ABN zal winst voor staat teniet doen

Op de steun aan Aegon en ING boekte de staat winst. Maar die zal niet opwegen tegen het verwachte verlies op de verkoop van ABN en SNS.

3,5 miljard euro. Dat is wat de Nederlandse overheid heeft verdiend aan de staatssteun die zij ING zes jaar geleden heeft verstrekt. ING loste het laatste deel af van de kapitaalinjectie van 10 miljard euro die de bank in 2008 kreeg gisteren af – zes maanden eerder dan gepland, omdat het volgens topman Ralph Hamers heel goed gaat. Daarmee werd ook meteen duidelijk wat de steun de overheid nu uiteindelijk heeft gekost.

In dit geval was er dus een royale plus. Die 3,5 miljard rente en ‘premie’ (een boete in feite) komt neer op een jaarlijks rendement van 12,7 procent, meldde ING zelf bij de aflossing. Dat zijn percentages waar de doorsnee belegger zijn vingers bij aflikt.

Je moet er wel nog de rente van aftrekken die de staat zelf heeft betaald om 10 miljard in ING te kunnen steken. Daarvoor moest de overheid geld lenen, waardoor de staatsschuld opliep. En zij liep natuurlijk een groot risico, op een investering waar zij helemaal niet om had gevraagd. Maar toch. 12,7 procent is een mooie marge om mee te beginnen. De staat leent zelf tegen zeer lage tarieven.

Rommelhypotheken

Daar komt nog bij dat ING de staat ook heeft vergoed voor enkele andere vormen van steun. ING heeft 400 miljoen euro betaald aan de overheid, omdat die garant ging staan voor obligaties die het concern in 2009 uitgaf.

De overheid nam verder in 2009 een grote portefeuille met Amerikaanse rommelhypotheken over van ING. Die portefeuille, met destijds een waarde van 24 miljard euro, was een bedreiging voor ING geworden, omdat de marktwaarde ervan drastisch was gedaald. In 2013 en 2014 kon de overheid de hypotheken weer verkopen, met een winst van 1,4 miljard.

Alles bij elkaar heeft de noodgedwongen hulpactie voor ING de overheid dus 5,3 miljard euro opgeleverd. En dat terwijl politici van links tot rechts destijds beweerden dat de overheid het schip in zou gaan met de steun. Toenmalig premier Wouter Bos (PvdA), die zei dat het misschien best weleens kon meevallen, zou zichzelf „rijk rekenen”. De SP pleitte destijds voor volledige nationalisatie, omdat de belastingbetaler de „financiële troep” weer eens mocht opruimen.

Ook voor de staat is de aflossing van ING’s schuld een mijlpaal: weer een financiële instelling minder die bij de overheid in het krijt staat. Langzaam maar zeker wordt het lijstje korter van banken en verzekeraars die tijdens de kredietcrisis overeind moesten worden gehouden.

Nog twee te gaan

Eerder loste verzekeraar Aegon zijn schuld al af. Aegon kreeg tijdens de financiële crisis 3 miljard euro steun van de overheid. Dat bedrag betaalde de verzekeraar in 2011 terug. In drie jaar tijd betaalde Aegon bovendien nog eens 1,1 miljard euro aan rente en boetes. Ook dat was een succesverhaal, bezien door de ogen van de overheid.

De enige twee grote financiële instellingen die nu nog verbonden zijn aan de staat, zijn ABN Amro en SNS Reaal. ABN Amro werd in 2008 genationaliseerd. SNS begin vorig jaar, nadat de overheid al eens 750 miljoen euro steun had verstrekt. Daarnaast heeft de overheid ook verzekeraar ASR opgekocht. Dat gebeurde gelijktijdig met toen de staat ABN Amro opkocht.

Als deze instellingen worden geprivatiseerd, kan de balans van de hulpacties definitief worden opgemaakt. Mogelijk dat ABN Amro medio volgend jaar weer naar de beurs gebracht wordt. Voor de bankactiviteiten van SNS Reaal wordt op termijn eveneens een bestemming gezocht. De verzekeringstak van SNS Reaal, recentelijk omgedoopt tot Vivat, wordt mogelijk nog eerder verkocht dan ABN Amro.

Ondanks de winsten op de steunoperaties voor ING en Aegon, ziet de hele optelsom er niet goed uit. De overheid nam destijds ABN Amro (samen met ASR en de Nederlandse activiteiten van Fortis) over voor een bedrag van 28 miljard euro. Bijna 22 miljard daarvan ging rechtstreeks naar ABN Amro, volgens eigen berekeningen van het kabinet.

Verwacht verlies

ABN Amro heeft de overheid, die enig aandeelhouder is, de afgelopen jaren in totaal 863 miljoen euro aan dividend uitgekeerd. Maar het lijkt vrijwel onmogelijk dat de overheid het oorspronkelijke overnamebedrag in zijn geheel terug gaat krijgen. De staat verwacht zelf dat hij ABN Amro voor maximaal 15 miljard euro kan verkopen.

Sommige analisten denken zelfs dat ABN Amro hooguit 7 tot 10 miljard euro zal opleveren. In beide gevallen wordt de winst die de overheid op de steun voor ING en Aegon heeft gemaakt, in één klap ongedaan gemaakt. Als deze analisten gelijk krijgen, komt er onder de streep zelfs een verlies te staan van enkele miljarden.

En dan is er nog niet eens gekeken naar de verwachte opbrengst van SNS Reaal en ASR. Ook daar geldt dat de overheid er niet op rekent dat zij de oorspronkelijke overnamesom terugkrijgt. Dat is het eerste verlies. En ook daar denken sommige analisten dat de overheid te optimistisch is over wat de bedrijven wel zullen opleveren. Dat zou het tweede verlies kunnen zijn.

Dat het dus een min wordt, staat vast. De vraag is vooral: hoe groot wordt die min uiteindelijk? Met de beursgang van ABN Amro zal dat voor een groot deel duidelijk worden. Die is op zijn vroegst in de zomer van 2015.