‘Biozout is 100 procent biologisch en duurzaam’

Dat stond woensdag in de Amstelveense editie van Dichtbij

illustratie martien ter veen

De aanleiding

Amstelveen is om. In die gemeente wordt van nu af aan biozout gestrooid als de wegen glad zijn. Dat biozout zou volgens het Amstelveens nieuwsblad Dichtbij een „100 procent biologisch en duurzaam wegenzout” zijn, „afkomstig uit de vervaardiging van biobrandstof”.

Lezer Carla Verwoerd vroeg zich af of het klopt: kan dat wel, 100 procent duurzaam wegenzout?

En, klopt het?

We moeten ons eerst afvragen wat er met biozout wordt bedoeld. Biologisch, duurzaam: het zijn grote begrippen die je op verschillende manieren uit kunt leggen. Vaak wordt met biologisch iets bedoeld als ‘goed voor de natuur’.

Dus wat is biozout? Nou ja, eigenlijk is het gewoon zout. Maar dan wel gewonnen op een ‘duurzame’ manier, zegt Peter Bot (Burgerbelangen Amstelveen), die als wethouder van Amstelveen belast is met duurzaamheid. Biozout is volgens de wethouder een „restproduct van een biologisch proces, en dus duurzaam”. Maar het blijft zout, en dat is slecht voor de flora en fauna langs de wegen – ‘bio’ of niet.

Het zout dat de gemeente gebruikt is dus op zichzelf niet beter voor het milieu dan ander zout. Het duurzame aspect beperkt zich tot de manier waarop het wordt gemaakt. De gemeente Amstelveen bestelt het bij Eurosalt, vertelt de wethouder.

We bellen het bedrijf. Sietze de Waard neemt op. Hij is commercieel manager. Eurosalt levert zout aan ongeveer de helft van de Nederlandse overheden, schat hij. Het biozout wordt nog maar aan „een gemeente of tien” geleverd.

Hoe wordt het gemaakt?

Het biozout komt uit raap- en slaolie. Plantaardige olie dus. „Daar wordt in een fabriek biodiesel van gemaakt”, zegt De Waard. „En het andere product dat eruit komt, is ruwe glycerine. Als we van ruwe glycerine geraffineerde glycerine maken, komt er zout vrij.” Geraffineerde glycerine zorgt er onder meer voor dat ruitenwisservloeistof niet bevriest.

Biologisch is niet het goede woord om het zout mee te omschrijven: het is het resultaat van een chemisch proces waarin natrium en chloor bij elkaar worden gebracht. „Maar de basis is 100 procent plantaardig”, zegt De Waard. Ten minste 97 procent is NaCl (natriumchloride), dat is een Nederlandse eis. Het restje is glycerine, dat kan niet bevriezen, en helpt dus ook tegen de gladheid.

Er valt veel voor te zeggen om de methode als duurzaam te omschrijven. Er gaan immers geen grondstoffen bij verloren. De rapen en de sla groeien immers weer aan.

Maar Maarten van der Zee, als onderzoeker ‘biobased products’ werkzaam bij het onderzoekinstituut Food & Biobased Research van de Wageningen Universiteit, waakt ervoor hier al te snel het label ‘duurzaam’ op te plakken. Dat het om een bijproduct gaat, betekent volgens hem niet per se dat het duurzamer is. Van der Zee: „In dit geval wordt het zout misschien niet rechtstreeks gedolven, maar het kan best dat het chemische proces meer energie kost dan delven. Het kan ook meer landgebruik betekenen, of meer arbeid. Op basis van deze informatie zou ik de claim of dit duurzaam is niet willen maken.”

Conclusie

De gemeente Amstelveen zou een „100 procent biologisch en duurzaam wegenzout” gaan gebruiken. Als dat ‘bio’ staat voor goed voor de natuur, dan is de bewering onwaar. Het is gewoon zout, en dus even slecht voor flora en fauna als ‘normaal’ zout.

Maar de manier waarop het biozout gewonnen wordt kán wel beter voor het milieu zijn. Het wordt immers als restproduct gewonnen. Maar of de methode daadwerkelijk duurzamer is, hangt van meer zaken af. Zo kan het chemische proces bijvoorbeeld meer energie kosten dan wanneer het zout op een ‘normale’ manier gewonnen wordt. Of het proces zelf duurzamer is, is voor ons niet te checken.