Wie gaat er nou met de bus?

Tot Iris Hannema’s ergernis doen reisgidsen alsof Ethiopiërs nog in hun blote kont rondlopen, met schotels in hun lip. In deze serie laat ze een andere kant van Ethiopië zien. Alevering 2: op vakantie met de middenklasse.

Spectaculaire bergpartijen, eeuwenoude steden, serieus lekkere koffie, een koel klimaat, christenen en moslims die vredig met elkaar samenwonen, een eigen schrift en miljoenen jaren geschiedenis, maar één ding mist Ethiopië: zee. Gelukkig hebben ze het Tana Meer, ’s lands grootste zoetwatermeer gevuld met het water van de Blauwe Nijl, een van de meest bezochte toeristische attracties in Ethiopië. Je kunt er met een vijftienpersoons boot langs eilanden met oude orthodox-christelijke kloosters. Vertrekpunt van de boten is de stad Bahir Dar, 550 kilometer ten noorden van Addis Abeba. Helaas wordt zwemmen in het meer afgeraden vanwege aanwezige bacteriën die dol zijn op plasbuizen en mogen vrouwen de meeste kloosters niet betreden. Maar wat deert het, varen op een zonnige ochtend vind in ieder geval ik praktisch altijd leuk.

Mijn medepassagiers zijn praatgrage Ethiopische dertigers met goddelijke namen: Dawit, Christossambra, Abreham, Eden, Daniel, Betty (‘van Bethlehem’), Sara. De een werkt als leraar Engels, de anders als accountant, marketingmedewerker, grafisch ontwerper of taxichauffeur – een succesvolle, hij rijdt een yellow cab in de VS. Alle zeven zijn ze op vakantie in eigen land, afkomstig uit de hoofdstad en op en top verzorgd: strakke spijkerbroeken, grote zonnebrillen, nette schoenen of coole sneakers en, niet onbelangrijk, perfect Engelssprekend. Logisch, want de nieuwe middenklasse is afgestudeerd aan de universiteit waar alleen in het Engels wordt lesgegeven. Volgens de cijfers van het Ethiopische ministerie van Educatie groeit het aantal afgestudeerden in alle studierichtingen fenomenaal. Studeerden er in 2006-2007 (onze jaartelling) nog 32.000 studenten af, dit jaar gaan er 115.680 studenten naar de universiteit.

Op het eiland Debre Marya stap ik uit voor een bezoek aan een veertiende-eeuws klooster. Bij de ingang hangt een bord aan een boom gespijkerd met daarop ‘Man can visit’ en daaronder ‘To Woman Musium’. Grinnikend lopen de vrouwen naar het nogal stoffige museum, de mannen schuifelen achter een oudere monnik aan op kloosterbezoek. Op blote voeten loop ik achter de jonge monnik aan die ons rondleidt, gehuld in een beige deken met op zijn hoofd een witte religieuze hoed. Aan het eind van de tour vraagt de monnik waar ik vandaag kom. „Country? Holland? Van Persie! Robben!”

Telefoonverslaafden

„Is er satelliettelevisie op het eiland?” vraag ik verbaasd, maar een antwoord krijg ik niet want zijn mobieltje rinkelt driftig in zijn habijt.

Ik durf te beweren dat bijna iedereen in Ethiopië een mobiele telefoon heeft. Zelfs schoenenpoetsers lijken drukker met sms’en dan met schoenen oplappen, net als de vrouwen op de stoep bij wie je voor een paar cent op de weegschaal kunt staan. Gelukkig voor de telefoonverslaafden kan je bij iedere kiosk het beltegoed opwaarderen met kraskaarten. Het populairste telefoonmerk is ongetwijfeld Nokia (de monnik heeft er ook een) en de beltoon die ik het meest hoor is de Nokiatune. Net als kapitein Fish (zijn echte voornaam) gebruiken vooral mannen hun mobieltje als walkietalkie. Ze schreeuwen keihard in de microfoon om vervolgens snel het mobieltje aan hun oor te drukken om het antwoord van de andere kant te kunnen horen.

We zijn weer op het water als er een visser in een papyrusbootje, een deken om zijn hoofd gevouwen, aan komt peddelen. Hij heeft een meerval met glimmende snorharen in zijn hand en houdt zijn vangst trots omhoog voor de iPhone- en iPadcamera’s van zijn landgenoten. „Kijk, hij heeft een mobieltje om zijn nek in een plastic zakje, unbelievable!” roept Dawit. Zijn vrouw hangt buitenboord om de hele boot op de foto te krijgen. De anderen doen hetzelfde en de visser kijkt trots. Aan het eind van de boottocht, de zon zakt verbazend snel achter de horizon, zegt iedereen elkaar gedag als oude bekenden met de nationale handshake: eerst een stevige hand om daarna met je rechterschouder tegen de rechterschouder van de ander aan te botsen. Alle zeven vliegen terug naar hun woonplaats Addis met Ethiopian Airlines. Dat ik met de openbare bus reis vinden ze maar vreemd. Kan ik een vliegticket niet betalen? Ik zit toch niet in geldnood?