Helft van alle sterren zwerft eenzaam rond

Nadat twee sterrenstelsels elkaar ontmoeten slingeren veel sterren de ruimte in. Foto Nasa/ESA Hubble Heritage

Misschien wel de helft van alle sterren zwerft eenzaam rond, buiten een sterrenstelsel. Dat concludeert een internationale groep astronomen op basis van waarnemingen met behulp van een raket waarmee speciale telescopen korte tijd in de ruimte werden gebracht (Science, 7 november).

Doel was de veroorzaker te vinden van het zogeheten ‘extragalactische achtergrondlicht’, een zwak, diffuus schijnsel dat ervoor zorgt dat zelfs de ogenschijnlijk donkerste stukjes hemel niet helemáál donker zijn.

Uit eerdere opnames van zulke donkere gebieden, gemaakt met de Hubble-ruimtetelescoop, was al bekend dat daar toch altijd duizenden verre sterren en sterrenstelsels staan. Ook de hemel tussen die sterren en sterrenstelsels vertoont een zwakke gloed. Die wordt vooral, maar niet volledig, veroorzaakt door diffuus licht dat afkomstig is van de Melkweg (het sterrenstelsel waartoe onze zon behoort) en van het zodiakale licht (zonlicht dat weerkaatst is door het stof in ons zonnestelsel).

Als je al het licht van sterren, sterrenstelsels, de Melkweg en het zodiakale licht van zo’n hemelopname aftrekt blijft er nog steeds een zwakke restgloed over. Na eerdere onderzoeken waren daarvoor nog twee mogelijkheden over: óf het extragalactische achtergrondlicht wordt veroorzaakt door extreem verre sterrenstelsels die net bezig zijn hun eerste sterren te vormen, óf het is afkomstig van sterren die bij botsingen en andere interacties tussen sterrenstelsels zijn verstoten. Het gisteren gepubliceerde onderzoek laat zien dat de eigenschappen van de zwakke restgloed het best overeenkomen met die tweede optie.