Column

Voor Europa is er vooral medelijden

Paul Krugman spreekt, Princeton University luistert. Zijn onderwerp: wat kunnen we leren van de crisis in Europa? Zijn antwoord: we kunnen leren hoe zo’n crisis vooral niet aangepakt moet worden. De Europese overheden, gehinderd door de euro die er natuurlijk nooit had moeten komen, hebben volgens Krugman veel te radicaal bezuinigd. En wat hem bijna nog meer ergert: de aanhangers van al deze austerity zijn nog steeds niet bereid toe te geven dat Krugman het van meet af aan wél bij het rechte eind heeft gehad. Er is één lichtpuntje voor de paar beteuterde Europeanen onder zijn gehoor: wat hem betreft is alle ellende niet de schuld van de Europese verzorgingsstaat. Zo beroerd doet Frankrijk het bijvoorbeeld nu ook weer niet.

Maar de crisis vond zijn oorsprong toch in Amerika? Met onze Columbia-studenten reconstrueren Paul Schnabel en ik de lange mars naar de grote Europese crisis. De volstrekt onverantwoorde hypotheekverstrekkingen in de VS vormen inderdaad een eerste stap in dat verhaal. Uiteindelijk belandden ze, onherkenbaar verpakt, als een gevolg van de bejubelde globalisering op alle bankbalansen ter wereld. Toen knapte de Amerikaanse zeepbel, wisten alle banken dat ze armer waren maar niet precies hoeveel, en verloren ze alle zicht op elkaars kredietwaardigheid. Crisis!

D at heet inmiddels een ‘Minsky-moment’. Volgens de postuum steeds beroemder wordende econoom Hyman Minsky zijn ze een onvermijdelijk neveneffect van ons kapitalistische stelsel. Als een tijd lang alles goed gaat in de economie, wordt er door alle denkbare partijen steeds meer krediet aangevraagd en wordt dat in stijgende zelfgenoegzaamheid gul verstrekt. Maar als de bom een keer barst, dan wordt er een tijd lang alleen maar schuld afgelost en door iedereen te weinig uitgegeven. Depressie!

Een beroemde aanhanger van deze theorie is Martin Wolf, de ongekroonde opiniekoning van de Financial Times en auteur van The Shifts and the Shocks. Ook hij spreekt. Nu luistert Columbia. Het wordt alweer geen vrolijke middag voor de Europeanen onder zijn gehoor. Wie betaalt, bepaalt, zegt hij, en Duitsland is dus de baas in Europa. Maar de structurele hervormingen waar Duitsland zo op aandringt, kunnen nooit de basis leggen voor het broodnodige vraagherstel op korte termijn. Er is meer nodig. Zijn enige lichtpuntje: met Spanje gaat het weer een stuk beter.

V eel opties resteren er zo niet voor groeibevordering in Europa. Het scheppen van geld door het opkopen van schuld, waar de Europese Centrale Bank toe bereid lijkt te zijn, heeft in de VS vooral de aandelenkoersen gestimuleerd, en daar is de quantitative easing (geld bijdrukken) nu dan ook maar beëindigd: de eerstvolgende zeepbel is alweer in beeld. De in Europa net met veel moeite herwonnen fiscale discipline verdraagt zich slecht met extra overheidsuitgaven of met een flinke verlaging van de lasten op arbeid, al kunnen de Europese overheden inmiddels bijna gratis geld lenen. En de net weer gezond verklaarde banken kunnen nog steeds niet rekenen op veel publiek vertrouwen, in afwachting van hun nieuwe, ene Europese toezichthouder.

Over dat laatste, de snelle totstandkoming van de Bankenunie, zijn de Amerikanen vol bewondering. Maar verder domineert vooral medelijden met Europa, af en toe voorzien van scheutjes bezorgdheid, verbazing en leedvermaak. Een van de studenten citeert nog even uit een vernietigende column van Joseph Stiglitz, Nobelprijswinnaar en hoogleraar aan deze universiteit, met als titel Europe’s Austerity Zombies. De boodschap is duidelijk, en voor Europa niet vleiend. Voor de derde maal binnen korte tijd beteuterd, verlaten wij het lokaal.