Ik lieg mezelf graag in een moeilijke positie

Comedian Peter Pannekoek (28) sluit met een ‘stand-up’ over het nieuws de week af bij De Wereld Draait Door. Eerder schreef hij teksten voor de satirische tv-programma’s Koefnoen en Dit was het nieuws.

tekst Jessica van Geel foto Andreas Terlaak

Denkproces

„Waarschijnlijk ben ik niet zo’n groot denker. Vaak heb ik pas na een maand een originele invalshoek voor een onderwerp. Bij De Wereld Draait Door moet dat nu veel sneller. Meestal is m’n vijfde gedachte pas interessant. Om op ideeën te komen lees ik graag recalcitrante opinies. Ik treed ook veel op om mijn materiaal te testen: op dinsdag, woensdag, donderdag en vaak in het weekend. Ik denk dat ik iets rauwer ben dan mijn voorganger bij DWDD, Pieter Derks. Ik ga niet het nieuws najagen. Dus ik ververs niet elke minuut nu.nl – dan word ik gek – maar ik stel mezelf de vraag, waaruit bestond voor míj de week?”

Hypocriet

„Als politicus A de vijand is, is het makkelijk daar grappen over te maken. Twijfelen aan iets waarover iedereen het eens is, is veel interessanter. Positieve discriminatie bijvoorbeeld. Op zich een heel goed idee, maar wat feminisme eigenlijk zegt is dit: mannen zijn jarenlang voorgetrokken, daar zijn we heel boos over en dus gaan wij nu precies hetzelfde doen. Dat is je kind met klappen leren dat hij geen geweld mag gebruiken.”

Narcistisch

„Ik krijg vaak de vraag wanneer ik voor het eerst besefte dat ik grappig ben. Volgens mij moet die vraag zijn: wanneer besefte je voor het eerst dat je narcistisch bent? Ik vind mezelf niet echt aandachtsgeil, maar dat moet ik wel zijn, want waarom zou ik anders op het podium gaan staan? Ik vind de meeste comedians erg gesloten. We gebruiken het podium als een manier om te communiceren. Een narcistische manier, want terugpraten is er niet bij. We kiezen de veiligste vorm van gesprek. Een gesprek zonder tegenstand, maar met applaus.”

Ouders

„Mijn vader [Jop Pannekoek] was regisseur en mijn moeder [Kathleen Warners] is hoofd amusement van de VARA. Op zolder stonden veel cabaretvideobanden, maar die begreep ik niet echt. Ik ging ook niet buitensporig veel naar theater. Tenminste, ik kan het me niet herinneren. Maar ik weet nog wel dat mijn vader me meenam naar Theo Maassen toen ik een jaar of 13 was. Dat was een eyeopener. Ik had destijds al wel een gevoel dat ik op toneel wilde, maar wist nog niet waarmee. Het idee dat mensen naar je toekomen om gewoon naar jouw verhaal te luisteren, dat vond ik verbazingwekkend. Verder denk ik niet dat de invloed van mijn ouders groot is geweest. Alhoewel, de functie van mijn moeder is wel onhandig nu. Godzijdank is zij niet direct betrokken bij [het VARA-programma] DWDD, ze wist ook pas achteraf dat ik dat ging doen.”

Spiegelbeeld

„Mijn vader overleed in 2003. Hij had slokdarmkanker. En daar is hij niet van afgekomen. (Hij lacht, en mompelt daarna ‘sorry’.) Mijn ouders scheidden toen ik 12 was en ik bleef bij mijn moeder wonen. Ik zag mijn vader een keer per maand, denk ik. Ik heb het allemaal – heel stom – niet erg bewust meegemaakt. Hij was ziek rond m’n 15de, 16de, precies de periode dat je jezelf wilt ontdekken. Als jongen trek je dan naar je vader toe, bij mij liep dat spaak omdat hij ziek was. Achteraf gezien denk ik dat hij het zelf ook erg moeilijk vond om dood te gaan. Ik kan me niet herinneren dat we erover spraken. Maar dat lag ook aan mij, want ík had het er vooral niet over. Ik ben er heel erg voor weggedoken. Rond diezelfde tijd kwam mijn beste vriendje om bij een scooterongeluk. Het klinkt hard, maar het verdriet over mijn vader kon er gewoon niet meer bij. Ik las laatst ergens: jongens die hun vader missen, missen een spiegelbeeld met hun eigen gebreken. Ik ben heel vaak benieuwd of ik nu de fouten maak die hij ook maakte op deze leeftijd.”

Kanker

„Kanker is een lekker onderwerp. We kunnen er slecht mee omgaan en het doet met iedereen in de zaal iets. Zo is de onmacht met goede doelen interessant. We kunnen niets betekenen, we zijn zelf geen medicijn, maar toch willen we iets doen. Dat is hartstikke mooi en lief, maar het uit zich vaak totaal weird. De lijdenscultuur van nu. Al mijn vrienden lopen marathons en bedenken er dan een goed doel bij. Nogmaals, het is echt allemaal lief, dus doe wat je wilt doen, maar het is ook zo dat je jezelf met zo’n actie makkelijker kunt promoten. Als ik op Facebook zeg dat ik voor de kinderen in Zimbabwe ren, dan krijg ik Likes. Maar als ik een foto maak van hoe ik tien euro in de collectebus doe, dan zeggen mensen dat ik een uitslover ben.”

Mein Kampf

„Ik heb Mein Kampf gekocht. Dat boek moet niet verboden zijn. Het is een flutboek. Je geeft het alleen maar een compliment met een verbod. Alsof er argumenten in staan waarmee mensen over te halen zijn. Dat ik na het lezen ineens denk, o ja, toch wel een goed idee van Hitler. Hetzelfde geldt voor het verbod op de IS-vlag of op het verheerlijken van geweld. Symptoombestrijding, dat is het. Het echte probleem is dat er mensen zijn met zulke ideeën. Maar dan zie ik die IS-vlag liever ergens hangen, dan weet ik tenminste wie mijn buren zijn. In één opzicht is Mein Kampf wel een probleem. Hoe zal een onenightstand reageren als ze ziet dat ik het boek op mijn kamer heb liggen? Ik heb weleens gedacht om het te verstoppen. Maar wat dan als ik ineens doodga en mijn moeder het vindt?”

Pannekoek

„Ik maak veel grappen over mijn naam. Vroeger had ik altijd het gevoel dat ik 1-0 achterstond. Zeker als ik op een meisje afging. ‘Oh, je heet Peter Pannekoek, nu vind ik je heel geil.’ Het klinkt toch alsof je met een stripfiguur uitgaat. Op het podium wil ik de verwarring meteen wegnemen. Als bij een optreden wordt aangekondigd dat er een gozer opkomt die Pannekoek heet, dan denk je toch: hoor ik dat nu goed?”

Liegen

„Ik lieg veel. Als kind al. Ik vertelde dat ik farao was geworden na een vakantie in Egypte. Het is heel leuk om jezelf in een moeilijke positie te liegen, maar ik kan moeilijk uitleggen waarom dat zo leuk is. Ik vermaak mezelf gewoon het meest met een verhaal dat ik ook niet ken. Er zal vast van alles psychologisch mis met mij zijn. Ik zal wel een slecht zelfbeeld hebben en daarvoor vluchten. Toch zijn alle verhalen die ik vertel echt gebeurd, alleen in mijn hoofd. Twijfel zaaien is goed.”

Facebook

„Veel mensen van mijn generatie stoppen met Facebook omdat ze er depressief van worden dat mensen zichzelf beter voordoen dan ze zijn. Door vrolijke foto’s, spannende vakantieverhalen... Ja maar, denk ik dan, als dat je probleem is dan moet je niet stoppen met Facebook, dan moet je stoppen met leven. Welkom in het leven: mensen doen zich beter voor dan ze zijn. Ik heb megaveel respect voor iemand die eerlijk al zijn lelijke kanten durft te laten zien. Alleen uiteindelijk, geloof me, is het leven een wedloop van geluk en showen hoe oké je bent. Waarom zou je realistisch moeten zijn? Ik denk megalomaan. Als ik op de fiets zit, fantaseer ik dat ik de Tour de France win, zonder te trainen. En dat ik achteraf in praatprogramma’s zit en nog gevat ben ook. Ik bedenk liever dat, dan dat ik de werkelijkheid zie. Want in de werkelijkheid word ik ingehaald door een meisje met een enorme cello op haar rug.”