Zelf kiezen is zo simpel nog niet

Roep om meer keuze neemt toe, maar weinigen overzien de gevolgen.

50PlusBeurs in de Jaarbeurs in Utrecht. Veel Nederlanders willen bij hun pensioenregeling meer te kiezen hebben. Foto ANP

Stel dat Nederlanders de vrijheid krijgen om hun eigen pensioenfonds te kiezen. Dan kan het stelsel in gevaar komen. Als iedereen weloverwogen zou kunnen kiezen, komt er vast een run op fondsen met de beste en goedkoopste voorwaarden: dat brengt het stelsel uit balans. Maar waarschijnlijk kan de overgrote meerderheid wegens gebrek aan financiële kennis niet goed kiezen uit de huidige circa 350 fondsen. Wat is dan nog het voordeel van keuzevrijheid?

Dat is de conclusie na onderzoek van het Amsterdams Instituut voor ArbeidsStudies, zei mededirecteur Paul de Beer gisteren op het jaarcongres van de Pensioenfederatie. ‘Keuzevrijheid’ is een actueel thema binnen de sector. Staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken, PvdA) debatteert erover in het land tijdens haar ‘nationale pensioendialoog’. Freedom of choice kwam deze week ook voorbij tijdens de jaarlijkse World Pension Summit in Den Haag. Zes vragen over de voor- en nadelen van meer keuzevrijheid.

1 Hoeveel keuzevrijheid biedt het Nederlandse pensioensysteem nu?

Weinig. Fondsen bieden bijvoorbeeld de mogelijkheid om je pensioendatum te vervroegen of juist uit te stellen, te variëren in de hoogte van je pensioenuitkering of een deel van je ouderdomspensioen in een nabestaandenpensioen om te zetten. Maar de meeste werknemers zijn verplicht aangesloten bij een bedrijfs(tak)fonds en hebben geen stem in hun aanvullende pensioen (bovenop de AOW). Ze hebben geen directe invloed op hoeveel premies ze van hun loon afdragen (vaak eenvijfde inclusief werkgeverspremie) en of fondsen hun geld wel slim of duurzaam beleggen en tegen welke risico’s en welk rendement. Via vakbonden en de nieuwe ‘Verantwoordingsorganen’ bij fondsen kunnen deelnemers wel indirect hun stem laten horen.

2 Wíllen mensen dan meer zelf beslissen over hun pensioen?

De roep wordt steeds luider, zei hoogleraar arbeidsverhoudingen Paul de Beer gisteren. Minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, Pvda) betoogde in juni dat ontevreden deelnemers „moeten kunnen stemmen met hun voeten”, ofwel overstappen naar een ander fonds. Staatssecretaris Klijnsma presenteerde deze zomer een enquête waaruit bleek dat meer dan de helft van de Nederlanders meer keuzevrijheid wil.

Anderzijds zei hoogleraar economie Harry van Dalen gisteren in deze krant dat de uitkomst van enquêtes zeer afhangt van de formulering van de vraag. Als je Nederlanders vraagt of ze het belangrijk vinden dat een pensioenfonds alles regelt, zegt ook 80 procent ja. Maar tegen de achtergrond van de verliezen tijdens de crisis is het logisch dat mondige burgers meer invloed willen – zelfs als ze daar uiteindelijk geen gebruik van maken.

3 Kúnnen mensen eigenlijk wel zelf verstandige keuzes maken?

Zelfbeschikking is een groot goed, maar niet iedereen wordt geboren als actuaris. Wat dat is? Daar gaan we al. Een actuaris berekent voor bijvoorbeeld pensioenfondsen en verzekeraars de risico’s. „Mensen zeggen altijd dat ze willen kiezen, maar als het er op aankomt zeggen ze: ‘Oei oei, wat zal ik doen?’”, zegt hoogleraar pensioenmarkten Fieke van der Lecq. „Want wat als je pensioen slechter uitpakt? Wie gaat dan wie aankijken? Dan lopen deelnemers toch direct naar Tros Radar en dan heeft het pensioenfonds een probleem. Dat is ook niet eerlijk. Dat zou je de tijdsinconsistentie van de deelnemer kunnen noemen: nu wil hij keuzevrijheid, maar als het misgaat wil hij geholpen worden.”

De Beer: „Uit veel onderzoek blijkt dat mensen niet in staat zijn om de gevolgen van hun eigen pensioenkeuzes te overzien. Als je ze drie beleggingsrisico’s voorlegt, kiest de meerderheid altijd bijvoorbeeld voor de middelste optie – ongeacht de opties.”

Van Dalen: „De harde kern van pensioenvaardigen is erg klein”.

4 Waarom is het zo ingewikkeld om mensen meer invloed te geven?

Om meer dan één reden. Nederland heeft een stelsel met ‘gegarandeerde’ pensioenen: het vooruitzicht op een nominaal geldbedrag als je stopt met werken – voor wat het waard is. Als je meer keuzevrijheid introduceert, en individuele voorkeuren een rol laat spelen, stap je over op een ander stelsel met een vaste premie, maar meer onzekerheid. Het huidige stelsel is gebaseerd op collectiviteit en solidariteit tussen de generaties, dat moet je dan eigenlijk loslaten.

„Keuzevrijheid brengt allerlei nieuwe dilemma’s met zich mee in landen met een gegarandeerd pensioen”, zegt Josef Pilger, wereldwijd pensioenspecialist bij accounant EY4. „Stel je voor: jij kiest wel je eigen regeling en ik laat me leiden door een pensioenfonds. Als jij verlies lijdt, waarom zou ik dan voor jou moeten betalen?”

5 Brengt meer keuzevrijheid ook hogere kosten met zich mee?

Ja. Van der Lecq: „Stel dat de kappersbranche overstapt naar het pensioenfonds voor de bakkers, dan moet je al het opgebouwde vermogen overhevelen, maar wel gescheiden blijven beheren, want misschien stappen de kappers over vijf jaar wel over naar het pensioenfonds voor de tandartsen. De transactiekosten zijn fors, daarnaast heb je nog informatiekosten.”

„Als je mensen keuzevrijheid geeft, wordt hun gedrag ook minder voorspelbaar en daar moet je met je beleggingsbeleid rekening mee houden. Een fonds kan zeggen: wij verwachten dat 10 procent van onze deelnemers dit jaar aan dit en dat knopje gaat draaien. Maar dat betekent dat je vermogen moet reserveren om dat mogelijk te maken en dus minder renderend kunt beleggen.”

6 Welke keuzes kun je relatief gemakkelijk introduceren?

De Beer: „Je kunt variëren in de pensioenopbouw. Het maximum is nu 1,875 procent van het salaris. Je zou ze een lager percentage kunnen laten kiezen met de mogelijkheid bij te sparen. Een andere optie is deelnemers meer invloed te geven op het beleggingsbeleid: op de risico’s die een fonds neemt, of meer duurzame, ethische beleggingen.”

Maar meer keuzevrijheid leidt niet altijd tot groenere pensioenfondsen, zegt Michael Jantzi, baas van duurzame beleggingsadviseur Sustainalytics. „In de Verenigde Staten en Canada bieden bedrijven hun werknemers keuzevrijheid – als ze tenminste een pensioenregeling aanbieden. Maar duurzaam beleggen leeft er niet echt.”