De Duitslanden zijn klaar voor de vrede

Door onze redacteur

HENRI BEUNDERS

OOST-BERLIJN. 13 NOV. - - Het is bitter koud op de Potsdamerplatz, zondagochtend om half zes, en de grenswacht verbijt zich. „Natuurlijk ben ik blij, het kon zo niet verder gaan. Maar alle anderen kunnen gelijk genieten en wij moeten hier blijven en maar werken en werken.”

De bewakers van de DDR zijn in één nacht de gevangenen van het eigen land geworden, en de nieuwsgierige omstanders hebben in deze dagen van roes en vreugde zelfs medelijden met hen. Men brengt hun warme koffie en warme worst.

Eens was deze dodemansakker tussen de twee muren, de zomer- en winterdijk die samen 28 jaar lang de ‘beschermwal tegen het fascisme’ vormden, het drukste verkeersplein van Europa. De rails van tramlijn 74 die hier toen reed liggen er nog, zoals ook verderop onder het glooiende gras de resten liggen van de bunker waarin Hitler met zijn Rijk ten onder ging. Daar onder het gras ligt de kiem van de Muur die nu wordt geslecht. In 1953 was de Potsdamerplatz het brandpunt van de arbeidersopstand tegen het DDR-regime.

Enkele minuten later wrikt een dragline de eerste betonplaats, grijs aan deze, bont graffiti aan de andere kant, uit de westelijke Muur omhoog. De souvenirjacht begint weer. De een grijpt een stukje – „stuur ik op naar mijn familie in Amerika” – een ander sjouwt met een groter brok – „voor naast het altaar in de kerk”.

Dan, om half negen, kunnen burgemeester Walter Momper en zijn Oostberlijnse collega Erhard Krack elkaar tussen de twee legertenten eindelijk de hand schudden. Een handdruk, bedoeld om geschiedenis te maken. Aan weerzijden staan rijen soldaten opgesteld, als marskramers, met een stempelkoffertje voor de borst. Zij beginnen het begeerde roodgroene stempel in de persoonsbewijzen te drukken. Voor de massa Westberlijners fungeren zij tevens als incassobureau voor de ‘Zwangsumtausch’.

Binnen de kortste keren is de Potsdamerplatz opnieuw het drukste plein van Europa. De roodwitte punthoedjes zijn omgekegeld, de dranghekken liggen horizontaal, het brave gaas dat het prikkeldraad heeft vervangen eveneens. Niemand kan meer voor- of achteruit. Dit zal Willy Brandt bedoeld hebben toen hij vrijdag van de stadhuistrap riep dat Duitsland nu in de situatie is „waarin samengroeit wat samen hoort te zijn”.

Vervolg

In de verte doemt uit de ochtendnevel de Brandenburger Tor op, het symbool van de Duitsedeling. Die blijft gesloten, zo zegt de Oostduitse minister van defensie Heinz Kessler voortdurend op de DDR-televisie. Grenzen moeten er blijven. „Het moet ordelijk en rimpelloos verlopen. Wie nu met geweld hier onze staatsgrens wil aantasten, wil onze goede besluiten in diskrediet brengen”, aldus Kessler. Maar hoe lang deze Branderburger Tor nog gesloten blijft? Niemand die meer een voorspelling durft te wagen. Het is zoals president Weizsäcker hier, enkele uren later, op de Potsdamer Platz zegt: „Geen van ons wist hoe dit zo kon gebeuren, geen van ons weet hoe het verder zal gaan.” De drommen Oostduitsers die hier de grens passeren weten het evenmin en willen, kùnnen er ook niet echt over nadenken. Hun hoofd zit vol onbestemde gevoelens van hoop en ongeloof en blijdschap. „Niet te vatten”. „Waanzin”. „Ongelofelijk”. „Ik ben zo blij”. „Er is weer hoop”. Tot meer woorden zijn de meesten niet in staat. „Waarover je niet kunt spreken, moet je zwijgen”, zegt een natuurwetenschapper die nog wil wachten tot de grootste volksverhuizing voorbij is. „Hier kun je alleen emoties uiten. Ook de concentratiekampen waren niet te vatten. En Willy Brandt kon in 1971 in Warschau ook niets zeggen, alleen knielen.”

Daarom drinkt en zingt men nu. Flessen cognac gaan in deze vroege ochtend van hand tot hand. Hier zingt een groepje mensen 'Ein Tag, so wunderschön wie heute’, daar fluit iemand ‘Veronica, der Lenz ist da!’, het cabaretliedje uit de tijd dat de Potsdamer Platz het bruisende hart van Europa was. De val van de Muur heeft ook het volkslied van de DDR weer zijn betekenis teruggegeven. Sinds 13 augustus 1961 was het woordeloos geworden. De vierde regel – ‘Deutschland, einig Vaterland!’ – en het slot – ‘Die Sonne schön wie nie über Deutschland scheint’ – wilde de partij niet meer horen, en het bevel ging uit dat het volkslied alleen nog geneuried mocht worden. Nu zingt men het aan de Muur, en de zon schijnt dezer dagen daadwerkelijk heel mooi over Duitsland.

Maar wat is Duitsland? Is het één Duitsland, of zijn het er twee? Van de Westduitsers is 87 procent voor hereniging. Maar dit zegt niet zo veel. Nergens zijn marstroepen te zien met plakkaten waarop staat ‘hereniging, nu, onmiddellijk’. Aan deze kant van de Muur wordt er door niemand over gesproken, en de mensen die dat desgevraagd wel doen, wijzen het af. Zoals de oude vrouw met haar boodschappentas. Zij heeft gewacht ‘rüber’ te gaan tot zij er hier, op de Potzdamer Platz, over kon. Vroeger ging zij ook altijd met lijn 74. Zij wil de Muur nog overeind houden. „Prachtig al deze grensovergangen, maar we moeten de controle behouden, anders krijgen we een stortvloed van drugs en porno over ons heen. Wij hebben onze familie, zij hun televisie. Ik wil dat dat zo blijft.”

Maar in Duitsland blijft niets meer zoals het was, zo verkeren links en rechts van de Muur alle leiders die daarop eensgezind oproepen de orde en bezonnenheid te bewaren om de boel niet uit de hand te laten lopen. Want wat zich hier afspeelt is wel degelijk in revolutie. In de Bondsrepubliek zijn velen daar lyrisch over. Zoals de schrijver Martin Walser: „Het is voor de eerste maal in deze eeuw, dat Duitse geschiedenis goed verloopt. Voor de eerste maal, dat een Duitse revolutie slaagt, de zachtaardige revolutie. Dat is een revolutie die de mensen zelf voltooien, zonder geïmporteerde theorie. De naoorlogse tijd en de Koude Oorlog hebben geduurd tot 9 november 1989. Wij zijn nu klaar voor de vrede”.

De linkse schrijver Günter Grass ziet het heel wat somberder in. „Mijn angst is, dat de zwakte van de DDR-leiding een aanzwellende roep om hereniging zal uitlokken. Zo kan de hoop van de oppositie in de DDR, die een democratische, maar evenzeer onafhankelijke staat nastreeft, overspoeld worden door maximalistische eisen”. En de dertien jaar geleden over de muur gegooide zanger Wolf Bierman, die al 25 jaar tegen het DDR-regime heeft gezongen, begint zijn brief aan een vriend bij de Westberlijnse Tageszeitung weliswaar met „Halleluja! De Muur valt om”, maar zijn gemoed is een mengsel van zonnige vreugde en zwarte scepsis. Hem speelt het gedicht ‘Wintersprookje van Heinrich Heine’ door het hoofd: Und als ich an die Grenze kam / Da fühlt ich einer stärkeres Klopfen / In meiner Brust / Ich glaube sogar / Die Augen begunnen zu tropfen”. Het gaat hem te snel, te gemakkelijk. Bierman is bang dat al die militaire ‘bonden’, al die politieke betonkoppen, die ‘draaikonten’ zijn geworden het nog zo zullen weten te ritselen dat ze aan de macht kunnen blijven.

Revolutie

De ommekeer in de DDR vertoont vele kenmerken van een revolutie. De verrassing ervan, het gemak waarmee het ancien régime heeft toegegeven, de grootse gedachten die losbreken over een Nieuwe Tijd, een Nieuw Duitsland en een Nieuw Europa. Maar we beleven nu slechts een eerste ‘gemakkelijke’ fase van de revolutie: het verval van het oude regime. De regering van de DDR is er nog, zij heeft militair nog altijd de controle over de strijdkrachten en door het openen van de grenzen heeft zij politiek weer enige speelruimte gekregen. Het volk heeft zich sterker en bekwamer getoond dan de regering in deze tijd van crisis. Maar de onderdrukkers zijn nog niet versalgen.

Nu de ‘revolutionairen’ echt aan het werk moeten om de omwenteling te voltooien komen de problemen. Oppositiegroepen als Neues Forum en Demokratischer Aufbruch beseffen dat ook terdege. Zij zijn op dit moment, afgezien van de SED, het minst opgetogen en het meest argwanend over alle aanbiedingen, of ze nu uit West-Duitsland komen of uit eigen land. Bärbel Bohley, een van de leiders van het nu erkende Neues Forum: „Wij willen wel grote economische hervormingen, maar wij willen de DDR niet verkopen. Vele mensen schrijven mij dat ze angst hebben verkocht te worden. Wat we allereerst nodig hebben zijn politieke hervormingen”.

Maar op dit punt is de situatie van de oppositie een stuk moeilijker geworden. De SED doet de ene concessie na de andere. Riepen de demonstranten ‘Stasi’s de mijnen in’? dan verkondigt de SED dat vanaf vandaag 1.200 Stasi’s de bruinkoolmijnen ingaan. Er worden zondebokken uit het politburo gegooid en hun corruptie en de wandaden worden onderzocht. En nu zal alles anders worden. Er komt een ‘modern socialisme’ in de DDR. Het Actieprogramma dat het Centraal Comité van de SED vrijdagavond publiceerde had door Neues Forum geschreven kunnen zijn. Nu streeft de SED een ‘revolutionaire vernieuwing van het socialisme’ na. Er komt een onafhankelijk gerechtshof, vrijheid van vereniging en vergadering, een nieuwe kieswet, een nieuwe mediawet en een nieuw strafrecht, de Volkskammer krijgt controle over de militaire veiligheidsdiensten, het leger wordt ingekrompen, civiele vervangingsdienst wordt mogelijk, de planeconomie wordt op marktprincipes gebaseerd, de censuur wordt afgeschaft, er wordt een instituut van onderzoek naar de publieke opinie ingesteld, het militair onderricht op de scholen wordt afgeschaft. Leerlingen en studenten krijgen inspraak bij de overige radicale onderwijshervormingen, er mogen vrije onafhankelijke vakbonden komen en wegens hun kritiek gestrafte kameraden worden gerehabiliteerd.

Zeker lijkt: terugdraaien kan men niets. „Technisch kan dat natuurlijk. In één nacht is dat gebeurd”, zegt een Vopo aan de Muur. „Maar dan zou het de volgende ochtend burgeroorlog zijn”. Van de vrijgeworden DDR-burgers gaat een onafgebroken druk uit in de richting van deelname aan het staatsbestuur. Maar op korte termijn ziet de oppositie zich voor het probleem geplaatst hoe de macht van de straat te behouden om de aangekondigde veranderingen ook daadwerkelijk doorgevoerd te krijgen. Bärbel Bohley van Neues Forum kritiseerde gisteren de overhaaste opening van de grenzen impliciet toen ze verklaarde dat het een overhaaste maatregel is die het volk overdonderde en verdere organisatie moet voorkomen.

De SED is nu bereid een coalitieregering aan te gaan met Neues Forum. Neues Forum houdt dit voorlopig af. Bestuurslid Rolf Henrichs: „Wij willen pas aan de ronde tafel gaan zitten als we precies weten wat de feiten zijn en als we de echte cijfers kennen. Anders worden we alleen maar gebruikt om het volk rustig te houden en een deel van de schuld op ons te nemen”. En samenwerking met de blokpartijen ziet hij evenmin snel tot stand komen. „Veertig jaar lang hebben ze het theater van het zogenaamde pluralisme meegespeeld. Nu draaien ze zich als een windhaan in de storm naar ons toe en roepen dat ze altijd al oppositie waren. Ha!”

De eigenlijke machtsstrijd komt dus nog en die draait, als alles vreedzaam blijft verlopen, om de afschaffing van artikel 1 van de grondwet, dat zegt dat de SED het monopolie op de leiding van het land heeft en moet houden. Pas als de SED daarvan afziet, kunnen nieuwe, vrije verkiezingen een nieuwe regering opleveren die het vertrouwen heeft van het volk. Of de SED in zo’n regering de boventoon kan voeren, ja of de SED er überhaupt in zal komen, dat gelooft in Oost-Berlijn eigenlijk geen mens.

Intussen moeten er in de DDR, zo geloven sommige waarnemers, snel twee debatten worden gehouden. Eén over het verleden en één over het begrip ‘modern socialisme’. De oppositie wil het eerste debat onmiddellijk, het liefst in de vorm van een tribunaal. Want de verbittering bij de oppositieleiders en een groot deel van de gewone bevolking is groot, zo blijkt uit het slot van Biermanns brief: „Pas als de pijn minder wordt, bemerk je hoe diep het zit”.

Bärbel Bohley: „We moeten wel naar het verleden kijken. De mensen willen het onrecht schadeloos gesteld zien. De leiders moeten rekenschap afleggen. Waarom stonden die Stasi’s zo lang voor en achter mijn huis? Wat kostte dat? Wie was ervoor verantwoordelijk? Wie was ervoor verantwoordelijk dat de soldaten uit het Engels-regiment vóór de demonstratie van 4 november te horen kregen: ‘Elke kameraad die daarheen gaat is er één te veel’? Zonder afrekening zal er geen nieuwe vertrouwen ontstaan in welke regering dan ook.”

De oppositie weet wat men niet wil, maar niet goed wat men wel wil. Erhart Neubart: „Het socialisme was de SED. En dat wi niemand meer. Het socialisme waas identiteit van de DDR. De DDR heeft nu dus geen identiteit meer. Maar de BRD heeft die ook niet. Dat hebben we gemeen. Het klinkt vaag, ja, maar de DDR moet liberaler worden en de BRD moet beseffen dat we ook een sociale traditie in het land hebben”.

Op de Potsdamer Platz is het inmiddels zondagnacht. ER rijden al auto’s over deze nieuwste grensovergang. De meeste DDR-burgers zijn op weg naar huis. „Morgen roept de arbeid weer”, zegt een man met in zijn hand een plastic ts waaruit de groene balderen van een ananas steken. Breken na de roes van de afgelopen dagen voor hem en de DDR de dagen van ontnuchtering aan? „Misschien, maar de revolutie is in elk geval begonnen”, zegt de man en trots toont hij de ananas. Dan gaat hij verder richting huis.