Herziene geschiedenis Non-fictie Kookboeken boeken

2014 was het jaar van het revisionisme, op verschillende terreinen. Precies een eeuw na het begin van de Eerste Wereldoorlog bevrijdden verschillende historici Duitsland van de last van de schuld van het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. In July 1914 gaat de Amerikaanse historicus Sean McMeekin nog een stap verder dan de Australiër Christopher Clark in zijn spraakmakende Slaapwandelaars uit 2013. Terwijl Clark nog stelt dat alle grote Europese mogendheden inzake de Eerste Wereldoorlog een ‘smoking gun’ in de hand hebben, wijst McMeekin Rusland onvoorwaardelijk aan als hoofdschuldige van de ‘oercatastrofe’.

In Sprong in het duister volgt de Leidse historicus Patrick Dassen Clark: Duitsland wilde de Eerste Wereldoorlog niet. Bovendien laat hij gedetailleerd zien dat Duitsland voor 1914 geen militaristisch land met een autocratische keizer was, maar een rechtsstaat die hard op weg was een moderne parlementaire democratie te worden.

Niet alleen de Duitse geschiedenis werd in 2014 gereviseerd, ook de Nederlandse. In Ons stipje op de waereldkaart herziet de historicus Piet de Rooy het (zelf)beeld van Nederland. Veel minder dan hier gedacht wordt, is Nederland een polderend land met een kalme politieke cultuur. De Nederlandse negentiende- en twintigste-eeuwse politieke geschiedenis was vol conflicten en loopt keurig in de pas met die van andere West-Europese landen.

In Yeah Yeah Yeah geeft de Britse popmuzikant en -journalist Bob Stanley een alternatieve geschiedenis van de popmuziek. Niet aan ‘grote’ bands als Led Zeppelin wijdt Stanley de meeste woorden, maar aan nu bijna vergeten hitgroepen als The Sweet. Hits – daar draait het om in de popmuziek.

Bernard Hulsman