Een cynische schildpad die je aanstaart, huiveringwekkend

Republikeins senaatsleider, nachtmerrie van Obama, niet geliefd: maar hij wint wel.

Foto Bill Clark

Wie denkt dat politici het woord nodig hebben, moet eens een dag met Mitch McConnell optrekken. Zelden zegt de 72-jarige voorzitter van de Republikeinse Senaatsfractie iets. Als hij al praat, is het zo zacht dat hij bijna niet te verstaan is. Probeer met hem maar eens te onderhandelen. „Hij zegt niks”, zei een politieke tegenstander vorig jaar in de webkrant Politico. Anoniem, want de toorn van McConnell wil je niet wekken. „Hij zit daar maar en staart je aan. Huiveringwekkend.”

Het laat zich raden in welke sfeer de lunch vrijdag tussen president Barack Obama, Mitch McConnell en enkele andere Republikeinse en Democratische leiders is verlopen. De Congresverkiezingen van dinsdag hebben de verhoudingen in Washington omgekeerd. De Republikeinen hebben niet alleen hun meerderheid in het Huis van Afgevaardigden verstevigd. Ze hebben ook, voor het eerst sinds 2006, een meerderheid in de Senaat.

Niet Obama, maar Mitch McConnell is sinds deze week de machtigste man van Washington. Obama grapte vorig jaar nog over het vooruitzicht iets te moeten drinken met McConnell. Nu zei hij dat uitzag naar een Bourbon-whisky met zijn tegenstander. Bourbon wordt in Kentucky gemaakt, de staat die McConnell vertegenwoordigt. Nog een detail: Obama belde McConnell op de verkiezingsavond om hem te feliciteren met zijn overwinning. Obama moest zijn voicemail inspreken. McConnell, die een telefoontje van de president had kunnen verwachten, was al naar bed gegaan.

Mitch McConnell is machtig, maar raadselachtig. Zijn enige doel, zei hij eens, was het voorkomen van Obama’s herverkiezing in 2012. Toen dat mislukte, wijdde hij zich aan obstructie van Obama’s agenda. Daarin bleek hij bedreven. Obama had de grootste moeite om relatief eenvoudige zaken nog door het Congres te krijgen, zoals verhogingen van de schuldenlimiet. Geen nood, dachten veel Democraten: de Republikeinen zullen de hoogste prijs betalen van de impasse in Washington. Dinsdag bleek dat een misrekening.

Mitch McConnell, vanwege de uiterlijke gelijkenis bijgenaamd ‘De Schildpad’, loopt al een halve eeuw in Washington rond. In 1964 begon hij als stagiair van senator John Sherman Cooper, één van de progressiefste Republikeinen van zijn tijd. Cooper was voor gelijke rechten voor Afro-Amerikanen, voor legalisering van abortus en tegen de Vietnamoorlog. De jaren erop, toen er een strijd ontbrandde in de partij tussen conservatieven en gematigden, bleef McConnell de ideeën van Cooper trouw.

Dat McConnell Republikein werd, had met zijn vader te maken. Hij had in de Tweede Wereldoorlog in Europa gevochten. Toen de thuis geadoreerde generaal Eisenhower een Republikeins politicus werd, volgde de jonge Mitch McConnell dat voorbeeld. McConnell blonk in zijn jeugd nergens in uit. Hij was verlegen en liep mank, doordat hij twee jaar polio had gehad. Hij had tijdens zijn ziekte wel één ding geleerd: vechten. In 1984 probeerde de onbekende McConnell senator van Kentucky te worden. Hij deed dat op een manier die hij nog steeds volgt. Hij was vaag over zijn eigen ideeën, maar viel zijn Democratische tegenstander keihard aan. In een tv-spotje liet hij bloedhonden achter een dubbelganger van de Democraat aanrennen.

De afgelopen dertig jaar slaagde McConnell er altijd weer in herkozen te worden. Naarmate de partij conservatiever werd, schoven zijn standpunten langzaam op naar rechts. In 2009 werd hij de Republikeinse fractievoorzitter in de Senaat, op een moment dat Obama immens populair was.

McConnells plan: werk nooit samen. Hij wilde kleine symbolische overwinningen behalen, en die eindeloos uitventen in de conservatieve pers. „We wachten op het moment dat zijn imago zo slecht is dat we hem aankunnen”, zei hij, zo staat in de onlangs verschenen biografie van hem: The Cynic van Alec MacGillis.

Toch is er ook interne kritiek op McConnell. Hoe hard hij het anti-Obama-spel ook speelt, hij blijft een Washington-insider. Daarom is hij verdacht in de radicale vleugel van zijn fractie. Vooral Ted Cruz, een senator uit Texas, daagt McConnells leiderschap uit. Cruz verzette zich vorig najaar heftig tegen het uiteindelijke compromis om de sluiting van de federale overheid ongedaan te maken. Hij vergeleek McConnell impliciet met Neville Chamberlain. McConnell had volgens Cruz de invoering van Obama’s nieuwe zorgstelsel kunnen voorkomen door de president te chanteren: alleen als Obamacare geschrapt wordt, stemmen wij in met een einde aan de ‘shutdown’. Dat ging McConnell te ver.

Ook in zijn eigen staat Kentucky had McConnell het moeilijker dan ooit. Hij werd in de voorverkiezingen uitgedaagd door een Tea Party-kandidaat, Matt Bevin. McConnell werd hard aangevallen om zijn gebrek aan ideologie – tot voor kort juist zijn kracht. McConnell reageerde op zijn eigen manier: Bevin had een fout gemaakt op zijn LinkedIn-profiel en daar concentreerde McConnell zich op. Hij won met tweederde van de stemmen.

Niemand houdt van McConnell, schreef Politico vorig jaar. Maar zijn kracht is dat zijn tegenstander nog nét even meer gehaat wordt. Deze week versloeg hij ook de onervaren Democraat Alison Lundergan Grimes.

In maart van dit jaar verscheen Mitch McConnell op het podium van het conservatieve congres CPAC, de verzamelplaats van Tea Party-aanhangers en evangelische Republikeinen. McConnell had een geweer in zijn hand en hield die zwijgend omhoog. Het leek een poging tot verzoening met de radicale vleugel van de partij, die hem het leven zuur heeft gemaakt. McConnell heeft de Tea Party nodig om van zijn nieuwe positie als meerderheidsleider een succes te maken. Ted Cruz zei deze week dat hij nog niet zeker was of hij McConnell kon steunen als fractievoorzitter. Dat is van belang. Het Cruz-kamp in de fractie is gegroeid, met oerconservatieve senatoren als Joni Ernst en Tom Cotton. Mitch McConnell komt niet zo makkelijk meer van de Tea Party af.