De Muur is gevallen (en wij waren er niet)

Dat dit weekend 25 jaar geleden de Muur viel, ja, dat weten we nu wel. Maar hoe was dat toen? Hoe voelde het? En waarom was de krant op 9 november 1989 niet ter plaatse?

foto Udo Weitz / AP

Ken je dat, dat je praat over iets wat lang geleden is gebeurd en je je ineens begint af te vragen: gebeurde het eigenlijk wel zo? Gebeurde het zo, of is het achteraf ingekleurd, aangepast, aangevuld? Is het later een kloppender verhaal geworden dan het destijds was?

Deze week zijn wij gaan terugzoeken hoe ‘we’ in 1989 berichtten over de Val van de Muur. Wat schreef NRC op 9 november, op 10 november? Besefte de redactie dat deze gebeurtenis vijf, tien, twintig en nu dus vijfentwintig jaar later nog zou worden herdacht met speciale bijlagen? En als dat zo is, waar waren we dan op het moment zelf?

Want inderdaad: geen NRC-journalist was ter plekke toen op donderdagavond 9 november de gevreesde Oost-Duitse Volkspolizei toeliet dat duizenden OostBerlijners zich langs Checkpoint Charlie wrongen. NRC heeft de val van de Muur ‘gemist’.

Wel op de voorpagina die negende november: ‘Vroom&Dreesman zal hoogstwaarschijnlijk al morgen het personeel meedelen dat een van de zestig V&D warenhuizen ‘op korte termijn’ zal worden gesloten, zo hebben vakbondsbestuurders van de Dienstenbonden CNV en FNV vanochtend desgevraagd meegedeeld.’ Naast, dat is waar, groot nieuws uit Berlijn: ‘Extra partijcongres in DDR op 15 december.’ En daaronder een portret van de nieuwe leider van de DDR: ‘Modrow, de Oostduitse Gorbatsjov’.

„We werden er net zo door overvallen als Mitterrand, Thatcher en de rest”, zegt Marc Chavannes, die destijds als adjunct-hoofdredacteur de krant leidde. „Wij waren opgegroeid met die Muur. Hij stond er en zou daar gewoon blijven staan.” Wat Chavannes hier eigenlijk ook zegt: NRC was een krant van deskundigen, en deskundigen kunnen geweldig duiden, uitleggen, doorgronden – binnen het bestaande kader. De revolutie zien ze zelden aankomen.

Kijk maar mee. Natuurlijk vind je op de voorpagina’s van toen veel over de in 1985 aangetreden Sovjetleider Gorbatsjov. Hij was de man over wie iedereen sprak, in en buiten de politiek. Maar tut tut ho ho, het was toch eerst zien dan geloven met die hervormingen. Oost-Europakenners somden het keer op keer op: in 1953 was een opstand onderdrukt (in de DDR), in 1956 (Hongarije), in 1968 (Tsjechoslowakije) dus zou het in 1989 nou werkelijk anders zijn?

Geen Twitter, geen virals

1989 – hoe voelde dat jaar? Gerard Joling had een hit met No More Bolero’s, Rene Froger met Alles kan een mens gelukkig maken. De Lambada, die is ook van 1989. Een zomer eerder had Marco van Basten Nederland Europees Kampioen gemaakt. Verder was het in de trein vol, in de collegezalen ook, en net afgestudeerden kwamen maar moeilijk aan een baan.

Dus nee, zo anders voelde het niet, aanvankelijk.

Wel anders waren de media. Kranten waren grote lappen papier met meestal zo’n zes stukken op de voorpagina, geen van allen al te opvallend gepresenteerd. Pagina’s werden nog met de hand, potlood en liniaal getekend. Op de tv was alleen Nederland 1 en 2, en sinds een jaar Nederland 3. Op 2 oktober 1989 begon RTL-Veronique als jongerenzender. Dat was het.

Geen internet, geen idee dat het zou komen ook. Dus geen nieuwssites, geen Facebook, geen Twitter, geen virals, geen filmpjes. Op de redactie waren pas net computers neergezet: grote bruine bakbeesten met groene letters op een zwart scherm. De enkeling die voor de zekerheid nog vasthield aan de typmachine werd niet uitgelachen.

En mobiele telefoons? Die zouden nog zo’n tien jaar op zich laten wachten. De krant schafte ze aan voor de Elfstedentocht van 1997, die met maar liefst zeven verslaggevers werd gevolgd.

Maar het was nog lang geen 1997. Op 1 april 1989 had Marc Chavannes voor het eerst in de geschiedenis van de krant een kleurenfoto op de voorpagina gezet: twee met olie besmeurde zeeleeuwen die hun toevlucht hadden gezocht op een boei, na een ongeluk met de olietanker Exxon Valdez. De redactie was dagenlang van slag: kleur was not done voor een kwaliteitskrant, de popularisering had toegeslagen. Anderzijds: het leven is in kleur dus als het nu druktechnisch kan moeten we dat toch ook laten zien?

De krant begon ook in hoog tempo verslaggevers aan te nemen: journalisten die niet als deskundigen vanachter het bureau de gebeurtenissen beschreven en duidden, maar die op pad gingen om te kijken wat er aan de hand was. Eén van hen was 26 en had net zijn eerste leaseautootje gekregen.

Schietmachines en dobermanns

Ik had tot dan toe alleen binnenlandreportages mogen doen. Totdat er op 9 september niemand was om in één nacht naar de grens tussen Oostenrijk en Hongarije te rijden. Want daar was iets aan de hand.

Het was een nacht flink doorrijden en dit was wat ik van het onderwerp wist: de hervormingen van Gorbatsjov in Moskou hadden ook elders in het Oostblok wat teweeggebracht.

Wacht even, ‘het Oostblok’ – dat moet ik misschien even uitleggen. Dat woord was heel normaal. Net als ‘het Vrije Westen’. En dat waren niet alleen woorden. Het Oostblok, dat was angstaanjagend. Mensen in de rij voor grauwe eenheidsworst, betonnen flatgebouwen, uitgehongerde turnstertjes en dit alles opgesloten achter prikkeldraad. Met wachttorens, dobermanns en automatisch vurende schietmachines die dood en verderf zaaiden als wanhopige burgers probeerden door het IJzeren Gordijn heen te breken op zoek naar een beter leven bij ons.

En o ja, het belangrijkste: het Oostblok was het Warschaupact en dat had genoeg kernwapens op ons gericht om ons tientallen malen te kunnen vernietigen.

Ons, dat waren wij, het Vrije Westen. Amerika en West-Europa. Wij hadden democratie, de vrijheid om je te ontplooien, het recht om te kunnen zeggen en te kunnen doen wat je wilt, ook als dat protesteren tegen je eigen regering was. Bob Dylan, Boudewijn de Groot – in het Oostblok zouden ze allang opgesloten zijn, zei je vader dan. Dankzij de Europese integratie waren we welvarend, dankzij de NAVO waren we veilig.

Of nou ja, veilig. Wederzijdse afschrikking werkte, maar er kon altijd een gek in het Kremlin op de rode knop drukken. En dan? President Ronald Reagan en zijn in 1989 aangetreden opvolger Bush werkten aan een raketschild. Maar dan had je nog de Sovjetdivisies, die stonden op vijf uur rijden van onze grens. Nederland kende nog actieve dienstplicht en duizenden Nederlandse jongens waren gelegerd in de Noord-Duitse laagvlakte – ook zo’n begrip – om bij een Russische aanval de tanks lang genoeg op te houden dat de rest van Nederland kon mobiliseren.

Natuurlijk was er twijfel, was er debat. In 1981 en 1983 waren er twee massale demonstraties geweest tegen de plaatsing van nieuwe kruisraketten. Er was een vredesbeweging onder leiding van Mient-Jan Faber.

Waren de Russen niet ook gewoon aardige mensen?

Maar ja, je wist het niet. Je had nog nooit een Rus, of een Pool, een Tsjech of een Hongaar ontmoet. Of nou ja, een enkele. Zoals Jan Zielonka, een jonge uit Polen gevluchte universitair docent, die zijn studenten in Leiden voorhield dat we vooral niet zwak tegen Moskou moesten zijn. God, wat kon die man geweldig vertellen en wat haatte hij de Russen. Hij is inmiddels al jaren hoogleraar in Oxford.

Zo ziet geschiedenis eruit

Dus daar rijd je dan, in je autootje. Door de nacht over de Duitse autobaan, Oostenrijk in.

Terwijl in 1989 de leiding in de DDR zich mordicus tegen elke hervorming bleef verzetten, was het bewind in Hongarije veel milder geworden. Zo mild dat het niet was opgetreden toen in de zomer Oost-Duitsers zich verzamelden bij de West-Duitse ambassade in Boedapest en om uitreispapieren vroegen. Hongarije was een vakantieland voor DDR-burgers – Boedapest, het Balatonmeer – en ze mochten er zonder problemen naartoe. Alleen gingen ze nu dus niet meer terug.

1.500 in juli werden er 15.000 in augustus. Begin september was hun aantal opgelopen tot 60.000 – de campings liepen over. In de heuvels boven Boedapest sloegen de gasten uit de DDR zomaar hun tenten op. Elke dag probeerden er tientallen illegaal de grens met Oostenrijk over te steken. De situatie werd onhoudbaar. Wat zou er gebeuren?

Wat er gebeurde was: de Hongaarse regering kondigde zondagavond 10 september om 19.00 uur aan dat de grens naar Oostenrijk om humanitaire redenen zou opengaan, en de NRC was erbij. In de heuvels bij Boedapest tussen de honderden Oost-Duitsers die daar kampeerden – en die inderdaad armoedig bleken te zijn, maar niet vijandig.

Het was nog warm, nog net licht en wat er uit de transistorradiootjes klonk, kon niet waar zijn maar het was waar. Voor het eerst ging het IJzeren Gordijn open. Mensen moesten huilen, moesten lachen, begonnen elkaar te omhelzen, om elkaar vervolgens te manen snel te pakken, want ja, is wat nu waar is straks ook nog waar?

Ik had geschiedenis gestudeerd in Leiden, maar wist nu: zo ziet geschiedenis er dus uit.

Draagbare computer

Het verhaal maken was verder niet zo moeilijk. Bij de snelweg verzamelden zich binnen luttele minuten honderden mensen, op zoek naar een lift naar het westen. Ik pikte twee jongens op en voegde in in de kilometerslange stroom Trabantjes die puffend en kuchend koers zetten naar het westen – om die in Oostenrijk met een noodgang in te halen, want de jongens vroegen hoe hard-ie kon.

Ze keken hun ogen uit op de helverlichte wegen bij Wenen en vroegen de hele nacht over prijzen en geld verdienen. Niet over vrijheid van meningsuiting – dat viel wel tegen.

De volgende morgen vroeg kwamen we als een van de eersten aan bij een sporthal in Passau, West-Duitsland, die als opvangcentrum was ingericht. Daar scheidden zich onze wegen, want zij wilden verder en ik had een deadline.

Voor de liefhebbers: een verslaggever tikte z’n stukje op een Tandy 200, een van de eerste draagbare computers. De Tandy sloot hij aan op een groot akoestisch modem, in de vorm van een omgekeerde telefoonhoorn. De modem bond-ie met klittenband op de telefoon in bar of hotelkamer. Als het goed ging zette het modem letters om in piepjes, en de computer in Rotterdam zette de piepjes weer om in letters.

Als het goed ging. Want als er een vrachtwagen onder het raam voorbijreed, zette de computer in Rotterdam ook dát geluid om in letters. Vaak brak de verbinding ook gewoon in het midden af. Als het bleef mislukken was er nog de afdeling steno en werd het verhaal zin voor zin gedicteerd. Moeilijke namen altijd spellen en dan nog: geen garantie op succes.

Later, toen ik naar echt lastige gebieden mocht, liet ik die hele Tandy ook maar thuis. Gewoon met pen in notitieboekje schrijven en doorbellen. Er waren zelfs collega’s die zonder te schrijven een verhaal aan de steno dicteerden – maar dat was echt voor gevorderden.

Dat verdomde modem

De twee jongens haalden de voorpagina. Wat stond er nog meer op de voorpagina, die 11 september 1989, de dag dat het IJzeren Gordijn openging? ‘Onderzoek naar handel in weefsel.’ ‘Veiligheid koningshuis baart zorgen.’ En ‘CDA buigt zich over partnerkeuze’: „De Tweede Kamerfractie van het CDA is vandaag in vergadering bijeengekomen om zich te buigen over de koers die moet worden gevolgd nu zowel VVD als de PvdA aan informateur De Koning te kennen heeft gegeven met de christen-democraten te willen regeren.”

In de weken daarna zag de lezer de spanning oplopen:

‘De Oostduitser is zijn angst kwijt’ (Een reportage uit Leipzig, 26 september)

‘Gorbatsjov vraagt om hervormingen DDR’ (Opening krant 7 oktober)

‘Geweld in DDR – Kritiek ‘Gorby’ laat Honecker koud’ (Opening krant 8 oktober)

‘De DDR poogt haar jeugd murw te beuken’ (heel pagina 11, 9 oktober)

‘Partij in DDR is bereid tot koerswijziging’ (opening krant, 12 oktober)

‘DDR-vluchtelingen in Praag naar Westen’ (opening krant, 4 november)

‘Ruim miljoen mensen straat op tegen regime DDR’ (opening krant 6 november)

‘Politbureau en regering DDR afgetreden’ (opening krant 8 november)

En zo werd het 9 november. De vaste Duitsland-correspondent, J.M. Bik, was die ochtend geland in Warschau, om verslag te doen van het vijfdaagse bezoek dat bondskanselier Kohl daar bracht.

Bik was een man met een enorm gezag in Den Haag, waar hij jarenlang chef van de politieke redactie en columnist was geweest. Hij was nog maar net geïnstalleerd in Bonn, de hoofdstad van West-Duitsland.

De paginagrote reportage die hij op 9 oktober had geschreven vanuit Oost-Berlijn was zijn eerste bezoek ooit geweest aan de DDR. Toen het nieuws doordrong in Warschau vloog Kohl razendsnel van Warschau naar Berlijn. Voor de Nederlandse correspondent was helaas geen plaats.

Verslaggever Maarten Huygen was die dag op reportage in Bremen. Huygen was zeer ervaren - hij genoot al faam als de eerste die het fenomeen ‘yuppie’ op de kaart had gezet – en nu was hij door de krant op de Oost-Duitse vluchtelingen in Duitsland afgestuurd. „Ik ben toen ik het nieuws hoorde nog razendsnel richting Berlijn vertrokken”, vertelt hij. „En ik heb de grens nog gehaald.”

Op de voorpagina van 10 november staat een reportage van hem uit Bremen. „Ja, dat verdomde modem”, zegt Huygen. „Hij deed het niet. Maar mijn nieuwe eerste alinea’s vanaf de grens hebben nog wel de tweede editie gehaald.”

Eerste Nederlandse journalist

De man die zich 9 november het best zal blijven herinneren is Henri Beunders. Destijds 36, Duitslandkenner en een gerespecteerd buitenlandredacteur. Hij was in september al eens op een visum als historicus de DDR binnengekomen en had met een reportage uit Leipzig de voorpagina gehaald. Sindsdien werd hij helemaal gek van ongeduld.

„Ik vond dat de krant een vaste man in Oost-Berlijn moest hebben, mij bijvoorbeeld. Daar gebeurde wereldnieuws!” Na weken zeuren bij de ambassade van de DDR in Den Haag had hij succes. „Ik kreeg als eerste en enige Nederlandse journalist een verblijfsvisum. Ik haalde deze op op, juist ja, donderdag 9 november om half vijf ’s middags. Ik reed met het ding in de hand juichend naar Amsterdam, en begon onmiddellijk mijn koffer te pakken om de volgende ochtend om 7 uur naar Berlijn te vliegen. Ik was nog aan het pakken toen het Journaal begon en Gunther Schabowski in beeld kwam.”

Gunther Schabowski was het lid van het Centraal Comité van de Sozialistische Einheitspartei Deutschlands dat drie dagen eerder tot woordvoerder was gebombardeerd. Hij meldde op een live uitgezonden persconferentie dat er nieuwe uitreisregels zouden komen. Op de vraag wanneer die van kracht zouden worden aarzelde hij wat: „Voorzover ik weet…meteen.”

Beunders: „Ik vloekte voor de tv, want ik kon niet eerder vliegen en op dat moment nog in de auto stappen, dat zou niet veel uitmaken. De volgende ochtend was ik om half elf in West-Berlijn, nam ik een taxi naar de Muur en strandde ik daar te midden van al die nog feestende rotkapchensekt-drinkende Oost-Berlijners.”

Beunders belde zijn indrukken door, die uiteindelijk door de bureauredactie werden verwerkt in een stuk van de persbureaus. Dat was al ingetekend op pagina 5.

Op de voorpagina stond die vrijdag 10 november het bericht ‘Berlijners feesten bij de open Muur’, geschreven aan het bureau, ook op basis van de persbureaus. Zaterdag 11 november had de voorpagina twee reportages, van Maarten Huygen uit West-Berlijn en van Henri Beunders uit Oost-Berlijn. Beunders zou uiteindelijk tot juli 1990 vanuit de DDR verslag blijven doen (zie pagina 14).

Einde verhaal? Nog lang niet, al lijkt dat misschien wel zo als je nu terugkijkt.

De echte revolutie begon op 20 november in Leipzig, vertelt Beunders. „We dachten tot dan toe allemaal dat de DDR zou hervormen, net als Hongarije en Tsjechoslowakije. Maar die maandagavond in Leipzig scandeerden de demonstranten niet alleen meer ‘Wir sind das Volk’, maar voor het eerst ook: ‘Wir sind ein Volk’. Eén volk.

„Ik heb de volgende ochtend de krant gebeld en geroepen: dit moet over zes kolom op de voorpagina! Ze eisen hereniging!”

In Beunders reportage staat het inderdaad allemaal. Op pagina 5. „De Oost-Europaredacteur bleef maar geloven dat het niet echt zou gebeuren.”

Achteraf kun je zeggen dat de Val van de Muur en wat daarna kwam de NRC voor altijd heeft veranderd. „We zijn nooit meer teruggegaan naar de ‘stadhuisbenadering’ van het nieuws”, zegt Chavannes. „De eerste reflex was voortaan altijd: gáán! We waren van een deskundigenkrant, een deskundigen- en verslaggeverskrant geworden.”

En inderdaad, als je de voorpagina’s terugkijkt van de revolutie in Roemenië (Kerst 1989), de Golfoorlog (1990) en het uiteenvallen van de Sovjet-Unie (1991) dan zie je verslaggeving, vaak met eigen fotografie.

En het Oostblok? Het Vrije Westen? Hoe is het daarmee afgelopen? Allebei in onbruik geraakt. Achteraf kun je zeggen: de Muur hield hen buiten en ons bij elkaar. <<

Marc Chavannes werd in 1993 correspondent in Parijs, aansluitend in Washington, in 2006 hoogleraar journalistiek in Groningen en schrijft nu elke week een column in NRC Handelsblad.

J.M. Bik bleef correspondent in Duitsland tot 1995 en werkte tot zijn pensioen in 2005 weer in Den Haag. Hij overleed in 2011.

Maarten Huygen werd in 1990 correspondent in Washington, in 1998 tv-recensent en is sinds 2008 chef opinie.

Henri Beunders werd direct na zijn tijd in de DDR in juli 1990 hoogleraar Geschiedenis van Maatschappij, Media en Cultuur in Rotterdam en is dat nog.

Ondergetekende mocht later nog een paar keer op reportage in Duitsland en Oost-Europa, werd in 1993 correspondent in Moskou, in 1999 chef van de buitenlandredactie en in 2006 de eerste chef van nrc.next.