Buit de stagiaire niet uit maar betaal haar

Steeds vaker zetten overheden en ngo’s onbetaalde stagiaires in op reguliere werkplekken. Maar inmiddels is het onmogelijk om werkervaring op te doen en in je levensonderhoud te voorzien, constateert Kimberly Pérukel.

Het is momenteel niet makkelijk op de arbeidsmarkt – ook niet met een masterdiploma op zak. Zo’n diploma heet inmiddels een vereiste en de enkele vacatures vragen om drie tot vijf jaar werkervaring. Er is maar een manier om aan deze ervaring te komen: door stage te lopen.

Zonder blikken of blozen vertellen jonge werknemers over hun drie of vier onbetaalde stages voor ze een betaalde baan vonden. Deze stages duren gemiddeld zes maanden, worden fulltime ingevuld en zijn vaak internationaal, waarbij reis- noch vestigingskosten worden gedekt. Het lijkt vooral de non-profitsector die hier misbruik van maakt.

Banen die voorheen werden ingevuld door een (betaalde) secretaresse of starter, heten tegenwoordig een ‘stage’ of ‘traineeship’. Een recent voorbeeld is een bekende internationale ngo in Duitsland. Deze organisatie zet zich in voor internationale richtlijnen op het gebied van ‘ethical practice’- maar bood wel zelf een traineeship als directiesecretaresse aan voor 300 euro per maand. Waar een traineeship een gestructureerd werk- en opleidingsprogramma tracht te zijn, toonde deze functie geen enkele progressie of mogelijkheid tot opklimmen in de organisatie. Er volgde grote verontwaardiging binnen de non-profitsector, maar de functie was evenwel binnen de kortste keren vervuld.

Binnen de Europese Unie zijn onbetaalde stages zelfs heel gewoon. Sinds deze week staan er twee stageplaatsen open bij de Europese Unie Extern Optreden, in de delegatie in Egypte. De beoogde stagiaires moeten een masterdiploma hebben, over excellente schrijfvaardigheden beschikken, het liefst vergelijkbare werkervaring hebben opgedaan en ze moeten zes maanden fulltime werken – onbetaald.

Helaas zien we dit soort functies vaker langskomen in de EU. En hoewel de roep om actie tegen misbruik van starters regelmatig klinkt, is de stagiair vaak vogelvrij omdat stages in de meeste EU-landen niet onder het arbeidsrecht vallen.

Wie denkt dat dit probleem zich alleen buiten Nederland afspeelt, heeft het mis. De wanhoop om werkervaring op te doen, gekoppeld aan een krimpende economie, zorgt ervoor dat vooral de goededoelen-sector onbetaalde stages en als stage verkapte banen voor starters telt. De organisatie War Child bijvoorbeeld, zoekt een hbo-student om negen maanden lang fulltime te werken binnen het team Marketing & Fondsenwerving voor 200 euro per maand.

Een andere perverse prikkel wordt gegeven door de rijksoverheid. Het ministerie van Buitenlandse Zaken accepteert alleen masterstudenten die nog ingeschreven staan als student. Maar in een éénjarige master is er helemaal geen ruimte om zes maanden stage te lopen. Daarom schrijven studenten zich in voor een additioneel collegejaar, en betalen ze de universiteit om überhaupt in aanmerking te komen voor een stageplek bij het rijk.

Maar waarom lopen starters soms drie jaar lang onbetaald stage? Het antwoord is dat er simpelweg geen andere mogelijkheid is. Stages worden gezien als de enige manier om een netwerk op te bouwen en de werkervaring op te doen die je een competitieve kandidaat maken voor andere functies.

Het is onmogelijk voor starters in de non-profitsector om relevante werkervaring op te doen en tegelijkertijd in hun levensonderhoud te voorzien. De eisen zijn hoog, de concurrentie moordend. En de remuneratie? Laten we het zo zeggen: er staat een hele leuke functie open in Egypte. Moet je wel je eigen loon meebrengen.