‘Wat is ondraaglijk lijden? Daar kan alles onder vallen’

Ethicus en lid Regionale Toetsingscommissie Euthanasie

„De moderne mens wil de aftakeling niet accepteren.”

Theo Boer beoordeelde vierduizend gevallen van euthanasie. Soms was hij het niet met de goedkeuring eens. Foto David van Dam

Door onze redacteur

Er waren avonden dat Theo Boer met een knoop in zijn maag naar huis reed. Omdat zijn commissie een euthanasiedossier had goedgekeurd waar hij zelf moeite mee had. Euthanasie die voldeed aan de wettelijke criteria maar die hem als ethicus dwarszat. Een duo-euthanasie bijvoorbeeld. Een oudere kankerpatiënte had samen met haar man euthanasie gevraagd en gekregen; hij was al lange tijd afhankelijk van haar omdat hij slecht ter been was. Hij wilde niet alleen verder.

Voor de partner is euthanasie niet bedoeld, vindt Boer. Hij is onlangs, na negen jaar, uit een Regionale Toetsingscommissie Euthanasie gestapt en nu wil hij het publiek wakker schudden. De vijf RTE’s zijn de plek waar artsen elk euthanasiedossier na afloop moeten inleveren, in elke commissie zit één ethicus, één jurist en één medicus. Keuren zij de gang van zaken af, dan gaat het dossier naar de Inspectie voor de Gezondheidszorg én het Openbaar Ministerie. „Dat is voor een arts heel vervelend”. Hij heeft in negen jaar 4.000 dossiers gelezen en beoordeeld. Hij is ook verbonden aan het Lindeboom Instituut, een wetenschappelijk christelijk studiecentrum.

De vraag naar euthanasie wordt steeds groter, zegt Boer, en artsen passen het steeds makkelijker toe. In 2002 werd euthanasie 1.800 keer toegepast en gemeld, in 2013 ruim 4.800 keer terwijl het aantal sterfgevallen (rond 140.000) gelijk bleef. Bovendien verschoof het soort euthanasieaanvragen. „Toen ik begon, bestond ruim 90 procent van de dossiers uit terminale kankerpatiënten die alleen de laatste paar weken de ernstigste pijn wilden vermijden. Dan kan euthanasie inderdaad een ‘goede dood’ zijn. Maar in 2013 bestond al éénderde van de dossiers uit ‘overige’ gevallen: onder wie steeds meer ouderen die het leven niet meer zien zitten. Die de dood niet een paar weken vervroegen, maar maanden of zelfs jaren. Die vinden dat ze ondraaglijk lijden.” Steeds vaker, vooral de afgelopen paar jaar, keurde zijn commissie die gevallen van euthanasie goed (hij niet) en hield híj daar gewetenswroeging aan over.

Begrijp hem niet verkeerd: hij vindt euthanasie zinvol voor ernstig zieke patiënten. Boer heeft duizenden dossiers goedgekeurd, uit volle overtuiging. Maar hij vindt wel dat euthanasie een uiterste ingreep moet blijven. „Je vraagt veel van een arts. Hij is niet opgeleid om het leven te beëindigen, integendeel. Waarom houden mensen zelf niet op met eten en drinken als ze willen sterven? Dat is ook een zachte dood, maar één waar je een arts minder bij betrekt. Gesteld dat mijn arts me zou helpen om die moeilijke dagen te overbruggen, dan zou ik dat doen.”

Als mensen horen dat hij christen is, zeggen ze volgens Boer vaak: „Oh, geen wonder dat je kritisch bent over euthanasie. Ik zeg dan altijd: ga op mijn argumenten in, in plaats van op mijn achtergrond.” Sommige artsen, vooral huisartsen, die hij spreekt, blijven moeite hebben met euthanasie toepassen. „Ze vinden het zó stressvol dat ze het hooguit één of twee keer per jaar willen doen.”

Boer werd in 2005 gevraagd door oud-minister Sorgdrager, een D66’er, om toe te treden tot de Arnhemse toetsingscommissie. Ze wist dat hij kritisch was over euthanasie maar wilde juist binnen de commissie „eigen tegenspraak organiseren”. Bij euthanasie, voor de goeie orde, sterft de patiënt niet aan zijn ziekte maar aan een zware verdoving (die hem in coma brengt) plus een spierverslapper die de dokter toedient met een spuit of infuus. Volgens de wet moet de patiënt dood willen, weten wat hij vraagt, ‘wilsbekwaam’ zijn, moet er geen uitzicht op behandeling of verlichting zijn en moet hij ‘ondraaglijk lijden’. Een tweede arts moet de aanvraag goedkeuren. Anders is het moord.

Mensen zijn euthanasie gaan beschouwen als een recht, stelt Boer vast. „Ik sprak op een congres een man van 82 die zei: ‘U bent kritisch over euthanasie, u laat mij dus in de kou staan’. Ik zei: ‘Oh, waar lijdt u dan aan?’ Nergens aan, zei de man. ‘Hoezo laat ik u dan in de kou staan? Een zelf verkozen dood ligt binnen handbereik: negen dagen niet eten en drinken. Als iemand zo ‘versterft’, zal geen arts sedatie weigeren om het ergste leed te verzachten.”

Euthanasie, zegt Boer, „werd aanvankelijk gezien als een zachte dood bij ernstig zieke patiënten, zoals de terminale kankerpatiënt. Dán is het ook volkomen terecht. Maar inmiddels vragen mensen het in allerhande situaties. Dat komt doordat de moderne mens de aftakeling niet meer wil accepteren. Ze willen hun aftakeling beheersen en hun dood plannen. Er grip op houden. Alsof dat mogelijk is. Ouderdom komt nu eenmaal met gebreken. En wat moeten we met mensen die euthanasie willen omdat ze ‘niet in een verpleeghuis willen belanden’? Dat is misschien begrijpelijk maar voor díe behoefte moet je niet aan een arts vragen of hij je leven wil beëindigen.”

De meeste beslissingen over een dossier nam de toetsingscommissie unaniem: de artsen hebben zorgvuldig gehandeld, niks aan de hand. Als twee leden van de commissie het dossier goedkeuren, dan moet de derde zijn „verlies nemen”. Boer: „Dat is prima. Ik heb nóóit bij een goedgekeurd dossier gedacht dat de patiënt niet doodwilde of zo. Ik heb ook wel eens goedkeuring bepleit, toen de anderen de euthanasie onzorgvuldig vonden, bijvoorbeeld omdat er van een bepaalde medicatie net iets te weinig was gebruikt. Je moet bedenken dat het stempel ‘onzorgvuldig’ voor een arts buitengewoon belastend is. Als het gaat om een procedurele fout en iemand ziet dat bij een gesprek gelijk in, is het de vraag of je daar zo’n zwaar oordeel over moet geven.”

Waar Boer last kreeg van zijn geweten, was als hij bij een dossier dacht: moeten we déze euthanasie als samenleving wel willen? Het ligt, zegt hij, aan de euthanasiewet uit 2002. „Alle dossiers die wij goedkeurden, móchten van de wet. Achteraf bezien is een zeer liberale wet gemaakt. De arts, en de tweede arts die erbij wordt gehaald, moet overtuigd zijn dat de patiënt ‘ondraaglijk en uitzichtloos’ lijdt. Maar dat is zo subjectief, daar kan alles onder vallen. In veel andere landen mag euthanasie alleen als het lijden medisch ondraaglijk is geworden.”

Oud-PvdA-senator Brongersma kreeg in 1998 euthanasie op zijn 86ste omdat hij niet meer wilde leven. Hij leed, zei hij, aan het leven. De huisarts die het toepaste, Flip Sutorius, werd veroordeeld door de Hoge Raad voor, ‘hulp bij zelfdoding’, op grond van de toenmalige wetgeving. Op basis van de huidige wet zou Sutorius nooit zijn veroordeeld, zegt Boer. „We keuren nu regelmatig zulke dossiers goed.”