Vivian, de fotograaf? Dat was onze kinderoppas

Het verhaal van Vivian Maier is een droevig sprookje. Ze was nanny én straatfotograaf en eindigde eenzaam. Pas na haar dood kwam de erkenning. Haar foto’s zijn nu te zien in Amsterdam.

‘Als haar levensloop was verfilmd in Hollywood, zou je het een ongeloofwaardig verhaal vinden”, zegt historicus John Maloof in zijn film Finding Vivian Maier (2013). En inderdaad, het is een sprookje dat te mooi klinkt om waar te zijn. Een Amerikaanse nanny, die haar hele leven gezorgd heeft voor kinderen van rijke families, blijkt in het geheim een oeuvre van tienduizenden foto’s te hebben gemaakt, stuk voor stuk mooi gecomponeerde, raak getroffen straatbeelden. Deze Mary Poppins beschikt over minstens zoveel talent als fotografiegrootheden als Diane Arbus of Helen Levitt, maar ze durft haar werk aan niemand te laten zien. Pas aan het eind van haar leven worden haar foto’s ontdekt. Postuum groeit ze uit tot een van de grootste fotografen van de twintigste eeuw.

Toch is dit precies hoe het gegaan is. Vivian Maier (1926-2009) heeft echt geleefd, al weet de kunstwereld pas sinds een jaar of vijf van haar bestaan. In die vijf jaar zijn er al twee films over haar gemaakt – naast Finding Vivian Maier ook de BBC-documentaire Who Took Nanny’s Pictures – en verschenen er vier fotoboeken. Afdrukken van haar werk werden tentoongesteld van Shanghai tot Chicago en van Oslo tot Warschau, met lyrische artikelen in de wereldpers als gevolg. Die massale postume verering is eigenlijk maar met één andere kunstenaar te vergelijken: Vincent van Gogh.

Vanaf vandaag is haar werk ook in het Amsterdamse fotografiemuseum Foam te zien. De 120 afdrukken op de expositie Vivian Maier, Street Photographer zijn „slechts het topje van de ijsberg”, zegt curator Claudia Küssel. In totaal heeft Maier zo’n 150.000 foto’s en honderden 8mm-films nagelaten. Een groot deel daarvan moet nog ontwikkeld, afgedrukt en in kaart gebracht worden. „Deze tentoonstelling is dus slechts een introductie”, zegt Küssel.

Ze was nanny: haar dekmantel

Al die foto’s, negatieven en films lagen tot voor kort weggestopt in vijf opslagboxen in Chicago, samen met Maiers andere spullen. In 2007 kon de 81-jarige Maier de huur van de opslag niet meer betalen, waarna al haar bezittingen verkocht werden door een lokaal veilinghuis. John Maloof, een makelaar en historicus die voor een boek op zoek was naar oude foto’s van Chicago, kocht de grootste doos voor 380 dollar.

Een zoektocht op internet naar haar naam leverde niets op, vertelt Maloof in zijn film. Het was alsof Vivian Maier nooit bestaan had. Twee jaar na zijn aankoop, in 2009, stuitte hij pas op een eerste aanwijzing: haar overlijdensadvertentie. Hij besloot vervolgens op zoek te gaan naar de mysterieuze maakster van al die sterke beelden. Wie was ze, waar kwam ze vandaan? Hij belde de telefoonnummers die hij in Maiers archief gevonden had. „Vivian? Dat was onze gouvernante, onze oppas, onze huishoudster”, hoorde hij meermalen. En ja, ze liep altijd met een camera om haar nek. Maar dat die foto’s zo goed waren, wist niemand. Ze had ze nooit aan iemand laten zien.

De afdrukken die te zien zijn in Foam komen uit de collectie van Maloof, die er inmiddels zijn levenswerk van heeft gemaakt om Maiers oeuvre te ontsluiten. De meeste zijn zwart-wit en gemaakt met een Rolleiflex, een toestel waar je van bovenaf door de zoeker kijkt. Met die camera op haar buik struinde Maier dagelijks door de straten van New York of Chicago, vaak met kinderen op sleeptouw. Haar baan als kindermeisje was een ideale dekmantel. Ze had veel tijd om buiten door te brengen, ze viel niet op. Dat zie je aan de verraste blikken van de voorbijgangers die door haar gesnapt zijn. Ze kijken verstoord, betrapt, geïrriteerd.

Natuurlijk spelen kinderen een grote rol op haar foto’s, krijsend en dreinend aan de hand van hun moeder of zandkastelen bouwend op het strand. Maar Maier maakte niet alleen portretten van oppaskinderen, ook zwarte peuters figureren in haar werk. Ze trok door de achterbuurten van New York en Chicago. „Ze kon heel onbeschoft zijn en met haar camera op wildvreemden aflopen”, herinnert een van haar oppaskinderen in de film Finding Vivian Maier zich. „Het verbaast me dat ze nooit is beschoten.”

Ze zei dat ze spion was, en dat wás ze

Mooie mensen interesseerden haar niet. Het waren vooral de onvolmaakten op wie ze haar Rolleiflex richtte: de net iets te dikke dames, de alcoholisten, de zwervers, de arbeiders of de oorlogsveteranen. „Ze had een mateloze interesse in andere mensen en in de wereld om haar heen”, zegt curator Claudia Küssel. Zelf groeide Maier op in de Bronx, onder moeilijke omstandigheden en in armoede. In New York werkte ze in een naaiatelier en als hulp bij diverse gezinnen, tot ze als nanny aan de slag kon bij een welgestelde familie in Chicago. Daar kreeg ze een eigen badkamer, die ze als doka kon gebruiken. Haar zolderkamer was een gesloten bastion waar niemand ooit voet mocht zetten, en waar ze zich langzaam liet inbouwen door haar eigen foto’s.

Op de tentoonstelling in Foam hangen meerdere zelfportretten van Vivian Maier, meestal gereflecteerd in ruiten of etalages: een muizig, mager, lang meisje met een wipneus en kort donker haar onder een zonnehoed. Haar oppaskinderen herinneren haar als „ongewoon”, „excentriek” en zelfs „een beetje gestoord”. Ze reed op een solex, droeg grote jassen en wijde jurken die haar figuur verhulden. Ze praatte met een nep-Frans accent en gaf vaak valse namen op. Ze vertelde dat haar ouders gestorven waren, ook toen die nog leefden. Ze zei dat ze een spion was. En feitelijk was ze dat ook: een scherpe observator die stiekem alles op film vastlegde.

Ze liet niemand dichtbij komen

Ze was een mysterieuze vrouw, zegt Küssel. „Alles aan haar is zo dubbel. Uit haar werk spreekt veel humor, maar ze had ook een duistere kant. Ze was empathisch, maar ze kon ook heel wreed zijn. Dan nam ze de kinderen bijvoorbeeld mee naar het slachthuis en liet ze ze toekijken hoe schapen gedood werden. Dat moet voor hen toch best traumatisch geweest zijn. Ze had een zeer solitaire persoonlijkheid, is nooit getrouwd, had geen vrienden of familie. Ze liet niemand dichtbij komen. Er zijn nog veel puzzelstukjes die in elkaar moeten vallen.”

Maar wereldvreemd was ze zeker niet. Ze bezat veel kunstboeken, las de kranten en praatte graag mee over politieke ontwikkelingen. Haar oeuvre is meer dan alleen een persoonlijk fotografisch dagboek. Door iedere dag de straat op te gaan, legde Maier ook de sociale ontwikkelingen vast in het Amerika tijdens de Koude Oorlog. Soms ook ging ze als een reporter op het nieuws af, bijvoorbeeld toen een tornado een buitenwijk van Chicago trof en ze zich naar de rampplek spoedde. Het dagelijkse verslagleggen was een obsessie.

Drie decennia lang maakte ze zo’n vijfduizend foto’s per jaar. Maar een opdrachtgever had ze niet. Ze was een fotojournalist zonder krant. Een kunstenaar zonder publiek.

Geld om al die foto’s te laten afdrukken heeft ze dan allang niet meer. In de jaren zeventig, als de kinderen van de Gensburgs volwassen zijn, is Maier gedwongen werk te zoeken bij andere families. Omdat ze haar films niet meer zelf kan ontwikkelen, stapelen de rolletjes zich op. Aan het eind van de jaren negentig brengt ze ook haar camera’s naar de opslag en stopt ze met fotograferen.

Ze graaide door de vuilnisbakken

Ze eindigt als een eenzame oude dame die iedere dag op hetzelfde bankje in het park te vinden is – nog net niet dakloos dankzij de kinderen die ze vroeger verzorgde. Buurtbewoners zien haar scharrelen door de stegen en graaien in de vuilnisbakken, op zoek naar oude rotzooi. Ze is een van die excentriekelingen geworden die ze zelf zo graag fotografeerde.

In de winter van 2008 glijdt Maier uit op een bevroren straat en wordt ze naar een verpleeghuis gebracht. Wat ze niet weet is dat, terwijl ze verpleegd wordt, John Maloof elders in de stad door haar fotokoffers grasduint en haar beelden op internet zet. Vier maanden later overlijdt ze, zonder ooit de lyrische reacties te hebben gehoord op die eerste publicatie van haar foto’s. En misschien is dat maar goed ook. Ze had het waarschijnlijk maar niks gevonden dat haar foto’s de buitenwereld in werden gezonden. Had ze dat geweten, dan was ze er dwars voor gaan liggen.