Bevrijd je van je schulden

Steeds meer hoogopgeleiden hebben zulke hoge schulden dat ze daar alleen van afkomen met een saneringsplan. Zelf regelen of schuldhulp vragen?

Illustratie XF&M

Als je zes jaar geleden hoorde praten over mensen met problematisch zware schulden, kon je dat wegwuiven als een kwestie die vooral anderen trof. Mensen met een uitkering, of een baantje onderaan de carrièreladder. Maar een meerderheid van de mensen die in 2013 bij de gemeente aanklopten voor hulp wegens hun schulden heeft een baan, blijkt uit het vorige maand verschenen rapport Schulden in Nederland van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud). En het percentage schuldenaren met een bovenmodaal inkomen is sinds de kredietcrisis ongekend hoog: 20 à 25 procent van het totale aantal hulpvragers (naar schatting 373.000 tot 531.000 huishoudens). Vermoedelijk is deze groep zelfs nog groter, omdat veel ‘bovenmodalen’ geen hulp zoeken. „Dat zijn meestal hoogopgeleiden, die het beeld hebben dat bij de schuldhulpverlening alleen losers komen”, zegt Joke de Kock, hoofd schuldhulpverlening bij de gemeente Tilburg en voorzitter van de Vereniging voor Schuldhulpverlening en Sociaal Bankieren (NVVK). „Zij schamen zich en zijn sterker dan anderen geneigd over hun schulden te zwijgen.”

Begrijpelijk, vindt Nadja Jungmann, lector schulden & incasso aan Hogeschool Utrecht. „In onze maatschappij benadrukken we dat iedereen verantwoordelijk is voor zijn eigen leven. We rekenen het hoogopgeleiden zwaarder aan als ze daar niet in slagen.” Terwijl zij volgens Jungmann steeds minder goed in staat zijn hun schulden zelf op te lossen: „Door de stress die langdurige schulden opleveren, daalt je IQ gemiddeld 13 punten en wordt het steeds moeilijker een weloverwogen langetermijnoplossing te bedenken.” Pijnlijk als je bedenkt dat een aflossings- of saneringsplan met een looptijd van 3 à 5 jaar de enige manier is om van hoge schulden af te komen.

Hoe bevrijd je jezelf uit zo’n uitzichtloze situatie waarin je de post niet meer openmaakt en schrikt als de deurbel gaat? De Kock raadt aan eerst een vriend of familielid in vertrouwen te nemen en om hulp te vragen bij de financieel-administratieve kant, en voor emotionele steun. Wie geen hulp van een bekende wil, kan op de site van brancheorganisatie NVVK opzoeken welke hulp zijn gemeente biedt (zie nvvk.eu). Sinds 2012 hebben gemeenten een zorgplicht voor inwoners met schulden en de meeste bieden gratis adviesgesprekken en cursussen budgetteren aan.

Ook vrijwilligersorganisaties zoals Schuldhulpmaatje en Humanitas doen dat. Soms is zulke hulp voldoende voor mensen om op eigen houtje van hun schulden af te komen zonder aflossingsplan – bijvoorbeeld doordat ze slimmer met geld leren omgaan.

Kerk of crowdfunding

Voor de meeste mensen met grote schulden geldt dat ze uitgebreidere hulp nodig hebben. Voor de hand ligt dan een saneringstraject via de gemeente, het zogenoemde minnelijke traject, waarbij een schuldhulpverlener een aflossingsplan opstelt en een lening aanvraagt bij de Kredietbank. Zo’n niet-commerciële bank, vaak eigendom van een aantal gemeenten, koopt dan een deel van de schuld af. Het resterende deel wordt kwijtgescholden.

Zelf een aflossingsplan indienen kan ook, bijvoorbeeld met een lening of donatie van een familielid, de werkgever (dat kan verrassend vaak, informeer bij de afdeling personeelszaken), de kerk of via crowdfunding (zie geldvoorelkaar.nl). Of het lukt, hangt af van je inkomen, de totale schuld, en het aantal schuldeisers. Heb je er maar een paar en komt je schuld niet boven de, zeg, 10.000 euro uit, dan heb je een goede kans op succes bij schuldeisers – mits je aflossingsplan deugt.

Maar voor veel schuldenaren is dit te ingewikkeld: gemiddeld heeft iemand die voor schuldhulp aanklopt veertien schuldeisers en 37.700 euro schuld, blijkt uit het Nibud-rapport. Vaak hebben schuldeisers ook incassobureaus of deurwaarders ingezet.

Afspraken met de schuldeisers

Poging wagen? Kijk eens op zelfjeschuldenregelen.nl, een initiatief van Nibud en NVVK. Deze site biedt een vijfstappenplan dat gaandeweg steeds meer inzicht biedt in je schulden en in mogelijke oplossingen. Stap één helpt bij het vaststellen van je totale schuld, met tips hoe je vergeten rekeningen, schuldeisers en betalingsachterstanden kunt achterhalen. Daarna bepaal je je inkomsten en uitgaven, plus de bedragen die je volgens je schuldeisers zou moeten afbetalen. Vervolgens kun je uitrekenen wat een realistisch aflossingsbedrag is. Zo kom je erachter of je met je inkomsten en uitgaven de schulden kunt afbetalen, of dat je dan geld tekortkomt. Om alsnog een kloppende balans te krijgen, geeft de site bezuinigingstips en informatie over overheidstoeslagen en tegemoetkomingen. Krijg je dit niet rond of gaan schuldeisers niet akkoord met je plan, ga dan alsnog naar de NVVK. Het voordeel van een aflossingsplan via deze officiële route is dat de kans groter is dat schuldeisers instemmen: zo’n 80 procent van de aanvragen accepteren zij. Dat komt mede doordat de NVVK met vele grote schuldeisers, zoals zorgverzekeraars, de afspraak heeft dat zij standaard meewerken als zij een aflossingsvoorstel indienen. Ook weet de NVVK precies aan welke voorwaarden hun voorstel moet voldoen.

Dien je zelf een voorstel in, zorg dan dat je plan aan dezelfde voorwaarden voldoet. Of beter: bied schuldeisers een net iets betere deal dan de NVVK kan geven, zodat het aantrekkelijk voor hen wordt om ja te zeggen.

Dat lukte onafhankelijk financieel planner Corrie Nieuwesteeg van Cadsand twee jaar geleden toen zij een vrouw gratis bijstond – volgens haar doen veel vakgenoten dat incidenteel. „Deze vrouw had 1,5 ton schuld, maar wel een prima baan als afdelingshoofd in een ziekenhuis en zij kon van haar werkgever 50.000 euro lenen.” De schuldeisers gingen na uitvoerig overleg akkoord met betaling van eenderde deel van de schuld en kwijtschelding van tweederde.

Beunhazen en bedriegers

Volgens Nieuwesteeg van Cadsand stemden zij in omdat het geld direct en in één keer werd overgemaakt. „Bij een aflossingsregeling via de NVVK is dat niet standaard zo. Soms krijgen schuldeisers hun geld dan pas na drie jaar.” Jungmann vermoedt dat de schuldeisers ook toehapten omdat de vrouw een hoger bedrag kon afbetalen: de financieel planner werkte gratis, de kredietbank rekent bij een saneringstraject 9 procent rente over de verstrekte lening. Overigens is het de meeste commerciële partijen – behalve onder anderen advocaten – bij wet verboden geld te vragen voor schuldhulpverlening aan burgers. Maar volgens De Kock zijn er veel beunhazen en bedriegers die de regels negeren. „Daar komen ze meestal mee weg. Er is bijna geen toezicht.”

Beide routes – op eigen gezag handelen of via de NVVK – hebben voor- en nadelen. Veel hoogopgeleiden deinzen terug voor een NVVK-saneringstraject vanwege de strenge budgetregels. Omdat in drie jaar zoveel mogelijk afgelost moet worden (in ruil voor kwijtschelding daarna) moeten schuldenaren van bijstandsniveau leven. Een echtpaar moet bijvoorbeeld rondkomen van 100 euro per week en daarvan de boodschappen, telefoon, kleding en cadeautjes betalen. Dat valt juist hoogopgeleiden zwaar: zij zijn vaak een goed inkomen en een ruime levensstijl gewend.

Wie op eigen titel handelt, kan kiezen voor een langere aflossingstermijn. Dan wordt je budget iets hoger. Voor de cliënt van Nieuwesteeg van Cadsand was dit de reden om niet met de NVVK in zee te gaan. Zij koos voor een afbetalingstermijn van vijf jaar en kon in haar vrijstaande huis blijven wonen, al kost dit meer dan eenderde van haar salaris (ongeveer het maximaal toegestane bedrag voor woonlasten bij de NVVK).

Gemeenten wijzen schuldhulpaanvragen nogal eens af als ze horen dat iemand een eigen huis heeft. „Ten onrechte”, benadrukt De Kock. „Als dat je overkomt, teken dan gelijk beroep aan.” Gemeenten hebben een zorgplicht, volgens de Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening. De bezwaarcommissie geeft huiseigenaren daarom gelijk als zij bezwaar aantekenen.