Wie Lobo leest, hoort hem in zijn hoofd resoneren

Erg vrolijk gaat het er zelden aan toe in de boeken van de Portugese schrijver Antonio Lobo Antunes. Een stuk of twintig romans schreef hij tot nu toe. Als een brandend huis is de tiende die in het Nederlands verschijnt. Zelfs nog eerder dan de Portugese editie, dankzij de bemoeienis van zijn vaste vertaler Harrie Lemmens, die dit moeilijke proza ook nu weer in prachtig Nederlands wist om te zetten.

Steeds weer draait het bij Lobo Antunes om de morele ineenstorting van Portugal, bewerkt door het fascisme van dictator Salazar en versneld door de catastrofale koloniale oorlogen in Afrika. Met medische precisie ontleedt hij de psyche van een getraumatiseerd land, vooral die van de hogere bourgeoisie. Of van oudgedienden uit Angola of Mozambique, zoals in zijn magnum opus Fado Alexandrino.

In Als een brandend huis is het focus verschoven naar de gewone middenklasse en kleinburgerij. Die bewoont het huis dat Lobo Antunes beschrijft: acht appartementen, die hij stuk voor stuk drie keer langs gaat. Daar leven een alcoholist met losse handjes, een vrouwelijke rechter die zich laat beminnen door een bode van het gerecht, een politiek vervolgde uit de tijd van de dictatuur, een Joods gezin dat moest vluchten voor de nazi’s, een aan lager wal geraakte actrice die zich inbeeldt de minnares van Salazar te zijn geweest. Net als de rest van de bewoners oud geworden wrakhout van de historische catastrofe waarin het land ten onder is gegaan.

Aan het slot voegt Lobo Antunes een extra hoofdstuk toe: over de zolder waarop een vergeten mannetje lijkt te huizen dat zich inbeeldt de oud-dictator te zijn. Of dat daar alleen maar leeft in de inbeelding van de andere bewoners. Alsof het huis heel Portugal zou symboliseren, met Salazar nog altijd in de collectieve bovenkamer.

Wat Als een brandend huis onmiskenbaar tot een roman van Lobo Antunes maakt is de stijl: evocatief, in evenveel interne monologen als er (hoofd)bewoners in het huis zijn, springend van de hak op de tak – en toch zo geschreven en vertaald dat je nergens het spoor bijster raakt. Doorsneden worden die monologen door de echo’s van het verleden: moeders die bij de één nog altijd standjes uitdelen, echtgenoten die de ander blijven inpeperen dat hij ‘geen echte man’ is.

Als een brandend huis leest als een klankspel, bijna als het script van een radioproductie. Wie het leest, kan het in zijn eigen hoofd al horen resoneren.