Ik stroom mee, brok in m’n keel: de mooiste lezersverhalen over de Muur

Morgen is het precies 25 jaar geleden dat de Berlijnse Muur open ging. NRC riep zijn lezers op persoonlijke herinneringen en bijzondere verhalen over de Val van de Muur in te zenden. Een selectie van de mooiste anekdotes.

Foto Peter van der Krogt

Vandaag is het precies 25 jaar geleden dat de Berlijnse Muur open ging. Inwoners van beide delen van de stad vielen elkaar in de armen, vierden samen feest, sloegen met hamers de Muur aan diggelen. NRC riep zijn lezers op persoonlijke herinneringen en bijzondere verhalen over de Val van de Muur in te zenden. Hieronder een selectie van de mooiste anekdotes.

Wanneer zouden ze gaan schieten, die Vopo’s

Op de avond van 9 november 1989 verliet ik met een kofferbak vol bloed-, urine-, en vruchtwatermonsters de stad Groningen. Onderweg vormde de grensovergang bij Nieuwe Schans een schamel lichtpuntje. Ik bereidde me voor op een lange saaie tocht door het Noord-Duitse landschap, op weg naar Berlijn waar een van mijn promovendi wachtte op kostbaar materiaal voor haar onderzoek naar oorzaken van aangeboren afwijkingen bij het gebruik van anti-epileptica in de zwangerschap.

Ten zuiden van Bremen. Klokslag acht uur. De Duitse radio meldt dat de grens tussen Oost en West voor geopend is verklaard. Niet te geloven. Twee uur later voor de grensovergang Dreilinden - de toegangspoort tot West-Berlijn - een kilometerslange file van Trabanten en een enkele Skoda. Oost-Duitsers met ID of paspoort mochten de grens over. Of ik mijn portierraam maar wilde openhouden, met mijn radio hard aan, zodat ze het nieuws konden volgen.

Enkele uren later ging ik met promovendus en collega’s naar de Brandenburger Tor. Wanneer zouden ze gaat schieten, die Vopo’s (Volkspolizei - red.), die in gesloten rijen tegenover een uitzinnige publiek stonden, dat bovenop de Muur al met pikhouwelen stukken uit de muur probeerde te slaan.
Dick Lindhout

Foto Dick Lindhout

Trabanten volgepropt met enthousiaste families

Tijdens mijn eerdere tochten naar Berlijn kon ik niet vermoeden dat aan het einde van de jaren tachtig de Muur zou vallen. Toevallig (of niet) had ik weken voor vertrek een vliegticket naar Berlijn geboekt. De aankomstdatum lag zodoende vast en wat gebeurde? Twee dagen voor mijn aankomst werd de Muur, onder het toeziend oog van tientallen televisiecamera’s, geslecht. Een zeer historische en voor velen emotionele gebeurtenis. Niemand had gedacht dat in de twintigste eeuw vrij verkeer tussen Oost en West mogelijk zou worden.

Vervolgens kwam ik dagelijks Oost-Duitsers tegen die met de plattegrond van West-Berlijn liepen te stoeien en mij de weg vroegen naar bepaalde winkelstraten of woonwijken. Ik zag veel pastelkleurige Trabanten rondrijden (je hoorde ze anders ook wel), volgepropt met enthousiast glimlachende families, die een dagje West-Berlijn deden. Eindelijk kon dat.

De ‘Ossies’, zoals ze werden genoemd, staarden met hongerige blikken naar de rijkelijk gevulde etalages en vergaapten zich aan het waanzinnige aanbod dat de westerse consumptiemaatschappij te bieden had. Met zoveel draagtassen als hun armen konden dragen gingen die oosterburen met opgewekte gezichten bij het vallen van de avond weer naar huis. In de doorgaande straten stonden de tot het dak gevulde ‘Trabies’ te wachten voor stoplichten. De gaten in de Muur waren echt, het labyrint dat Berlijn heette, was enorm vergroot.
Ronald Wigman

Die ‘Käsekopf’ bleek het toch goed te hebben gehoord

Het was een gewone donderdagavond, ik zou met medestudenten in Kreuzberg eten. Op de radio hoorde ik dat de Muur per direct “voor iedereen open zou zijn”, hetgeen heel rustig werd aangekondigd. Alsof het een normaal nieuwsitem was. Vijf minuten later reden we naar het studentenhuis in Kreuzberg. Aldaar vertelde ik wat ik had gehoord. Grote hilariteit. Die grappige Hollandse met haar Rudi Carrell-accent had het vast verkeerd geïnterpreteerd, dat was natuurlijk gebracht in een wie-weet-stel-je-voor-dat-ooit context!

Na een rustige avond (nota bene driehonderd meter van de Muur) besloten we op tijd weer naar huis te gaan, want de volgende ochtend hadden we ons gevreesde Finance-examen. De radioaankondiging waren we allang weer vergeten. Het bleek waanzinnig druk op straat – het was donderdag… dat kon geen voetbal zijn! Dus ik draaide het autoraampje open, waarna allerlei mensen op ons af kwamen, die ons tot onze stomme verbazing letterlijk met tranen van geluk uitgebreid bedankten.

Aha, die ‘Käsekopf’ bleek het nieuws toch goed te hebben gehoord! We hebben rechtsomkeert gemaakt en zijn direct naar de Brandenburger Tor gereden. Daar hebben we tot de volgende ochtend negen uur met honderden Berliners van West én Oost bovenop de Muur vertoefd waar we sekt dronken, emotionele verhalen deelden, bloemen doorgaven en elkaar deelgenoot maakten van hetgeen we wisten, hoopten en vernomen hadden: dit was wereldgeschiedenis! Op zijn zachtst gezegd waren we ‘een bijzondere ervaring rijker’ toen we ons meldden voor het examen. Dat bleek afgelast. Ee zijn daarna maar een handje gaan helpen door ‘Mauerspecht’ te spelen.
Machteld Ligtvoet

Een blik vanachter de Muur op de Potsdammer Platz. Foto Machteld Ligtvoet

Vijf Ossies ondersteboven door icoon kapitalisme

Als dienstplichtige in Seedorf werd ik in 1978 getrakteerd op een bezoekje aan de Muur. Prikkeldraad, niemandsland, wachttorens, en aan de andere kant een
niets- en niemand ontziende vijand, een levensgevaarlijke tegenstander, aldus de sergeant-majoor. Ik geloofde er geen donder van. Ik vond het onbegrijpelijk, die muur dwars door Europa, en ik wist dat het een kwestie van tijd was: die Muur kon geen stand houden.

Tien jaar na Seedorf valt de Muur. Ik pak mijn tandenborstel en mijn creditcard en stap in de auto, daar wil ik bij zijn. Enschede, Osnabrueck, Hannover,
nog even. Honderd kilometer voor Helmstedt komen we de eerste Trabant tegen. En dan nog een, en dan vijf, en dan tien, en steeds meer, het houdt niet op. Ze pruttelen en ze roken en ze zien er vrolijk uit met lachende en zwaaiende mensen…

Maar dan, tien kilometer voor Helmstedt. Aan de overkant staat een BMW 7-serie langs de kant, een meneer in pak staat er naast. Tweehonderd meter verderop ligt het Trabantje ondersteboven op zijn dak. Vijf Oost-Duitsers staan eromheen. Trabantje total loss. Dat beeld zal ik nooit vergeten: vijf Ossies, eindelijk van het communisme verlost, die in hun Trabbi ondersteboven worden gereden door een icoon van het kapitalisme, de BMW-7. Wat een geweldige metafoor voor wat nog moest komen, en nog steeds heb ik spijt dat ik er geen foto van heb gemaakt.
Ysbrand Galama

Ik stroom mee, brok in m’n keel, microfoon wijd open

Ik sta aan de Oost-Berlijnse kant van de Muur bij de Oberbaum Bruecke. Recht voor mij staat een immens grote poort. Potdicht. Rechts een klein doorgangetje waar de eerste Oost-Berlijners mondjesmaat worden doorgelaten nadat hun papieren zijn gecontroleerd. Ik word tegengehouden. Buitenlanders moeten van en naar Oost-Berlijn gebruik maken van Checkpoint Charlie.

Ik loop terug, interview een paar potentiële West-Berlijn-gangers. Plotseling gejoel, geschreeuw. En dan ineens, om kwart voor twaalf ‘s avonds op 9 november, gebeurt het wonder: de enorme toegangspoort naast het kleine doorgangetje zwaait open en duizenden mensen, met of zonder auto, stromen naar West-Berlijn, zonder enige controle. Ik stroom mee, brok in mijn keel, microfoon wijd open waarin een omstreeks vijftigjarige Oost-Berlijner schreeuwt: “Das verdanken wir dem Gorbatsjov” - dat hebben we aan Gorbatsjov te danken.

Aan de West-Berlijnse kant worden we opgewacht door juichende West-Berlijners, die ons begroeten alsof we van een barre woestijntocht terugkeren in de bewoonde wereld - en voor vele Oost-Berlijners is dat ook een beetje zo.
Dick Verkijk
Oost-Europacorrespondent van 1958 tot 1995.

Als student vergeet je zo’n inspirerende docent nooit

Tijdens de Val van de Muur studeerde ik kunstgeschiedenis aan de UvA en volgde een werkgroep ‘Rembrandt’ bij Prof. Ernst van de Wetering. De val was groot nieuws. Ernst kwam op een dag de werkgroepkamer binnen en zei tegen ons: “Wat er nu gebeurt, de val van deze muur ìs Geschiedenis. Hier móét je bij zijn. We gaan er naar toe!” Dus ‘bedacht’ hij een Rembrandtonderzoeksopdracht voor de werkgroep in en om Berlijn. En weg was ons clubje. In het mosgroene, ratelende Volkswagenbusje met brullende motor van Ernst. Hutje mutje op elkaar op weg naar Geschiedenis.

Hij regelde een maaltijd en een bezoek aan een keurige Duitse Herr Professor met wit tapijt in de huiskamer waar witte wijn de door ons gemorste rode wijn moest verhullen. In Braunschweig sliepen we in superluxe promovendi-kamers naast ’t slot. In Kreuzberg mannetje aan mannetje in een mega groot schilderatelier, waar je olieverf leefde. Berlijn en de Muur, inclusief Checkpoint Charlie, en wat musea met Rembrandts beleefden we intens.

Ernst - altijd met een overvolle agenda - liet op de terugweg de Engelstalige hoofstukken voorlezen door de studenten. Alleen meiden met een zachte stem werden niet verzocht bij toerbeurt voorin plaats te nemen. Ik zie hem nog zitten. Uiterst tevreden dit hij ons dit historische moment had meegeven, intensief luisterend, hangend over het stuur, kilometers vretend tussen Berlijn en Amsterdam. Als student en mens vergeet je zo’n inspirerende docent nooit.
Lydia Bogtstra

Foto Vincent Mentzel

De Muur ging vallen, dat voelde je, maar wanneer?

De herinnering aan de Val van de Muur staat gestempeld in mijn oude paspoorten. Bij het terugkijken naar die momenten in het ‘zwarte vod’, zoals dat genoemd werd, overvalt je weer dat depressieve van Oost-Europa. Je passeerde de grens, vaak in Oost-Berlijn. Je zocht soms de ‘fancy’ overgang van Checkpoint Charlie uit om even nog een laatste gevoel van het vrolijke Westen mee te nemen, voordat je werd onderworpen aan het kruisverhoor en aan alle kant bespiegeld werd in de nauwe doorgang van het grenshokje en de stoïcijns kijkende Vopo (Volkspolizei - red.).

In Oost Berlijn was één plek waar het leek alsof je in het Westen was. Naast het zwaar bewaakte treinstation Friedrichshafen vond je het Cabaret Der Distel, daar werd zogenaamd kritiek geleverd op de leiders. Maar dat was voornamelijk voor de ‘de gast uit het Westen’. Kijk eens hoe vrij wij zijn. Af en toe kwamen er Nederlandse kunstenaars regisseren, zingen of toneelspelen in Oost Berlijnse theaters.

Toch kwam de val van de muur niet als een verrassing in 1989. Voor NRC verbleef ik geruime tijd in Berlijn. Iedere dag even de grens over van West naar Oost. Met de schrijvende collega door de DDR trekken, het verstilde Leipzig, het opgewonden Dresden, Frankfurt Oder, waar je naar Polen de grens over kon. Het verval werd zichtbaar. Het werd druk met journalisten en cameraploegen. De Muur ging vallen, dat voelde je aan alle kanten, het was meer een kwestie van: Wanneer?

1 december 1989 was het zover: De Muur was gevallen, de wereld (in Duitsland stond op zijn kop). Bondskanselier Helmut Kohl zou de Duitse éénwording uiteindelijk bezegelen met een bezoek aan de Brandenburger Tor. Kohl arriveerde omgeven door duizenden opgewonden Duitsers en media op de plaats waar ik ooit eenzaam had gestaan aan Oost Duitse zijde. In de deindende massa was praktisch geen ruimte voor een foto. Ik schreeuwde: “Herr Kohl!! ….Ruud Lubbers!!” En ja hoor, Kohl reageerde… mijn beeld was gemaakt (zie hieronder). Het wachten was alleen nog op de ontwikkelaar en de donkere kamer om te kijken of het beeld ook goed was en geschikt om af te drukken in NRC Handelsblad.
Vincent Mentzel
Voormalig fotograaf NRC Handelsblad, ook ten tijde van de Val van de Muur.

Bondskanselier Helmut Kohl bezoekt de Brandenburger Tor.

Bondskanselier Helmut Kohl bezoekt de Brandenburger Tor. Foto Vincent Mentzel

Uit zijn broekzak diepte hij een verfrommeld kladblokje op

Nog geen week na de negende november besloot ik spontaan naar Oost-Duitsland af te reizen. Eindelijk een keer spectaculaire geschiedschrijving in de buurt waar ik zelf bij kon zijn. Met extra jerrycans benzine achterin de auto en een in de haast handgetekend landkaartje om niet helemaal te verdwalen toog ik oostwaarts.

Het jarenlang leven in isolement werd pijnlijk duidelijk toen ik door het gezag staande werd gehouden ergens in een troosteloze nederzetting toegedekt door de allesoverheersende geur van verbrand bruinkool. Uit een gedeukte en totaal afgetrapte Trabant maakten twee jonge agenten zich los. Laatste flarden van gevoelens voor respect verdampten onmiddellijk na een blik in het uitgewoonde wagentje. De stoelen waren niet meer dan een samenraapsel van restanten textiel met veren die hun weg door de schabberige bekleding gevonden hadden.

In een tot de draad versleten uniform waar de eerste motten inmiddels ook hun posities hadden ingenomen, stapte de oudste van de twee op mij af. Een snelheidsovertreding was de reden voor hun ingreep. Uit zijn broekzak diepte hij een verfrommeld kladblokje op en omdat zijn pen dienst weigerde bood ik de mijne aan zodat naam en adres alsnog genoteerd konden worden. Bij het neerschrijven van het autotype ging het mis. Veel verder dan het herkennen van een Trabant reikte zijn kennis blijkbaar niet en tot zijn schaamte restte hem niets anders mijzelf te moeten vragen in wat voor auto ik reed. Een BMW uit de 3- serie was een voor hem compleet vreemd object.
Lucas Wildervanck

Die ledenvergadering hebben we nooit meer heropend

Op de avond van 10 november stond een vergadering van de Groninger Studentenbond gepland. Als bestuurslid zat ik voor een verhitte zaal met leden, tijdens een schorsing pakte de voorzitter de krant en sprak “Daar, daar in Berljn wordt geschiedenis geschreven en wij vergaderen hier over.. over? ja wat eigenlijk”. Een uur later zaten we in een in de haast geregelde auto: vijf bestuursleden, een verbaasde vergadering achterlatend (het bestuur zou net als de Muur snel vallen).

Uren stonden we in een nachtelijke file, die in beide richtingen rond de grensovergang stond. Trabantjes richting West Duitsland, onze Ford Fiesta en duizenden en duizenden naar Berlijn. In Berlijn reden we per ongeluk vrij snel tot bij de spionnenbrug, en daar was het carnaval, de binnenlopende Oost-Berlijners werden toegezongen en toegejuicht, met drommen tegelijk liepen ze de brug over, verbaasd om zich heen kijkend naar de even verbaasde meute die wij vormde. Er waren kramen om iedereen van warme soep te voorzien (dat was lekker). Nog geen uur later waren we ingechekt in een hotelletje in het centrum en ontdaan van de auto hebben we ondanks de vermoeidheid nog uren meegefeest en nog hard gelachen om de besmuikte gezichten van de ledenvergadering die we nooit meer hebben heropend.
Appie Verschoor
Webmaster nrc.nl

Geen internet en daarom geen informatie over het wereldnieuws

Na drie maanden door China te hebben gereisd, vertrek ik op woensdag 1 november 1989 met de Trans-Mongolië Express vanuit Peking naar Moskou. In Moskou neem ik een paar dagen later de trein naar Amsterdam. We praten over 1989. Geen internet en daarom geen informatie over het wereldnieuws of anderszins. Afijn, ik stap in Berlin Ostbahnhof uit de trein om mijn vrienden in West-Berlijn te bezoeken.

Bij de grensovergang Unter den Linden constateer ik dat er wat aan de hand is. Mijn vorige grensoverschrijdingen waren altijd grimmig en onprettig. Dit keer lacherig. Vreemd. Vervolgens reis ik met de metro naar mijn vrienden. In de metro is iedereen met elkaar in gesprek en een oude vrouw zingt: “Berlin bleibt Berlin.” Pas als ik bij mijn Berlijnse vrienden arriveer begrijp ik wat er aan de hand is. Wat ik altijd voor onmogelijk hield, is gebeurd: De Berlijnse Muur is gevallen!

Daarna gaat alles heel snel. Ik sta op de Muur tussen duizenden anderen en zie Willy Brandt een toespraak houden. Ik sta bij Checkpoint Charly te applaudiseren voor de Oost-Berlijners die West-Berlijn binnenwandelen. Ik zie duizenden Trabantjes door West-Berlijn rijden. Twee dagen later reis ik door naar huis. Ik bel vervolgens aan bij mijn broer. Hij opent de deur en zegt: “Jan, je hebt heel veel gemist, de Berlijnse Muur is gevallen.”
Jan Planthof

Foto Marianne van Oeveren

Om de paar meter stond iemand op de Muur in te hakken

We - mijn ouders en mijn man en ik - hadden een weekje Berlijn geboekt, van 3 tot 11 november. Met de auto gingen we ernaartoe. Op donderdagavond 9 november hadden we eigenlijk niets gemerkt. Wel toeterende auto’s gehoord op de Kurfürstendamm, maar hier geen aandacht aan geschonken. Voetbalwedstrijd gewonnen of studentenfeestje, dachten we. Ook bij het ontbijt de volgende dag hadden we nog niets door. Terwijl wij onze spullen pakten op de kamer, stond mijn vader hard op onze deur te bonken en vertelde dat “de Muur weg was”.

Vervolgens zijn we gelijk naar Checkpoint Charly gereden waar we de Oost-Duitse auto’s massaal de grens over zagen komen. Oftewel, het ‘Trabiklatschen’ uitgevonden zien worden. De stad was in een uitgelaten stemming: om de paar uur werd er op straat een nieuwe editie van de krant uitgedeeld. ‘s Avonds hebben we van Checkpoint Charly naar de Brandenburgertor een wandeling gemaakt langs de Muur, waar om de paar meter iemand stond te hakken. Hamers werden doorgegeven, want je moest tenslotte je eigen stukje uit kunnen hakken.
Marianne van Oeveren

Via een bizarre omweg kwamen we uit in Oost-Berlijn

Bij de melding van de eerste gaten in De Muur in het toenmalige avondjournaal, stond ik met tranen voor de TV. De blijdschap van de ‘Muur-mensen’ gaf me het gevoel dat het nu helemaal goed zou komen met de wereld. Samen met een collega/vriend van de kunstacademie (afdeling Film) wilden we erbij zijn. We leenden een oude Mercedes 180D en stopten die vol met nog oudere 16-mm filmapparatuur. We reden met een slakkengang naar Berlijn om benzine te sparen. In een enorme regenbui raakten we de weg kwijt en via een bizarre omweg kwamen we onbedoeld in Oost-Berlijn uit, waardoor we zonder de inreisstempels terug moesten via Checkpoint Charlie. Dat lukte met bluf.

De volgende dag wilden we een documentaire maken - totaal naïef en onvoorbereid - over de American Forces Network Berlijn, een ‘lokale’ zender, opgericht tijdens de Koude Oorlog, die nu waarschijnlijk zou ophouden te bestaan. We werden vriendelijk aan het militaire hek ontvangen, maar kwamen (uiteraard) niet verder, hoewel het “a very good idea” was. Teleurgesteld hebben we ons daarna onder de ‘hakkers van de Muur’ gemengd en er enkele rolletjes 16-mm gedraaid, zonder concept of verband. We hebben uiteindelijk zelf ook meegehakt. ‘s Avonds hebben we de ‘metro’ genomen naar de laatste halte, diep in Oost-Berlijn - streng verboden - en daar voor Oost-Duitse begrippen uiterst luxe gegeten (doperwten uit blik). De opnamen heb ik nog steeds: zwart/wit en ongemonteerd in het filmblik van toen. Het Filmmuseum heeft inmiddels interesse getoond.
Ruben Koerhuis

File richting DBR net zo lang als richting Berlijn

Op de snelweg staan auto’s stil. Mensen staan in de middenberm en kijken naar de overkant. We stoppen en zien rook. Een ernstig ongeluk? Is er brand? Nee! Rokend en pruttelend rijden Trabanten en Wartburgen West-Duitsland binnen, door ons enthousiast toegezwaaid. We staan vlak voor de grensovergang bij Helmstedt. Het is zaterdag 11 november 1989. Vanmorgen vroeg zijn we in de auto gestapt om naar Berlijn te rijden.

Deze zomer waren we daar nog, na een vakantie in Polen. Jonge Oost-Duitsers die we in Polen hadden ontmoet waren somber over hun toekomst; zij geloofden niet dat het systeem ooit zou veranderen. In Berlijn schreven onze dochters hun naam op de Muur. Toen we in november op het nieuws hoorden dat de Muur zou opengaan, besloten we er heen te rijden. Voorbij de grensovergang met zijn wachtposten, betonblokken en uitkijktorens, bleek de file richting DBR net zo te lang als die naar Berlijn. Een DDR-reclame roept zijn burgers toe dat ze iets moeten doen voor het te laat is. Hoe treffend!

In Berlijn rijden we ons vast op een steeds dichtere menigte op de Kurfürstendamm. Te voet gaan we naar Checkpoint Charlie, waar de eindeloze optocht uit Oost-Berlijn juichend wordt begroet. Het wordt donker. Bij Potsdammer Platz hijst een kraanwagen onder het licht van felle schijnwerpers stukken uit de Muur. Op goed geluk vinden we onderdak in de laatste vrije kamer van een hotel. Zondagavond laat zijn we terug in Groningen. Moe, maar blij dat we deze historische dagen hebben meebeleefd.
Klaas Schermer

Foto Klaas Schermer

Oost-Berlijners bang voor kapitalistische straatrovers

Pas op 10 november hoorde ik dat De Muur die nacht was opengegaan. Desondanks gingen studenten en staf van het Botanisch Instituut gewoon door met hun werk en werd mijn gastcollege over zure regen goed bezocht. ‘s Avonds wandelden we over de Kurfürstendamm, waar duizenden ‘Ossies’ hun neuzen platdrukten tegen etalages van juweliers en BMW-dealers en hun biljet van 100 DM begroetingsgeld stuk maakten met de aankoop van een ijsje. In de U-Bahn vroegen oudjes die nu eindelijk hun kinderen op konden zoeken ons radeloos de weg. Plattegronden hadden ze niet: in het oosten was West-Berlijn een witte vlek op de kaart. Ze waren bang dat de dertig marken die ze bij zich hadden zouden worden afgepakt door kapitalistische straatrovers.

Op 11 november stikte ik bijna in de dampen van de Trabi’s. De West-Berlijnse pompen waren die zaterdag speciaal met tweetaktbenzine bevoorraad. Door de onvoldoende capaciteit van de openbare toiletten werden de reukorganen van grote afstand geprikkeld. In de U-Bahn heersten Japanse toestanden. Bij banken en postkantoren vormden zich lange rijen voor de gratis soep en koffie van het Rode Kruis. Het begroetingsgeld werd behalve aan koffie, chocolade en sinaasappels ook besteed aan walkmans en porno. Bij terugkeer naar de Oostzone werden de Oost-Duitsers met gejuich en geklap weer binnengehaald.

In het niemandsland waren bouwvakkers al bezig met een nieuwe doorlaatpost. Burgers hakten gaten in De Muur, waardoor Vopo’s ons vrolijk toelachten. Het leek allemaal zo onwerkelijk dat ik gewoon vergat een stukje van De Muur mee te nemen.
Herman van Dam

Samengesteld door Pim van den Dool.
Lees ook de bijlage ‘Winnaars en verliezers van 1989’ van NRC Handelsblad (€).