurstress.

Pas als het voorbeeldstel daadwerkelijk een anderhalve baan werkt en verdient kunnen ze privé en werk structureel combineren. Dan krijgen ze pas tijd voor ontspannen of voor mantelzorg aan ouders en naasten met ziekte of handicap zonder door de combinatie burn-out te raken.

L.J. Lekkerkerk