De zwarte bladzijde ontbreekt

illustraties Cyprian Koscielniak

Door emeritus-hoogleraar Cees Fasseur is recentelijk een biografie over Pieter Sjoerds Gerbrandy geschreven (NRC, 11 okt.). Fasseur huldigde bij het schrijven van dit boek het standpunt van Ludwig Wittgenstein: waarover men (wegens bronnenschaarste) niet spreken kan, daarover zal men zwijgen. Daardoor ontbreekt er in zijn boek een donkere periode uit de vaderlandse geschiedenis. Ruim een maand na het aantreden van Gerbrandy als minister van Justitie werd in het Staatsblad bericht dat de bevoegdheden van de minister waren uitgebreid. Hij kreeg het alleenrecht om Nederlanders in de grensstrook die de Nederlandse neutraliteit tegenover het (toen nog bevriende) Duitsland zouden kunnen ondermijnen uit het betreffende gebied te verwijderen.

Op 7 november 1939 zette de minister zijn handtekening onder circa 15 uitwijzingsbevelen. In mijn geboorteplaats Winterswijk is er sprake van tenminste 4 personen die dan op 10 november uit de grensstrook werden verwijderd; 2 joodse en 2 niet-joodse Nederlanders, onder hen mijn vader. De uitwijzingen waren ingrijpend. Het was in 1939, dus vredestijd, het betrof Nederlanders en in vrijwel alle gevallen kostwinners. In een enkel geval was de uitwijzing niet aan tijd gebonden.

Voorafgaand aan dergelijke uitwijzingen werd er onderzoek verricht door de Nederlandse contraspionagedienst. Deze berichtte aan de minister, dat er in alle gevallen sprake was van handelingen die de neutraliteit ten aanzien van Duitsland in gevaar hadden gebracht. Gerbrandy zette, zonder nader onderzoek, zijn 15 handtekeningen onder de aan hem voorgelegde beschikkingen.