In melk zit geen nieuws

Soms word ik moe van het nieuws over voeding. Vorige week bijvoorbeeld: ‘Dood door veel melk.’ Wat daar beweerd werd kon gewoon niet. Waarom verschijnen er zoveel cowboyverhalen over voeding in de media?

Eerst de reden waarom ik de uitkomst van dat onderzoek onaannemelijk vind. De Zweedse onderzoekers hadden 100.000 mannen en vrouwen laten opschrijven wat ze aten en dronken en hielden bij wie er in de volgende 20 jaar doodging. Melk drinken verdubbelde de kans daarop. Als dat waar is, zouden vier glazen melk per dag even dodelijk zijn als roken, of als 47 kg overgewicht. Er zijn tientallen eerdere studies gedaan naar melk en geen vond zo’n toename in sterfte. Zouden die allemaal dit enorme effect hebben gemist? Laat die Zweden de zaak eerst nog maar eens goed narekenen. Ze onderkenden gelukkig wel de beperkingen van hun onderzoek en vermeden daarom bewust de publiciteit. Die ‘dodelijke melk’ is vermoedelijk bedacht door een persbureau zoals Reuters of het ANP; de media namen dat over.

Je zou kunnen zeggen: dergelijk onderzoek moet niet gepubliceerd worden, dan komen er ook geen verwarrende verhalen in de krant. Maar zo werkt de wetenschap niet. Uiteindelijk is er voor ieder fatsoenlijk uitgevoerd en opgeschreven onderzoek een wetenschappelijk tijdschrift te vinden dat het opneemt. Het voordeel daarvan is dat er geen briljant onderzoek in de kiem wordt gesmoord. Neem de Nobelprijs van 1978 voor de omzetting van energie in cellen. Rond 1971 deed ik als student mijn afstudeervak in het laboratorium voor Biochemie van professor Slater in Amsterdam. Slater onderzocht hoe in lichaamscellen de energie uit vet en koolhydraten wordt omgezet in beweging en elektriciteit. Hij had daarover een hypothese, daar werd in zijn lab hard aan gewerkt. Peter Mitchell werkte aan een concurrerende hypothese, niet bij een universiteit maar in een Engels landhuis. Die hypothese was heel vreemd, iets met spanninkjes en membranen, en velen in Slater’s lab deden er wat lacherig over. Wat niet hielp was dat Mitchell zijn ideeën publiceerde in grijze schriftjes die hij zelf uitgaf. Ook het tijdschrift Nature nam artikelen van hem op want bij Nature houden ze van een gok; desnoods publiceren ze tien onzinartikelen, als ze maar de primeur hebben van die ene toekomstige Nobelprijswinnaar.

Slater had gegronde kritiek op Mitchell maar toch steunde hij deze concurrent en nodigde hem uit om te spreken op belangrijke congressen. Slater is een gentleman voor wie fair play vanzelf spreekt. Ik denk ook dat hij de betekenis onderkende van Mitchell’s hypothese, al geloofde hij er zelf niet in. En u voelt hem al aankomen: Mitchell won een Nobelprijs.

Een ander voorbeeld is de chemicus Dan Shechtman. Hij werd door de halve wereld belachelijk gemaakt: die quasikristallen die hij ontdekt had, die konden helemaal niet bestaan! Het hoofd van zijn onderzoeksgroep zei dat hij maar eens een leerboek moest bestuderen en ontsloeg hem. Dertig jaar later kreeg hij de Nobelprijs en allerlei toepassingen van quasikristallen staan voor de deur. Dat was nooit gebeurd als wetenschappelijke tijdschriften zijn vreemde bevindingen hadden afgewezen.

Dit wil niet zeggen dat iedere onderzoeker met rare ideeën een genie is; 99 procent van de ontdekkingen wordt gedaan door 1 procent van de wetenschappers, die andere 99 procent vindt nooit iets belangrijks. Maar het wordt pas na vele jaren zichtbaar wie er behoort tot de 1 procent aan wie de natuur haar geheimen prijs geeft. Om die ene revolutionaire bevinding niet voortijdig de kop in te drukken moeten de andere 99 procent ook worden gepubliceerd. Dat is niet erg; het slechte onderzoek wordt vergeten, het goede leeft voort.

Nieuwe studies zijn dus zelden revolutionair. Maar universiteiten sturen wel veel pretentieuze persberichten uit. Onderzoekers moeten namelijk het geld voor hun onderzoek steeds meer buiten de deur verdienen, in felle competitie. Als ze dan eerlijk vertellen dat ze maar zelden iets opzienbarends ontdekken, krijgen ze geen subsidies. Dus overdrijven wetenschappers noodgedwongen. Bij politieonderzoek is dat anders. Na een moord komen er pakweg honderd tips binnen. De rechercheurs bestuderen die serieus, want je kan niet weten, maar ze maken niet bij elke tip een persbericht met de kop: ‘Belangrijk spoor! Oplossing nabij?’ Dat hoeven ze ook niet, want de politie hoeft niet voor elke moordzaak een subsidiegever te vinden die het onderzoek betaalt.

Ik vind het niet erg dat nieuwe publicaties zelden echt iets nieuws bieden. Ik vind het wel een probleem dat universiteiten en journalisten er per se nieuws van willen maken. Geloof me, er is bijna nooit nieuws over voeding. Sla dus die krantenartikelen en uitzendingen over. Als je wilt weten hoe je gezond moet eten, ga dan naar het Voedingscentrum. Die hebben vooral oud nieuws, maar wat ze zeggen klopt.