Column

Is er tact en charme of gaan de ego’s botsen?

Twee Europese functionarissen staan in een lift in Brussel. „Hoe gaat het?”, vraagt de een. „Complete chaos”, zegt de ander, wallen onder de ogen. „Ik ben blij als deze periode voorbij is.” De Europese Unie is goed in het opzetten van onafhankelijke, ambtelijke instellingen. Terwijl politici en bestuurders komen en gaan, is de gedachte, waarborgen instellingen continuïteit en stabiliteit. De EU propageert institution building overal ter wereld. Maar als je nu spreekt met mensen in het Europees parlement, de Commissie of de Raad, merk je meteen dat een paar personeelswisselingen aan de top de boel flink kunnen veranderen, zelfs lamleggen. De wisseling van de wacht beïnvloedt zelfs de manier waarop Europa gerund wordt.

Deze week is er weer een nieuwe Commissie aangetreden. Heel Brussel praat over niets anders. De dame in de lift had een nieuwe baas gekregen, die de hele afdeling wilde reorganiseren. Nederlanders vragen zich af waarom er zo weinig landgenoten in kabinetten van nieuwe eurocommissarissen zitten, en waarom zoveel oud-medewerkers van commissaris Kroes zijn afgewezen. Anderen vinden dat er te veel Duitsers en ex-medewerkers van ex-commissaris Reding (geen vriendin van Kroes) zijn aangesteld. Daarbij zijn de kabinetten jonger en meer onervaren dan ooit.

Er zijn 28 nieuwe eurocommissarissen. Vroeger waren die allemaal gelijk. Nu zit er hiërarchie in: onder president Juncker zitten zeven vicepresidenten, onder wie Frans Timmermans, waaraan de rest ondergeschikt is. Hoe gaat dit systeem werken? Als Timmermans constant collega’s afremt die ‘onnodige regulering’ voorstellen, knalt hij dan niet snel op een muur? Hoe beoordeelt hij hun voorstellen eigenlijk, met een handjevol kabinetsmedewerkers? Gaan alle commissarissen die zich met economie bezighouden elkaar vliegen afvangen? Kan buitenlandvertegenwoordiger Mogherini met de commissarissen onder haar (buurlandenpolitiek en ontwikkelingshulp, soms handel of energie) een werkverdeling afspreken? Of gaan daar ego’s botsen? Dat het eerste overleg deze week goed liep, was meteen de talk of the town. Je kunt zeggen: Brusselse roddel en achterklap. Maar het is veel meer: dat Mogherini kennelijk meer tact, inzicht en charme in huis heeft dan haar horkerige, humeurige voorgangster Ashton, is superrelevante informatie in Parijs, Berlijn, Washington en Beijing.

Dit is nog maar het begin. Op 1 december wordt de Pool Tusk Europees president. Hij is vooral geïnteresseerd in energie en buitenlandpolitiek. Daar komt hij Juncker meteen tegen – hoewel die de kwakkelende euro-economie en het repareren van de moeizame Frans-Duitse betrekkingen als grotere prioriteiten ziet. Die twee hebben al geluncht. Maar niet vaak genoeg om te weten of ze harmonieus kunnen samenwerken en geen onnodige tijd besteden aan de vraag wie Europa vertegenwoordigt of vooraan mag zitten. Wat een goede persoonlijke chemie tussen twee presidenten politiek betekent, zie je aan de warme banden tussen Juncker en parlementsvoorzitter Schulz. Het parlement, dat vroeger vooral reageerde op Commissievoorstellen, wordt steeds meer bij beleidsvoorbereiding betrokken. De twee hoogste bazen koken namens hun socialistische en conservatieve families Europese besluitvorming voor. Of Tusk daar zijn plek in vindt, maakt voor de Europese politiek veel uit.

Europa wordt door velen gehaat, binnen en buiten de Unie. Krijgen burgers weer vertrouwen in Europa? Hoe gaan we met de escalerende crisis in Oekraïne om? En met Poetin, en de jihadi’s? Dit zijn immens belangrijke vragen. Bijna griezelig om je te bedenken dat de antwoorden, zelfs met sterke instituties, voor een groot deel blijven afhangen van gedrag, karakter en hang-ups van een paar mensen.